OPSTEKERTJES

Elke week schrijft een lid van het pastorale team een inspiratieverhaal voor het dagelijks leven.

Leerling zijn, daar steek je wat van op!

vrijdag, 16 september 2022|

Elk jaar ga ik naar de Foyer de Charité van Marthe Robin in Thorn voor een 6-daagse retraite in stilte. Een week waarin je wordt uitgenodigd om binnen te gaan in het hart van het christelijk geloof. Door te luisteren naar het Woord van God en in stilte open willen zijn voor het werken van de Heilige Geest. Dit jaar was het thema van de retraite: “Wat maakt mij tot leerling van Jezus?” Een belangrijke vraag en zeker in deze tijd actueel. In de stilte mocht ik nadenken over mijn eigen leerlingschap van Jezus en ik kwam tot een aantal gedachten. Wil ik leerling zijn van Jezus, dan is het belangrijk om zijn woord te lezen dat staat in de Bijbel. Nadenken over Gods woord. Hij spreekt in Zijn woord ieder van ons persoonlijk aan. Wij mogen als leerling deelnemen aan de Eucharistie door de heilige mis actief mee te vieren. Sommigen van ons doen dat op een bijzondere manier, als misdienaar, acoliet of lector. Maar we kunnen ons leerlingschap van Jezus ook laten zien in onze dagelijkse bezigheden, thuis of op het werk. Dit doen we dan door ons spreken en onze levenshouding. Wij mogen anderen enthousiast maken om Jezus beter te leren kennen. Misschien willen zij dan ook leerling worden van Jezus. In onze parochie werken we aan ons leerling van Jezus zijn. Dat doen we onder andere met kinderen, jongeren en ouders in het Johannes 2.3 familiepastoraat om samen op een laagdrempelige manier Jezus beter te leren kennen. We beginnen met het vieren van de heilige mis. En daarna geven we in 4 leeftijdsgroepen voor kinderen en 1 groep voor volwassenen in korte bijeenkomsten uitleg over een Bijbeltekst die we lezen. Maar we doen ook dingen zoals een leuke puzzel maken, knutselen of kleuren en het zingen van liedjes. Bent u nieuwsgierig geworden, kom dan een keertje meedoen. We hebben elke 2e zondag van de maand een Johannes 2.3 en iedereen is van harte welkom. En wie weet steekt u hiervan ook nog iets op!

Diaken Ton.

Are you ready?

dinsdag, 28 juni 2022|

Waar de sfeer goed is, daar kan veel worden bereikt. Enkele weken geleden ontvingen we in onze parochiezaal in Berkel onze vormelingen, samen met die van Waalwijk en Waspik. Voor hen hadden we een Are you ready-dag georganiseerd: een dag van laagdrempelige geloofsverdieping, op een aansprekende manier, met spel, sketches en gesprekken. En hoewel de tieners uit verschillende plaatsen kwamen, ontstonden er al snel gezellige contacten. Op het eind van deze schitterende dag werden er nog snel telefoonnummers uitgewisseld.

Ontmoeting en gemeenschap vormen, is belangrijk. Het is een krachtig bindmiddel in de maatschappij, en ook in de parochie en ik denk dat dat vaak onderschat wordt. Ik ben daarom ook blij met het koffie drinken na onze vieringen. Ik zie hoe belangrijk dat voor onze parochianen is, en zo blijven we op de hoogte van het wel en wee van elkaar.

Ontmoeting en gemeenschap vormen, heeft onze vormelingen verbonden en verder gebracht. Je mag er Gods Geest aan het werk zien. Eén van hen die zich voorbereidden op het vormsel en die nog twijfelde, hakte na deze dag de knoop door, en wil nu gevormd worden. Zo zie je maar dat met de goede geest en in onderlinge verbondenheid mooie dingen gebeuren.

Pastoor Marcel Dorssers

Wat heb ik opgestoken?

maandag, 20 juni 2022|

Na twee jaar Opstekertjes is dit mijn laatste. Hopelijk hebben mijn gedachten af en toe bij iemand iets teweeg gebracht. Dat mensen worden geïnspireerd tot een nieuwe gedachte over geloof en leven, dat is altijd mijn doel geweest.

Bijna elk Opstekertje had een vraag, van ‘Wat vind ik echt belangrijk?’ en ‘Hoe maak ik een thuis?’ tot ‘Geloof je het zelf?’. In eerste instantie stel ik deze aan mezelf. Als pastoraal werker ben ik gewoon mens, zoals iedereen die dit leest, en christen met alle parochianen. Dus heb ik ook dezelfde vragen als veel mensen in onze samenleving. Dat bleek ook wel uit de -spaarzame- respons.

