OPSTEKERTJES

Elke week schrijft een lid van het pastorale team een inspiratieverhaal voor het dagelijks leven.

Advent: Tijd van verwachting

maandag, 23 november 2020|

Elk feest vraagt een voorbereiding. De Advent is zo’n voorbereidingstijd. Vier weken zijn er om te groeien naar de komst van de Heer. Bij die komst van de Heer mogen wij denken aan het Kerstfeest dat we over enkele weken gaan vieren. We staan dan stil bij de geboorte van Gods Zoon 2020 jaar geleden. Maar we mogen ook vooruit kijken. Want Jezus de Heer zal eens terugkomen. Ook daar mogen we ons op voorbereiden. Jezus zegt ons: “Weest waakzaam!”. Jezus vertelt ons dat Hij ééns terug zal komen. Dat het licht van de eeuwigheid eens door zal breken. Maar wij zien dat nog niet. Wij leven nog in een wereld waarin het eeuwige verduisterd wordt. Verduisterd door het kwaad dat wij ontmoeten. Maar het licht van de eeuwigheid is niet alleen ver weg en toekomstig. Het is ook in ons. Het is in ons gelegd als een kiem op de dag van ons Doopsel. Maar het is een licht dat daar in stand gehouden moet worden. Het moet gevoed worden door gebed en door zorg voor onze naasten. Het vraagt dat wij trouw de taak vervullen die God ons gegeven heeft in dit leven. Dat alles klinkt mee in die woorden van Jezus: “Weest waakzaam”. Ik wens U allen een mooie voorbereidingstijd op het Kerstfeest.

Pastoor Godfried B.M. Looijaard

Eindelijk

maandag, 16 november 2020|

Soms wil je heel veel dingen doen, maar door allerlei omstandigheden kom je er niet toe. Dat wil niet zeggen dat ik het druk, druk, druk heb. Ik bedoel, dat ik er eindelijk toe ben gekomen in een boekje te lezen dat is geschreven door Thomas Quartier. Het heet ‘Heilige woede’ en het door mij gekochte exemplaar is door broeder Quartier gesigneerd met de boodschap: ‘Voor Ton, verbonden in stilte en lofzang. Pax!’

De stilte zoek ik regelmatig. Soms vind ik ze, soms ook niet. En soms, wanneer de stilte wordt doorbroken op een ongelukkig moment, dan kan ik wel woedend worden. Is dat een ‘heilige woede’ of moet ik mijn woede heiligen? En de lofzang, waar is die gebleven? Het hardop zingen is verdwenen sinds alle maatregels rondom corona van kracht zijn. Het enige zingen dat ik hoor, klinkt in mijn hoofd. En soms uit de audio-installatie van mijn auto wanneer ik ergens naar toe onderweg ben. Ik begin bijna te twijfelen of het coronavirus wellicht ook op mij vat begint te krijgen. Niet zozeer door besmetting en een fysiek ziek worden, maar eerder door de geestelijke belasting van minder er op uit trekken en weinig sociaal contact met andere mensen. We moeten immers zoveel mogelijk niet de deur uitgaan en als het dan toch nodig is, dan moet er afstand zijn. Heel vervelend allemaal.

Recent, na een noodzakelijke wandeling naar de winkel om wat boodschappen te halen, kwam ik een jong stel tegen die juist enkele weken geleden hun eerste kindje hadden gekregen. Een kort gesprekje op de voorgeschreven afstand, was het enige wat mogelijk was. Voor corona zouden er handen zijn geschud en een knuffel gegeven. Het kindje mocht ik wel even zien, maar ook weer op afstand! Het maakt me een beetje woedend. Is dat een heilige woede? Het is niet fout om vurig woedend te zijn. Als we dat vuur dan maar richten op het doen van het goede. Ik wens u allemaal toe dat er een vuur van heilige woede in u brand om het coronavirus met al zijn negatieve invloeden die het op ons heeft weg te branden.

Diaken Ton

Wat voor wereld willen wij?

maandag, 9 november 2020|

In Frankrijk is een leraar vermoord, Samuel Paty, onthoofd, omdat hij aan leerlingen spotprenten van de profeet Mohammed had laten zien. Hij wilde hen iets leren over de vrijheid van meningsuiting. Daarna ging het van kwaad tot erger: er volgden terroristische aanslagen in Nice, Lyon en Wenen. We leven in een harde wereld.

Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar is deze onbeperkt? Ik weet nog dat het in de jaren zestig van de vorige eeuw bij anti-Vietnamdemonstraties verboden was om “Johnson moordenaar” te roepen, want daarmee werd een bevriend staatshoofd (de toenmalige president van de VS) beledigd. Zo kende onze wet ook bepalingen tegen majesteitsschennis en godslastering. Die laatste zijn inmiddels afgeschaft. We vinden het tegenwoordig stoer als iemand zegt: “Ik zeg wat ik denk.” Moet alles gezegd kunnen worden? Als je naar debatten in de Tweede Kamer kijkt, krijg je de indruk dat alle remmen los zijn. Dezelfde indruk kreeg ik bij de debatten tussen de presidentskandidaten van Amerika. De vrijheid van meningsuiting verschuift naar ‘de vrijheid om te mogen beledigen’. In het Brabants Dagblad van zaterdag 31 oktober jl. omschreef columnist Özcan Akyol (Eus) onze westerse beschaving als volgt: “in het Westen beledigen en schofferen we alles en iedereen, mits het binnen het toelaatbare van onze wetboeken past.”

Is dat een samenleving om trots op te zijn? Moeten we zó met elkaar willen omgaan? Geef mij maar een samenleving waarin mensen respectvol met elkaar omgaan, overeenkomstig het Bijbelvers ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’ (Tobit 4,15). Geef mij maar een samenleving waarin naastenliefde (een ander woord: solidariteit) en de menselijke waardigheid hoog in het vaandel staan geschreven. Zo’n wereld gun ik iedereen.

Theo Schepens,

emeritus pastoraal werker.

Diakenwijding

maandag, 2 november 2020|

Binnenkort, op zaterdag 7 november zal onze bisschop, mgr. De Korte, onze oud-parochiaan Erik Buster diaken wijden. Jammer genoeg kunnen we niet in groten getale naar de Sint-Janskathedraal in ’s-Hertogenbosch afreizen, want de toegang is vanwege corona zeer beperkt. Gelukkig kunnen we wel de viering via het internet volgen (de link vindt u op onze website).

Binnen de kerk kennen we drie wijdingen, namelijk die van diaken, priester en bisschop. Ieder heeft z’n eigen taak. De diaken richt zich vooral op het dienstwerk en het voorzien in noden. Dat kunnen persoonlijke noden zijn, maar ook materiële. De priester richt zich vooral ook op pastoraat en sacramentenbediening zoals de Mis, de ziekenzalving, dopen, huwelijk. En de bisschop is belast met de dienst van de leiding in zijn bisdom.

Ik denk met plezier terug aan mijn diakentijd in de parochie in Zeeland (bij Uden). Veel was ik ingeschakeld in de voorbereiding voor Eerste Communie en Vormsel. Het was in die tijd dat ik ontdekte dat er maar weinig bezigheden in de parochie waren die ik alléén maar kon doen omdat ik diaken was (misschien minder dan een paar procent van mijn tijd); verreweg de meeste zaken had ik ook kunnen doen op basis van mijn doopsel en vormsel, dus gewoon op basis van mijn katholiek zijn.

Eigenlijk is dat een mooie gedachte: we zijn natuurlijk blij met onze wijdelingen, maar het hoeft binnen de kerk gelukkig niet alléén af te hangen van de gewijde bedienaren. De kerk is het breedst aan de basis. Ook daar kan mooi werk gedaan worden. We kunnen door ons staan in het leven laten zien wat het voor ons betekent om katholiek te zijn. Vooral in een levenshouding en in kleine daden die ons gelovig zijn illustreren. In het klein kunnen we veel goed doen, als is het maar een hand op iemands schouder, een luisterend oor, een pannetje pasta naar een zieke buurman. Al het goede dat we kunnen en mogen doen, mag een glimlach van God zijn. Ik wens u van harte toe dat anderen een glimp van God in u mogen herkennen.