De meeste reacties kreeg ik op Opstekertjes waarin ik schreef dat ik ergens mee zat of dat iets me maar niet lukte. Sommige mensen zeiden dan: ‘Dat moet je niet zeggen. Een man van de Kerk moet laten zien dat hij een baken is in deze woelige wereld.’ Dat leverde interessante gesprekken op. Moet een pastor werkelijk alle antwoorden hebben? Of is het juist christelijk om de mindere kanten van het leven ruimte te geven? Juist dat was wat een andere groep mensen aantrok aan die Opstekertjes. Zij vroegen mij dan om een gesprek. ‘Met iemand die dezelfde strijd heeft als ik, daar kan ik wel mee praten.’

Wat vond jij van mijn Opstekertjes? Kun je je nog iets herinneren wat je inspireerde of juist de wenkbrauwen deed fronsen? Wat had ik aan mijn stukjes kunnen verbeteren? Ik hoor het graag. Dan steken we er een laatste keer allebei nog wat van op.

Frits Hendriks, pastoraal werker
frits.hendriks@johannesxxiiiparochie.nl

Nieuw begin

maandag, 13 juni 2022|

Recent heb ik het magazine ‘De Missionaire Parochie’ mogen ontvangen. Dit magazine geeft een terugblik op de twee bijzondere dagen 24 en 25 maart van dit jaar die ik, samen met nog enkele parochianen H. Joh. XXIII, mocht meemaken in Breepark te Breda. Daar kwamen uit heel Nederland zo’n duizend katholieke en ook enkele protestante gelovigen bijeen om van de Canadese priester James Mallon te horen hoe hij zijn parochie in Canada omvormde van een ingedommelde onderhoudsparochie naar een levendige en bloeiende parochie. De sleutels tot dit succes wil James Mallon delen met iedereen die is geïnteresseerd en om dat te doen reist hij over heel de aardbol. Mallon is een veelgevraagd spreker die begeesterend verteld over het hart van de eucharistie en de sleutels van de heilige Geest, evangelisatie en leiderschap daaromheen. In zijn recent verschenen boek ‘Als God renoveert, Missionaire kerk meer dan parochie alleen, uitgave 2022 bij Adveniat, dat ik zelf aan het lezen ben, vertelt Mallon over de acht stappen naar een missionaire kerk. Stappen die tijd vergen. Deze stappen zijn: gebed, passie, steun van het bisdom, kernteam van leiders, het belang van preken om te getuigen, de koffie om verbondenheid te scheppen, evangelisatie en de drie H’s. Hymne, Homilie en Hospitaliteit. Toen ik in het magazine alleen al het voorwoord las, geschreven door Leo Fijen, kwam het enthousiaste gevoel dat deze twee dagen in Breda mij hebben gegeven weer naar boven. Ik zou iedereen dit gevoel gunnen. Een gevoel van enthousiasme dat mensen in beweging kan zetten. We hebben nog maar pas Pinksteren gevierd en ook dat is een feest over een vuur van begeestering, het vuur van de heilige Geest. Ik hoop en bid dat het vuur brandend blijft om mensen te blijven enthousiasmeren en begeesteren.

Diaken Ton.

Een nieuw beeld van de Kerk

dinsdag, 7 juni 2022|

Veel mensen denken vaak, dat de kerk van Jezus Christus een soort club is, waarvan je lid kunt worden-en blijven- zo lang als het je bevalt. Die kerk moet dan beantwoorden aan onze menselijke verwachtingen. Ze moet een soort ‘welzijnsvereniging’ zijn, waarin iedereen zich thuis kan voelen.

Maar….hoe anders is de Kerk, in de tijd van de leerlingen van Jezus? De leerlingen muntten uit in geloof in Jezus en trouw aan Hem, zelfs als hun dit het leven kost. Die leden dienen Jezus na te volgen in Zijn liefde, ook tegenover hun vijanden. Stefanus is het grote voorbeeld van deze gemeenschap, van deze Kerk. Iedereen kan er toe behoren, zelfs diegenen, die haar aanvankelijk vervolgen zoals Poulus.

In het centrum van deze Kerk en tegelijk aan haar begin en aan haar einde staat Jezus. Hij heeft haar gesticht: Hij houdt haar in stand en wacht op haar leden, als zij in geloof door de dood heen Zijn heerlijkheid binnengaan. Hem volgen en op Hem wachten, dat is de grondhouding van de kerkleden.