Pastoor Marcel Dorssers

Wat zit je hier te vissen?

woensdag, 28 oktober 2020|

Als je een vraag stelt aan een ander, moet je ‘m ook zelf willen beantwoorden. Dus toen ik laatst aan de zondagse kerkgangers vroeg om te mijmeren over “Waarom ga ik eigenlijk naar de kerk?” had ik kunnen verwachten dat ze mij na de dienst vroegen: “En wat is daarop jouw antwoord?”

En ik moest dat eigenlijk schuldig blijven. Tijdens de vieringen was er wel mijmertijd geweest, maar ik had toen alleen maar kunnen denken: “O, wat is dit fijn, om rustig te kunnen zitten, zonder dat er iets moet, zonder dat iemand iets van mij vindt, denken over wat zin geeft.” Maar is dat een antwoord? Had ik niet iets moeten zeggen over contact met God en zo?

Een tijd geleden kwam ik regelmatig langs een viswater. Daar zaten wat oudere mannen op een krukje, maar ook jonge jongens. En dat had ik niet verwacht. Keurige jongens met een Volkswagen Golf. Ze leken op profvoetballers, maar dan zonder tatoeages. Waarom zaten die daar? Ik kreeg de wildste ideeën. Waren ze misschien pakketjes drugs aan het opvissen?

Op een dag heb ik het maar aan zo’n jongen gevraagd. Hij moest lachen om mijn criminele vermoedens en legde het me graag uit. “Het is zo druk in mijn hoofd de hele dag, met werk, een cursus, mijn ouders, de vriendin. Ik kan daar niet tegen. Op school was ik ook altijd helemaal gaga. Hier aan de waterkant vallen alle stukjes van mijn leven weer op hun plek. Het gaat er niet om dat ik iets vang. Ik vind het zelfs een beetje zielig. Af en toe iets aan de haak is leuk genoeg. Dat geeft drive om terug te komen. Maar eigenlijk draait het om de rust, dat ik gewoon mezelf kan zijn.”

Daarom pakte hij steeds weer zijn hengel. Daarom ga ik naar de kerk. En u?

Frits Hendriks, pastoraal werker

Vastzitten

maandag, 19 oktober 2020|

Beste lezer, het zit allemaal vast tussen mijn schouders en nek. Hoe dat komt? Door een werkhouding van uren, maanden, jarenlang achter twee beeldschermen. Dat vastzitten sluipt er langzaamaan in. Je hebt het niet zo in de gaten. Totdat je merkt: hé, het zit niet allemaal goed, het zit vast. Zo lijkt het in de parochie ook wel eens. Alles hebben we altijd al zo gedaan en daarom blijven we het maar zo doen. Mensen zijn vast komen te zitten in gewoontes en gebruiken. Toch is het vasthouden aan gewoontes en gebruiken niet altijd verkeerd. Er zitten ook goede kanten aan. Bijvoorbeeld op zondag naar de mis gaan in je eigen parochiekerk. In die kerk kom je al jaren, soms al je leven lang. Je hebt een vaste plek waar je altijd gaat zitten, je weet vooraf waar je aan toe bent, je weet wat er komen gaat. Dat geeft een bepaalde rust en het voelt vertrouwd. Maar het laatste half jaar is daar behoorlijk wat in veranderd. Vanaf begin maart tot begin juni mochten we niet gaan door de maatregels rondom de lockdown. Daarna mochten we met een beperkt aantal mensen in één kerkgebouw en op afstand van elkaar. Je vaste plek van vroeger was geen vanzelfsprekendheid meer. Afgelopen zomervakantie waren de regels versoepeld. We kwamen wat minder vast te zitten door coronamaatregels. Nu echter, gaat het toch weer de verkeerde kant op. Het lijk of alles weer meer vast komt te zitten. Helaas kunnen we daar niets aan doen. Gelukkig is er die Ene God die je nooit vastzet. Hij probeert wel om ons in zijn liefde vast te houden. Soms lukt dat en soms gaat dat wat minder. Maar ik ben wel blij dat Hij er is, die liefdevolle God die is Vader – Zoon – H. Geest. Bij Hem vind ik het niet erg om ‘vast te zitten’. Laten we proberen om in deze moeilijke tijden de liefde voor God en elkaar vast te houden, dan zal God ons zeker blijven vasthouden.

Diaken Ton.

Geloof in eeuwig leven

woensdag, 14 oktober 2020|

Enige tijd geleden sprak ik een jong iemand die plotsklaps haar vader verloor. Op zijn werk kreeg hij een zware hartaanval. De ambulance bracht hem met zwaailicht en loeiende sirene naar het ziekenhuis, maar het mocht niet meer baten. Voordat ze het ziekenhuis bereikten, was hij overleden. Enkele maanden later, tijdens de zomervakantie kwam deze persoon in gesprek met een ander jong meisje dat enkele maanden daarvoor ook haar vader was verloren. Zij begreep het verdriet van dit meisje, ze konden elkaar troosten en steunen. Dan zie je hoe midden in de pijn van het verlies het nieuwe leven geboren wordt in de vorm van medemenselijkheid, van liefde en begrip. Misschien heeft U een soortgelijke ervaring. Misschien kunt ook U zeggen: het was een moeilijk en intens verdrietige tijd, maar het heeft mij ook iets gegeven. Het heeft mij niet teruggegeven wat ik verloor, maar midden in de dood groeide, zonder dat ik het zag of zelfs maar vermoedde, het nieuwe leven. Zo’n ervaring neemt het verdriet niet weg om degene die we hebben verloren, maar het geeft wel hoop en uitzicht dat er, ondanks alles, toekomst is. Het is juist deze toekomst, dat er door de dood heen, leven is en dat er doorheen alle verdriet om het gemis liefde is. Wij vieren het geloof in God in het leven en de liefde. Wij mogen ons ervan bewust zijn dat de dood nooit het laatste woord heeft, maar dat het eerste en het laatste woord er een van leven en liefde is. De volheid van het leven, van eeuwig leven, is Gods geschenk aan ieder van ons.

Pastoor Godfried B.M. Looijaard

Carlo Acutis (1991-2006)

maandag, 5 oktober 2020|

Alle kans dat u nog nooit van deze jongen hebt gehoord. En toch wordt hij a.s. zaterdag (10 oktober) in Assisi zalig verklaard. Waarom?

Oppervlakkig gezien verloopt zijn leven zoals van velen en is het een gewone, gezellige jongen. Hij wordt in Londen geboren als zoon van Italiaanse ouders die daar vanwege hun werk verblijven. Als hij drie jaar is, verhuist het gezin naar Milaan. Zijn ouders zijn geen regelmatige kerkgangers. Carlo kan goed leren, is helemaal vol van computers en op 10-jarige leeftijd ontwerpt hij websites voor zijn school en voor de parochie. Hij is een vrolijke jongen, creatief, heeft gevoel voor humor en heeft alles in zich om een succesvol leven tegemoet te gaan. Maar het loopt anders en na een kort ziekbed sterft hij op 15-jarige leeftijd aan leukemie. ‘Veel te vroeg om dood te gaan’, zouden wij zeggen.

Wat is er zo bijzonder aan hem dat hij wordt zalig verklaard? Hij is zeer sociaal, zet zich in voor de zwakkeren in de samenleving en doet vrijwilligerswerk bij daklozen, kansarmen en bejaarden. Maar dat is niet het enige. Wat opvalt is zijn gelovige instelling. Hij is een trouwe bezoeker van de H. Mis, die hij ‘de autostrade naar de hemel noemt’. Aan zijn moeder stelt hij voortdurend indringende vragen over het geloof, wat er uiteindelijk toe leidt dat ook zij weer naar de kerk gaat. Zijn computerkennis zet hij in voor parochie en catechese. En als hij te horen krijgt dat hij ongeneeslijk ziek is, draagt hij zijn lijden op aan Christus en voor de Kerk. Een gewone jongen van deze tijd, maar met een diep geloofsleven.

Sinds de Wereldjongerendagen van 2013 in Rio de Janeiro staat hij bij gelovige jongeren bekend als ‘cyberapostel’. Voor velen onder hen is hij een voorbeeld, een rolmodel. Voor mij is dit hele verhaal een ‘opstekertje’: het geloof is niet dood, maar levend, ook bij jongeren. Geloof zet aan tot inzet voor de samenleving en helpt je om het meest moeilijke – de dood – met vertrouwen tegemoet te zien. Als ik weer eens in Assisi kom, zal ik toch eens naar het graf van Carlo Acutis gaan.