Deze houding blijkt vooral uit de eenheid van de christenen. Daartoe heeft Jezus opgeroepen aan het einde van Zijn aardse leven, toen Hij bijeen was met Zijn apostelen en met hen het laatste avondmaal vierde. Die eenheid is geen eenheid op basis van menselijke overeenkomsten, maar een geschonken eenheid in navolging van de eenheid van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, met een eenheid in liefde. Als wij dit alles voor ogen houden, dan ontstaat een heel nieuw beeld van de Kerk. De Kerk wordt dan ‘het huis van God’, de familie van God’, het geestelijk lichaam van Christus. Zij wordt geleid door Jezus zelf en “gevuld” door de heilige Geest en Zijn gaven. Het gaat dus om een heel ander soort gemeenschap dan wij in onze maatschappij kennen. Daarom moeten wij ook oppassen met vergelijkingen van de Kerk met wereldse gemeenschappen. Wij moeten ons steeds afvragen: zie ik Christus in de Kerk? Laat ik de heilige Geest spreken? En mijn medeleden: zie ik hen aan met de liefde van Christus en zoek ik naar eenheid in Hem? Alleen als wij dat doen, bezien wij de Kerk op de juiste wijze. Vandaag de dag is het belangrijk dat juiste zicht te verwerven, want wij ‘geloven’ in de Kerk als de weg van Jezus naar Hem toe, als de stroom van genaden van de heilige Geest, die wij nodig hebben om ons geloof goed te kunnen beleven. Bidden wij tot de heilige Geest om de wijsheid, die ons een zuiver beeld geeft van de Kerk en mogen wij daarnaar ook leven.
Pastoor Godfried B.M. Looijaard

Katholiek-van-huis-uit…..

maandag, 30 mei 2022|

Je hoort nogal wat mensen, als het daarover gaat, zeggen dat ze van-huis-uit katholiek zijn. Bij het tv-programma ‘Tussen kunst en kitsch’ zei iemand laatst, toen bleek dat hij over de nodige kennis beschikte: “Ja, ik heb een katholieke opvoeding gehad.” Veel minder vaak hoor je iemand zeggen: “Ik ben katholiek”, laat staan: “Ik ben van harte katholiek.” De meeste katholieken in ons land – en zeker in Brabant – zijn inderdaad van-huis-uit katholiek: ze zijn in een katholiek gezin geboren, zijn gedoopt, hebben de eerste communie gedaan en zijn soms ook nog gevormd. Maar daarna wordt het voor velen allemaal wat minder helder. Als ik mensen daarnaar vraag, blijkt soms dat ze zelf niet goed weten wat ze zijn: wel of niet katholiek? Er is ook nogal wat gebeurd waardoor het allemaal minder zeker is geworden: met de maatschappij waarin we leven, met de Kerk, met het leven zelf. Als je veel tegenslagen hebt ontvangen, wordt er flink aan je geloofszekerheid geschud. De vanzelfsprekendheid dat je gelooft en katholiek bent, is verdwenen. Je moet er wat voor doen. Zoals dat eigenlijk met alles in het leven is. Wie niet voortdurend traint, wordt geen goede voetballer; wie niet voldoende lichaamsbeweging heeft, wordt al vroeg stram en oud; wie niet voldoende aandacht aan man of vrouw besteedt, zal merken dat de liefde overgaat. Zo is het ook met geloven: daar moet je wat voor doen, tijd voor vrijmaken, aandacht aan besteden. En dat kan op veel manieren. Maar in ieder geval niet met tegenzin, dan wordt het niets. Zoals het niets wordt, als je met tegenzin gaat trainen of een taal gaat leren. Maar wie de stap in geloof zet en volhoudt, voor hem of haar gaat een wereld open. Mensen zijn niet perfect, in de sportclub niet, op het werk niet, zelfs in een vriendenclub niet. Zo zijn ook katholieken niet perfect, maar het katholieke geloof is een mooi en blij geloof. Daarom wens ik u toe, dat u ‘van harte’ katholiek bent of wordt. Als het komende Pinksterfeest dat toch eens kon bewerkstelligen….

Theo Schepens,
emeritus pastoraal werker

Heilig

maandag, 23 mei 2022|

Een verhaal vertelt over een meisje, dat aan haar juffrouw vraagt wat heiligen zijn. De juffrouw neemt haar mee naar een kerk. Daar wijst zij op de glas-in-loodramen en de figuren die te zien zijn, wanneer de zon erop schijnt. En ze zegt dan tegen het meisje: ‘heiligen zijn mensen, waar het Licht doorheen schijnt’.

Ik schrijf u dit, omdat ik op 15 mei op het sint Pietersplein stond samen met duizenden pelgrims om paus Franciscus te horen verklaren, dat o.a. Titus Brandsma was opgenomen in de canon van de heiligen. Deze heiligverklaring was een indrukwekkende plechtigheid.

Ik vroeg mezelf af, hoe en wanneer men iemand ‘heilig’ noemt. Dat hoeft niet zo hoogverheven te zijn, want mijn oma is heilig voor mij. Een geweldige vrouw, die veel heeft meegemaakt en die voor mij als kleinkind een voorbeeld was in velerlei opzichten. Dat raakt aan wat paus Franciscus ooit zei: ‘als je meer wilt weten over heiligheid, kijk dan naar jouw moeder’.

Waarom is deze Titus Brandsma speciaal uitverkoren? Hij waarschuwde al in een vroeg stadium voor het nationaalsocialisme met zijn antisemitisme. Hij werd daarvoor gearresteerd en gevangen genomen. Degenen die Titus gekend hebben, beschrijven hem als een hulpvaardig mens, die streefde naar verzoening en ook in zijn gevangenschap velen tot steun was. Opmerkelijk was, dat hij zijn bewaarders en beulen niet haatte en als mens bleef zien.

Zijn geloof is zeker op de proef gesteld, maar hij kon geestelijk overeind blijven door zijn doorleefde geloof en innige vriendschap met Jezus van Nazareth. Lichamelijk bleef hij niet overeind en verzwakte tot hij in de ziekenbarak van Dachau als ‘nutteloos’ werd beschouwd en een dodelijke injectie kreeg.

Door de vele activiteiten in zijn leven; door de manier waarop hij medemensen tegemoet trad; door zijn volhardende verzet tegen de onmenselijkheid van het regime; door zijn geloof om in elk mens God te zien en zich niet te laten leiden door haat; door zijn steun aan zijn lotgenoten in het kamp; door dat alles werd hij heilig voor mensen en een lichtend voorbeeld. Hij bleef geestelijk overeind en opkomen voor menselijke waardigheid, respect en vrede en raakte mensen in hun hart.

Titus Brandsma is voor mij een voorbeeld om in Berkel-Enschot en daarbuiten te proberen als goed mens te leven. Niet om ‘schijnheilig’ te zijn, maar om de waarden en het leven van Jesus als voorbeeld en uitdaging te beleven en te laten zien dat respect, verdraagzaamheid en menswaardigheid mij heilig zijn.

Ik hoop, dat u en ik iets van zijn spirit mogen ontvangen en daarmee ‘heil’ stichten op de plaats waar we wonen en werken. Vrede en alle goeds.

Jan Joosten, emeritus-diaken

Geloof je het zelf?

maandag, 16 mei 2022|

Toen ik hier net was aangesteld, stuurde een kerkganger mij een mail: “Op de lagere school kregen we uitgebreid godsdienstles. Ik heb daar vooral één ding van onthouden: Als je niet weet of je het gelooft, zeg dan dat je het wil geloven. Dat is ook goed. Wat vind jij daarvan?”

In het Evangelie zegt een man: “Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp.” (Marcus 9,24) En ik heb dat altijd mooi gevonden, omdat ik echt graag alles zou geloven wat onze katholieke traditie ons voorhoudt, maar dat lukt me nooit. Ik heb er altijd veel te veel vragen bij. En het is zóveel, dat kan ik nooit allemaal bevatten.

Maar, als ik het wíl geloven, dan geloof ik het toch eigenlijk al? Intuïtief voel ik aan wat waar is, maar mijn verstand kan het (nog) niet begrijpen. Ik zie dat ook bij mensen om me heen. Niet alleen bij geloofszaken, maar ook in politieke stellingen. Eerst neem je een standpunt in, en dan ga je het (ook voor jezelf) verklaren.

Daarom durf ik gerust de hele geloofsbelijdenis uit te spreken. Ook al weet ook ik niet bij alles meteen precies wat ermee bedoeld wordt. Als je me zou vragen “Geloof je dat nu écht?”, sta ik misschien wel met de mond vol tanden. Maar ik voel aan dat het waar is. Hoe dan ook, zou ik het wíllen geloven.

Frits Hendriks, pastoraal werker

Begin?