Theo Schepens,
emeritus pastoraal werker

Tweede Communie

maandag, 28 september 2020|

In de afgelopen zondagen mochten we in onze parochie de Eerste H. Communie vieren in Udenhout en Berkel-Enschot. Stuk voor stuk opstekertjes, mooie vieringen, waarin de kinderen gaandeweg verder ingevoerd worden in de geloofsgeheimen, en in geloof kunnen groeien.

Normaal gesproken hadden we de Eerste Communie al in mei of juni gevierd, maar corona had ook hier roet in het eten gestrooid. September, zo vlak na de vakantie, lag voor de hand om het alsnog te vieren, temeer omdat een bescheiden familiefeest dan nog buiten gevierd zou kunnen worden. Gelukkig heeft het warme nazomerweer een handje geholpen. Knipoog van boven, denk ik dan.

Ik kan mezelf mijn Eerste Communie nog goed voor de geest halen: Hemelvaartsdag 19 mei 1977. Door de fanfare afgehaald aan de rand van het dorp, dan met twee schoolklassen communicanten naar de kerk voor een feestelijke viering. In een volle kerk voor het eerst ter communie, en ’s middags een mooi familiefeest. Het blijven fijne herinneringen, en ik hoop dat onze communi­canten net zo’n goede herinneringen koesteren aan hun Eerste-Communiedag.

Naast mijn Eerste Communie, kan ik mij ook mijn Tweede Communie nog goed herinneren. Het zal de opvolgende zondag zijn geweest, dat ik met mijn ouders naar de Mis ging. Een beetje zenuwachtig nog, want hoe moest je je handen ook weer houden? Maar misschien nog meer bewust dan in de Eerste-Communiemis, mocht ik nu OLH ontvangen in het teken van het geheiligde Brood. Een bijzonder moment, waarin ik ervoer dat ik nu mocht naderen tot iets heel speciaals, iets dat ik misschien nog niet zo helemaal snapte, maar waarvan ik wel aanvoelde dat het me op een bijzondere manier in contact bracht met ‘het goddelijke’ en met de volwassen geloofsgemeenschap. Het is een ervaring die ik iedereen graag gun, telkens weer.

Aan alle communicanten en hun families, van harte proficiat!

Pastoor Marcel Dorssers

Wat weet, vrees, hoop en doe ik?

maandag, 21 september 2020|

“De wereld staat op z’n kop. De coronacrisis raakt iedereen en we moeten ons allemaal aanpassen aan een samenleving die we nog niet kenden. Dat maakt ons angstig en onzeker.” Daarom schreef de Vlaamse psycholoog Paul Verhaeghe het boekje ‘Houd afstand, raak me aan’. In oktober en november gaan we dat lezen en bespreken in onze parochie. Ook u bent van harte welkom.

Maar we gaan niet zomaar aannemen wat deze Belgische professor ons zegt. Hij geeft zíjn antwoorden op vragen als: Wat kunnen we weten? Wat moeten we vrezen? en Wat mogen we hopen? We beluisteren zijn verhaal en denken er het onze van.
Zoals mijn collega Theo Schepens een paar weken geleden een andere Vlaamse hoogleraar, Damiaan Denys, citeerde. Deze zei dat ‘naastenliefde’ en ‘matigheid’ zeer belangrijk zijn in deze crisistijd. Dan is het goed, schreef Theo ongeveer, eens te luisteren naar de kerk, want die spreekt al tweeduizend jaar elke zondag over deze waarden.

Al moeten we ook toegeven dat we -als kerk, als mens- heel veel niet weten. Want wat is dat coronavirus precies? Hoe verspreidt het zich? En denken we iets te weten, lijkt het virus weer veranderd.
In ons achterhoofd sluimert onzekerheid. Zal ik het krijgen? Is er voor onze kinderen nog wel een goede opleiding? Word ik niet aan mijn lot overgelaten? Het is goed om dit soort angsten onder ogen te zien. Ze drijven ons voort, maar we zijn ons er niet altijd van bewust.
Dat geldt overigens ook voor de andere kant. Welke lichtpuntjes zien we in de ellende?