dinsdag, 10 mei 2022|

Toen ik als nieuw lid van het pastorale team van de Johannes XXIII parochie in september 2016 in de parochie kwam, is mij gevraagd om één keer per maand een opstekertje te schrijven. Nu was en is schrijven van artikelen voor mij geen vanzelfsprekende dagelijkse bezigheid, ik houd mij meer bezig met cijfers. Toch ben ik maar begonnen met schrijven van Opstekertjes vanuit de positieve betekenis van het woord, namelijk: ‘Een buitenkansje waardoor men wordt aangemoedigd door te gaan’. Ik schrijf mijn Opstekertjes vanuit de dingen die ik meemaak in mijn eigen leven en een streven om daarin steeds God te zoeken vanuit de gedachte ‘Wat vraagt God van mij en wat wil Hij dat ik doe’? Deze gedachte, vraag, heeft alles te maken met roeping. Dit jaar valt roepingenzondag op 8 mei. Misschien is daarom deze gedachte mij ingegeven om hierover iets te schrijven. Er zijn vele roepingen, maar als mens en individu heb je maar één roeping. Deze persoonlijke roeping is door God gegeven omdat Hij wil dat je gelukkig wordt. God heeft daarvoor een plan met jou! Wat je roeping ook is, het vraagt om een fundamentele keuze in je leven: Namelijk de persoonlijke keuze om de wil van God te zoeken en te doen. Dat is niet zo gemakkelijk in deze wereld vandaag die vol rumoer, afleiding, verleiding is. Het lijkt soms een zware opgave om je daar eens van los te maken. Toch is dat van tijd tot tijd nodig om op die manier niet de wil van je omgeving, maar de Wil van God in jouw leven te laten doorklinken. Als je in de Bijbel leest over Jezus, dan weet je dat Hij regelmatig tijd nam om te bidden, vooral ‘s nachts. Bidden is niet meer en niets minder dan een persoonlijk gesprek aangaan met God. Nu kun je denken: ‘Dat kan toch niet!’ Uit eigen ervaring durf, neen, moet ik u zeggen: ‘Het kan zeker wel!’ Luister naar de stem, die klinkt in jouw binnenste, in jouw hart. Daar spreekt God. Daarom wil ik jullie allemaal vragen om eens tijd vrij te maken om samen met God te zijn, alleen jullie twee, en zo te ontdekken wat Hij voor jou in petto heeft. Het kan een verrassende ervaring zijn die ik iedereen toewens.

Diaken Ton.

Geef niet op

maandag, 2 mei 2022|

We merken denk ik allemaal in ons dagelijks leven hoe het leven ons kan verlammen. Er is zoveel bezig in de wereld in het groot maar ook in onze eigen kleine wereld. Er is veel bij wat het donker kan maken en ons de moed kan ontnemen om verder te gaan. We kunnen er lamlendig van worden. Denk ook aan de toenemende hardheid en onverschilligheid in onze samenleving. De oorlogen die ons dagelijks bezig houden en doen huiveren. Maar laten wij ons niet ontmoedigen. Jezus is gekomen opdat wij zouden beseffen dat Hij als de verrezen Heer in alle situaties van het leven aanwezig is en dat wij met Hem stappen kunnen zetten die zonder Hem niet mogelijk zouden zijn. Hij ziet onze moeilijkheden en datgene wat ons verlamt. Maar zijn liefde, de kracht van zijn troostende, barmhartige en genezende aanwezigheid is altijd groter, Hij zegt tegen ons: vat moed, geef niet op. Ik ben bij je en daarom: sta op! Draag een positief toekomstbeeld met je mee en weet dat er altijd  een doorgang mogelijk is.  Jezus leeft, Hij leeft voor ieder van ons en dat als een doorgang , telkens opnieuw, van dood naar vernieuwd leven. Dat Hij dit in ieder van ons mag bewerken.

Pastoor Godfried B.M. Looijaard

Monument voor het overleden ongedoopte kind

maandag, 25 april 2022|

Sinds jaar en dag wordt er begraven op onze begraafplaatsen. Dramatisch is het dat er ooit ook kinderen begraven moeten worden. Ouders verheugen zich op de geboorte van nieuw leven, en nog vóór de geboorte zijn zij met hun zoontje of dochtertje begaan; zij houden van hem of haar vanaf het moment dat het besef er is dat er nieuw leven geboren wordt.

Een drama is het als een kindje dood geboren wordt of kort na de geboorte overlijdt. Vroeger mochten deze kinderen niet in gewijde aarde begraven worden, en in de praktijk was er te weinig aandacht voor het drama dat ouders overkwam. Gelukkig denken we daar in de Kerk nu anders over, en we praten over het ‘doopsel van begeerte’: ouders hadden de intentie hun zoontje of dochtertje te laten dopen en God kent dit hartsverlangen en zal er zijn oplossing voor hebben. Alle kinderen zijn welkom bij God.

Om een tastbaar monument te hebben om deze kinderen te herdenken, die zonder gedoopt te zijn en vaak naamloos werden begraven, heeft de parochie nu een monumentje laten maken voor de begraafplaats in Udenhout.

Het monumentje is vervaardigd door twee Udenhoutse kunstenaars, José McVain en Hans van Oene. Het bestaat uit twee metalen delen (ouders symboliserend) rondom een glazen hartdeel (het kind symboliserend). Het glasdeel bevat vrolijke regenboogkleuren (bijbels hemelteken van Gods belofte) omgeven door fris groene bladeren (symbool van nieuw leven). Als het ware vormen de randen twee beschermende handen. In het midden is er een speelse ballon in de vorm van een hartje, waarvan de lijn gebroken is (toch moeten loslaten, naar boven toe, toevertrouwen aan Gods hand).

Het monumentje wordt ingezegend na de eucharistieviering op zaterdag 7 mei om 19.00 uur in de

St.-Lambertus. Het is dan vooravond van Moederdag, en dat leek ons een geschikte dag voor de inzegening. U bent van harte uitgenodigd voor deze eucharistieviering, in het bijzonder als u een doodgeboren of jong overleden kindje, broertje of zusje had. In de voorafgaande eucharistieviering zullen we stilstaan bij de pijn die ontstond rondom het overlijden van kinderen.

Meimaand Mariamaand

maandag, 25 april 2022|

Traditiegetrouw bidden we in de meimaand de rozenkrans. In De Eikelaar in Udenhout op dinsdag en donderdag na de Mis van 09.00 uur. In de St. Willibrorduskerk na de eucharistieviering van vrijdagmorgen 09.00 uur. We bidden voor vrede in de wereld en vrede in onszelf. U bent van harte uitgenodigd om mee te bidden.

Hernieuwing

dinsdag, 19 april 2022|

Op de vooravond van Witte Donderdag vindt in de St.-Janskathedraal altijd een indrukwekkende viering plaats. Uit alle hoeken van het bisdom komen priesters, pastoraal werkers, diakens en andere belangstellenden naar Den Bosch voor een plechtige viering met de bisschop, naar analogie van de verzamelde leerlingen rond de Heer zelf bij het laatste avondmaal.

Witte Donderdag viert de instelling van de Eucharistie en daarmee ook van het priesterschap. In de prachtige viering hernieuwen de priesters hun beloften uitgesproken bij de wijding. Enkele dagen later, in de Paaswake, hernieuwen de gelovigen de beloften uitgesproken bij hun doopsel: ja, ik wil bij God, Vader, Zoon en Heilige Geest horen; ja, ik wil werk maken van mijn doopsel; en ja, ik wil bij die gemeenschap van Godzoekers horen.

Het is goed om dat bij tijd en wijle nog eens heel bewust uit te spreken en na te denken waar je in geloof naar toe wil. Want met jou JA mag je je ook weer bewust door God aangenomen weten. Kerk zijn is meewerken met Gods werk in deze wereld, waarvan we hopen dat die steeds een stukje mooier wordt.

Tegelijk weten en ervaren we dat dat laatste vaak niet het geval is, zowel in ons persoonlijk leven, in onze omgeving en in de wereld om ons heen. Maar óók dan, en misschien juist dan, kan ons geloof en ons meewerken met Gods wil, hoe klein en onaanzienlijk het ook lijkt, misschien wel juist het verschil brengen.

Moge het hernieuwde bewustzijn en het hernieuwde elan daarbij helpen.

Pastoor Marcel Dorssers

Passieconcert

maandag, 11 april 2022|

De veertig dagen vóór Pasen zijn altijd inspirerend. Zo mocht ik afgelopen dagen genieten van een passieconcert van ons eigen St.-Caeciliakoor: Die sieben Worte Jezu am Kreuz van César Franck. Een geweldige opsteker voor ons koor dat, na coronatijd herrezen, het zingen weer enthousiast oppakt. En voor de toehoorder een muzikale lijdensmeditatie. Ik ben blij dat ik met dit stuk kennis gemaakt heb en ik ga het zeker opnieuw beluisteren.
En of het nu dit stuk is, of één van de passies van J.S. Bach, een andere klassieke lijdensmeditatie, of zelfs de (inmiddels) klassieker Jesus Christ Superstar (A.L. Webber), muziek laat je de emoties van het lijdensverhaal mee beleven: vertwijfeling, angst, bespotting, verlatenheid, schaamte, pijn, vreugde. Zo kun je met je meditatie gemakkelijker de diepte in, en God vinden, ook via de menselijkheid van Jezus.
Jouw lijden, jouw eenzaamheid, doet jou pijn, maar je kunt met je eigen ervaring dus ook ervaren wat een ander voelt. Je kunt daardoor een ander helpen de weg omhoog weer te vinden. Niet voor niets is Pasen het feest van de verrijzenis. We kunnen het niet zelf, maar we mogen Gods handen en voeten zijn om elkaar verder te helpen. Ik wens ons allen van harte toe dat we die handen mogen zijn en dat we die handen om ons heen ervaren, en uit eventuele moeilijkheden kunnen verrijzen.
Zalig Pasen!
Pastoor Marcel Dorssers