Wat weet, vrees, hoop en doe ik? Het zijn indringende vragen, waar je niet zo een-twee-drie mee klaar bent. Daarbij komt dat deze crisis maar niet ophoudt. Dan is het goed om regelmatig pas op de plaats te maken. Of dat nu op zondag in de kerk is, bij onze boekgesprekken, aan uw eigen keukentafel of op een bankje in het dorp. Denk erover, spreek het uit. En als u er iets over wil delen, dan bent u altijd welkom.

Frits Hendriks, pastoraal werker
frits.hendriks@johannesxxiiiparochie.nl

Een tijd voor rust

maandag, 14 september 2020|

Beste lezer, voor de meeste werkenden onder ons is de vakantie weer voorbij. En voor de gepensioneerden onder ons is vakantie meestal geen onderwerp van gesprek. Die hoor ik dan zeggen: “Ik heb het hele jaar door vakantie”. Maar juist in deze tweede groep zijn velen betrokken bij allerlei soorten vrijwilligerswerk en ook dan is even afstand en rust nemen belangrijk. En er is nog een groep die ik wil noemen: mensen zonder werk of die wegens ziekte of anderszins niet zo met vakantie bezig zijn. Dat kan zijn door allerlei verschillende oorzaken zoals financiële middelen die ontbreken, lichamelijke beperkingen en vult u maar in. Zelf heb ik nu vakantie terwijl ik dit opstekertje schrijf, dat ook nog in mijn vakantie moet worden ingeleverd voor publicatie. Maar je hebt toch vakantie denkt u nu. Inderdaad, vakantie van mijn dagelijkse werkzaamheden in de techniek. En vakantie als diaken in de parochie. En toch zijn er altijd wel dingen die er te doen zijn, die afgewerkt moeten worden voordat je echt vakantie hebt. Ik ben in mijn leven nooit anders gewend geweest. In mijn jeugd ging ik in de vakantie werken bij mijn oom op de boerderij, omdat ik dat leuk vond om te doen. Later, toen ik een baan had, was ik aan het begin van de vakantie altijd nog wel enkele dagen bezig met het loslaten – loskomen van mijn dagelijkse werkzaamheden. Weer later, toen ik een eigen bedrijf had, was ik de eerste week waarin het personeel al vakantie vierde, bezig met het afwerken van allerlei administratieve zaken. En toen onze kinderen volwassen waren, ging ik in de vakantie samen met mijn vrouw Annie, een weekje vrijwilligerswerk doen voor de jongerenkampen van ons bisdom. Wat betekent vakantie? Het woord vakantie is afgeleid van vacatio. In het Latijn is het werkwoord vacare, dat staat voor vrij zijn van verplichtingen. Het is een periode waarin een persoon zijn gewoonlijke dagelijkse activiteiten staakt, zoals naar school of het werk gaan. Als ik het zo lees, dan is vakantie heel eenvoudig: ‘Gewoonweg met de dagelijkse activiteiten stoppen’. Toch is vakantie voor mij veel meer. Vakantie is een tijd van tot rust komen. Dat wil niet zeggen dat je niets moet doen, geen lichamelijke of geestelijke activiteiten. Juist in het doen van dingen waar je normaal niet snel toe komt, kun je in de vakantie prima doen om te ontspannen. Weer voor mijzelf gesproken: Ik probeer elk jaar in de vakantieperiode een week op retraite te gaan in de stilte van de Foyer de Charité in Thorn. Daar kan ik biddend, mediterend, in het vieren van de dagelijkse eucharistie, in het volgen van de dagelijkse inleidingen rondom een Bijbeltekst, helemaal tot rust komen. Zo heeft ieder voor zich een manier om tot vakantie te komen. Ik hoop dat ieder van u tot rust is gekomen in de vakantieperiode.

Diaken Ton.

Hoe maak ik een thuis?

donderdag, 10 september 2020|

Sinds juli woon ik in de parochie, op winkelcentrum Koningsoord, midden in de bedrijvigheid van werk, gezondheidszorg en boodschappen doen. Het is er elke dag, van de ochtend tot de vroege avond, een drukke bedoening. Op de parkeerplaats heerst een prettige chaos.