Nieuw

maandag, 4 april 2022|

Toen ik mijn vorige Opstekertje schreef, was alles buiten nog kaal en leeg. Het was winter en we zaten in het begin van de Vasten. Nu zijn we alweer een heel stuk verder in de tijd en de vastentijd loopt naar het einde toe. De winter is voorbij en de lente is al begonnen. Als ik buiten in onze tuin kijk, dan zijn er al flinke knoppen aan de struiken en bomen. Sommige bloemen staan al in bloei. De hele natuur staat op springen, zou je kunnen zeggen. Alles begint opnieuw tot leven te komen na een lange periode van winterslaap. Zo mag het ook in ons gelovig leven zijn. De vastentijd is een periode van bezinning, relatieve rust, soberdere vieringen met een ingetogen liturgische kleur van paars. Alles is ‘een beetje minder’ zou je kunnen zeggen. Minder versiering met bloemen. Er klinkt geen Gloria (Eer aan God) en geen alleluja.  Dat ‘een beetje minder’ bedoel ik niet negatief, eerder positief. In mijn dagelijks leven is alles ook ‘een beetje minder’. Ik had me voorgenomen om in de vastentijd wat minder te eten en te snoepen en wat ik daarmee uitspaar te geven aan diegenen die het wat minder hebben. Dat voornemen om minder te eten en te snoepen is niet altijd goed gelukt, moet ik eerlijk bekennen. Toch is het gelukt om wat te sparen en te delen met diegenen die het veel minder hebben. Wat ook is gelukt, is tijd nemen voor rust, gebed en bezinning. Zo is de vastentijd verlopen van een winters kaal en donker naar een veelbelovende lente en licht. En dan denk ik opnieuw aan de natuur en het nieuwe groen en nieuw leven. Op weg naar Pasen begint met Palmzondag en de Goede Week. Op Palmzondag zien we nieuw groen, voorteken van nieuw leven en een teken van hulde en overwinning. Jezus wordt onthaald met gejuich en palmtakken. Hij zal het volk Israël verlossen van het Romeinse Juk, zo was de gedachte. Hoe ontluisterend zijn de dagen na die intocht. Dagen waarin Jezus moet lijden en allerlei bespottingen en vernederingen moet ondergaan. Maar na dit schijnbaar einde, komt een nieuw begin, Pasen. In die hoop mogen wij leven, dat er na een einde ook weer een nieuw begin is.

Diaken Ton.

Palmzondag

maandag, 28 maart 2022|

We beginnen de Goede Week met de intocht van Jezus in Jerusalem. We willen innerlijk meegaan met het lijden en sterven van onze Verlosser, om met Hem te verrijzen. Het lijden en het kruis roepen een natuurlijk verzet in ons op en we zijn er vaak bang voor. Reeds bij het zien van de doodsangst van Jezus haakten de leerlingen af en verzonken in een bedwelmende slaap. Bij de gevangenneming  van Jezus vluchtten zij en Petrus ontkende daarna in alle toonaarden dat hij Jezus kende. Jezus zei niet voor niets dat Hij voor Petrus zou bidden opdat zijn geloof niet zou bezwijken. Ja, Petrus viel en verloochende en weende…. Maar zijn geloof bezweek niet. In tegenstelling tot Judas ging hij na de verrijzenis naar Jezus toe. Hij zegt: “Heer Gij weet dat ik U bemin”. We gedenken deze week dankbaar dat Jezus onze zwakheid op zich heeft genomen en ons niet heeft opgegeven. Hij stierf voor ons en nodigt ons uit om als verloste kinderen van God steeds weer op te staan. Niet te blijven liggen in onze zwakheid, maar op te staan. We hebben een verrijzenis geloof: We geloven dat we met Jezus uit alles kunnen opstaan en verdergaan. In de Goede Week met al zijn vieringen ontvangen we de barmhartige liefde van God en worden we opgericht om deze uit te dragen naar de mensen om ons heen. De liefde van Jezus is sterker dan lijden en dood en zij overwint alles!

Pastoor Godfried B.M. Looijaard

Geluksmomenten

maandag, 21 maart 2022|

Wandelend door ons dorp kom ik langs een groot bord waarop geschreven staat: ‘Hier werken wij aan toekomstige geluksmomenten’. De foto’s op datzelfde bord laten zien dat daar een zwembad in een tuin wordt aangelegd. Mensen zijn gelukszoekers, klein geluk, groot geluk. En het zijn altijd maar momenten, want het volgende moment is dat geluk(sgevoel) al weer voorbij of er doen zich zaken voor die het geluk verpesten. Geluk en ongeluk wisselen elkaar af in ons leven. Op het ene moment ben je blij omdat je een huis hebt gekocht, een maand later hoor je dat je ongeneeslijk ziek bent.