Toch is het in mijn appartement best rustig. Als ik vanaf de straat de trap oploop naar onze gezamenlijke binnentuin op het dak van de supermarkt, merk je niets meer van al die drukte. Buren zitten vredig op hun terrasje, maken een praatje met elkaar. Het doet me denken aan het oude klooster, waar je ook een pandhof hebt met een stille gang eromheen.

Vanaf de binnentuin betreed ik dan mijn huisje. Het heeft even geduurd voordat het was ingericht. Ik had niet meer zoveel spullen, vanwege eerdere verhuizingen. Ik heb veel gekregen of gekocht bij de kringloop of mensen in de buurt. Een enkel schilderij wacht ook nu nog op een betonboor, en er is altijd wel iets te wensen voor je woning, maar pas geleden heb ik mijn appartement ‘af’ verklaard. Dit is het. Dit is mijn thuis voor de komende jaren.

Daarom heb ik mijn huis laten inzegenen, een mooi katholiek gebruik, om de goede Geest in je woning uit te nodigen. En pastoor Marcel Dorssers maakt er ook wat van. In vol ornaat besprenkelde hij mijn hele appartement met wijwater, nadat we gebeden hadden rondom een evangelieverhaal. In die tekst kibbelen de twee zussen Marta en Maria om de vraag wat belangijker is: het huishouden of genieten van aangenaam gezelschap? Actie of contemplatie?

Elk leven heeft eigenlijk beide nodig. En elk huis ook. Ik was blij dat ik voor de komst van de pastoor had opgeruimd en gepoetst. Een huis is er om thuis te kunnen komen, een veilige omgeving waar je jezelf kunt zijn, en anderen kunt binnenlaten. Dat gaat me nu eenmaal makkelijker af als het geen totale chaos is. Dan pas houd ik ruimte over.

Frits Hendriks, pastoraal werker

Wat de coronacrisis van ons vraagt

donderdag, 3 september 2020|

Onlangs was de Belgische psychiater Damiaan Denys te gast in het tv-programma Op1 en ik werd getroffen door wat hij zei over de coronacrisis. Er worden volgens hem van ons dingen gevraagd die we niet gewend zijn, zoals denken op lange termijn en denken aan het belang van het collectief (de gemeenschap). Onze manier van leven en denken is in toenemende mate te duiden als ‘hedonistisch’: we willen genieten en wel nu/onmiddellijk. Het overmatig drankgebruik, drugs, de kick van hooligans en van relschoppers, ook tegen hulpverleners, is daar een uiting van. Men denkt alleen aan zichzelf, niet aan anderen, en ook niet aan de gevolgen op lange termijn, noch voor zichzelf, noch voor anderen. Met genieten op zich is niets mis, maar als het een egoïstisch trekje krijgt of ten koste van anderen gaat, dan wordt het een probleem.

Damiaan Denys wees erop dat de coronacrisis van ons vraagt om oog te hebben voor de ander, om beperkingen te aanvaarden juist ter wille van met name kwetsbare ouderen. Om beperkingen nu te aanvaarden, zoals afzien van uitbundige feesten, ter wille van een verder liggend doel: dat we zo goed mogelijk door deze crisis heenkomen. Een goed voorbeeld daarvan hebben we kunnen zien bij verpleegkundigen tijdens het hoogtepunt van de crisis. Zij maakten lange dagen, offerden hun vakantie op, dachten niet op de eerste plaats aan zichzelf, maar aan de patiënten op de ic, in de hoop dat mensen zouden genezen en op termijn weer naar huis zouden kunnen.

Tegelijkertijd realiseer ik me dat een dergelijke houding eigenlijk oer-christelijk is. Iets over hebben voor een ander heet dan ‘naastenliefde’ en afzien van onmiddellijk genot ter wille van een hoger en verder liggend doel zien we terug in de christelijke deugd van ‘matigheid’. Christelijke waarden en deugden zijn, ook bij de bestrijding van de coronacrisis, nog steeds van grote waarde. Lang niet altijd eenvoudig, maar wel heilzaam.

Theo Schepens, emeritus pastoraal werker

Kevelaer

donderdag, 27 augustus 2020|

Ik kan me mijn eerste bedevaart naar Kevelaer nog goed voor de geest halen. Ik zal een jaar of acht geweest zijn, en vanuit mijn tante en oom in Tegelen bij Venlo was het maar een ‘Katzensprung’ (’ne gooi) naar Kevelaer. De rozenkrans die ik toen kreeg, heb ik nog steeds – een souvenir met mooie herinneringen aan lieve mensen.

Kevelaer is een plek waar ik graag kom. Het is verbonden met Maria, die er vereerd wordt onder de titel Consolatrix Afflictorum, ofwel Troosteres der Bedroefden. Een mens kan heel wat leed met zich meetorsen, en het is een troost dat we ons als kinderen mogen koesteren onder moeders schutsmantel. Als je zo in Kevelaer rondkijkt, komen als vanzelf de gedachten naar boven wat ieder wel niet met zich meedraagt in de rugzak van zijn of haar leven.

Kevelaer is in die zin genadeoord, dat je er je sores kunt achterlaten, wetend dat je gedragen wordt door het gebed van vele pelgrims, die er ook voor elkaar en voor elkaars intenties bidden. Ook dat is de kracht van kerk zijn: als het zelf een keer tegen zit, als je de woorden niet vindt, of als je zelf er de energie niet voor hebt om te bidden, dan mag je je gedragen weten door het gebed van de geloofsgemeenschap, een gebed dat altijd doorgaat. Hoe zouden we in die zin de kerk, onze familie van gelovigen kunnen missen?

Onlangs was ik op een privépelgrimage in Kevelaer, dat nu ook getekend wordt door corona. Ik mocht communie uitreiken, maar dan wel met mondkapje, en ook buiten was een mondkapje verplicht. Een selfie met mondkapje en met de Gnadenkapelle op de achtergrond postte ik op Facebook. De dag erna kreeg ik van mijn voor-voorganger, pastoor Pieter Scheepers, een zelfde selfie toegestuurd. Grappig en frappant! Zo is Maria moeder van velen, ook van hem, van u en van mij.

Heilige Maria, Moeder van God, onze Moeder, Troosteres der Bedroefden, bid voor ons.

Pastoor Marcel Dorssers

Wat vind ik echt belangrijk?

donderdag, 20 augustus 2020|

Als leraar levensbeschouwing op een middelbare school draaiden mijn lessen om de vraag “Wat vind ik echt belangrijk?” Het leek mij zinvol om mijn leerlingen daarover te laten nadenken, op school, maar ook in hun verdere leven. Wie zich bewust is van wat hij/zij belangrijk vindt, kan zijn leven daarnaar inrichten. Je wordt wat minder meegesleept door de waan van de dag. Van een beetje stabiliteit wordt een mens gelukkiger.

Maar we keken niet alleen naar onszelf. Andere mensen hebben natuurlijk ook over deze vraag nagedacht. Leerlingen interviewden daarom ouders en grootouders. Ook lazen we verhalen van de grote godsdiensten, en dan met name het christendom, en bekeken we welke waarden in de teksten naar voren kwamen. Zo kregen we een divers overzicht van antwoorden.

Divers zijn de antwoorden ook bij één persoon. In de loop van je leven verandert er veel, dus ook je prioriteiten. Op school zijn de contacten met vrienden bijvoorbeeld het allerbelangrijkst, later een carrière, en kinderen als je die gekregen hebt. Ieder leeft zijn leven op zijn eigen manier. En het is goed dat we in een land en een tijd leven waarin we dat zelf mogen bepalen. Maar zijn we er ons wel bewust van welke keuzes we maken?

Een van de opdrachten aan mijn leerlingen was om hun tijdsbesteding gedurende een week bij te houden. Waar je veel tijd aan besteedt, is blijkbaar van belang in je leven. Naast slapen bleek school voor alle leerlingen erg belangrijk. Maar bij vele bleken gamen, chatten, filmpjes kijken en andere online-activiteiten ook aardig wat tijd in beslag te nemen. Het kan dat je dat het allerbelangrijkste in je leven vindt, maar het is goed je de vraag eens te stellen. Is het dat? Heb ik mijn prioriteiten op orde?

Wat vind ik echt belangrijk?

Frits Hendriks, pastoraal werker