Het grote geluk ligt niet voor het oprapen, we moeten het vaak doen met kleine geluksmomenten: een avondje stappen, naar een voetbalwedstrijd kijken (en hopelijk wint onze club dan), heerlijk in de zon zitten. Maar hoe klein ook, die kleine geluksmomenten zijn wel heel belangrijk voor onze levensvreugde. Voor veel ouderen die aan huis gekluisterd zijn of in zorgcentra wonen, zijn die kleine geluksmomentjes vaak het enige wat fleur geeft aan hun leven: bezoek van kinderen of kleinkinderen, een tekening voor oma, een vakantiekaartje, een belletje, een dagje mee uit nemen. Geluksmomenten zijn belangrijk, ze maken het leven zinvol, maar laten tegelijkertijd zien dat we heel kwetsbaar zijn.

En zo kom ik langs die plek waar gewerkt wordt ‘aan toekomstige geluksmomenten’, maar ik realiseer me dat ook die momenten slechts tijdelijk zijn: af en toe en zolang het duurt, want aan alles komt een eind. En dan schiet mij te binnen wat tot de ‘core business’ van ons christelijk geloof behoort: de eeuwigdurende gelukzaligheid, ook wel aangeduid met ‘hemel’ of ‘leven in Gods eeuwige liefde’. We kunnen het ons niet voorstellen, maar Jezus heeft het vaak over het Rijk Gods of het Rijk der hemelen. Geen geluksmoment, maar eeuwig geluk. Daar kan geen avondje stappen, geen vakantie, geen groot huis of dure auto of wat dan ook aan tippen.

Theo Schepens,
emeritus pastoraal werker

Kromme lijnen

maandag, 14 maart 2022|

En dan is plotseling de wereld anders. Vanzelfsprekendheden zijn er niet meer. Eén man die een (gruwelijke) droom najaagt, vindt het nodig daar vele mensenlevens voor op het spel te zetten, met vele doden en gewonden tot gevolg, vele vluchtelingen en uiteengereten families, verwoeste huizen en een verstoorde infrastructuur waarvan herstel jaren en miljarden vergt.

De balans op het wereldtoneel wankelt. Zelfs wij, zo’n 1.500 km. verderop, en ook de verdere wereld, ervaren de gevolgen, maar het is niets in vergelijking tot het drama en de ontberingen in Oekraïne.

Toch schrijft God ook recht op kromme lijnen. Met alle ellende, verwoesting, terreur, propaganda, desinformatie, leed, dood en verderf, komt gelukkig ook het goede in de mens naar boven. Nederland brengt in enkele dagen € 106 miljoen bijeen. Anderhalf miljoen mensen (bij het schrijven van dit artikel) zijn al opgevangen in buurlanden; vooral ook Polen neemt ruimhartig vluchtelingen op. Wat te denken van de vele hartverwarmende kleine initiatieven van inzamelen en ter plaatse bezorgen van allerlei hulpmiddelen.

Ondanks onrecht, leed en destructie schrijft God recht op kromme lijnen. Gelukkig maar. Ook u en ik kunnen met God meewerken en voor elkaar een teken van hoop en bemoediging zijn.

Pastoor Marcel Dorssers

Waar kom je vandaan?

maandag, 7 maart 2022|

In tijden van strijd wordt ons gevraagd partij te kiezen. Aan welke kant sta je? Bij wie hoor jij? Dat is bij voetbal zo, maar helaas ook bij een oorlog zoals in Oekraïne. Opeens zijn sommige vriendschappen niet meer zo vanzelfsprekend, omdat je bij de verkeerde club hoort. Zo’n zwart-wit denken maakt de wereld niet mooier. We voelen ons thuis bij meer dan één gemeenschap.

Met carnaval word ik er al jaren mee geconfronteerd dat ik niet helemaal ‘van hier’ ben. Dan verlang ik terug naar de tradities in mijn geboortestreek. Daar weet ik wat ik kan verwachten met de vastenavond. Hier moest ik een vriend bellen om mijn feestkleding samen te stellen: de juiste sjaal bleek het belangrijkste. En waar ik zo kan meezingen met Limburgse vastelaovesleedjes, was het repertoire van hier voor mij een onbekend terrein. Ik voelde me wat ontheemd.

Dat bleek ongegrond. Op carnavalszondag trof ik op een grasveld mensen die ooit hier naartoe waren verhuisd en zich moeiteloos hadden aangepast, mensen die nog altijd een beetje vreemd keken naar het carnavalsgedruis, mensen die hier waren geboren en wilden sterven, maar ook mensen die uit het dorp verhuisd waren en nu met carnaval weer thuis kwamen. Dit bonte gezelschap zong, van een blaadje, maar uit het hart: “Ik hou van Berkel-Enschot, hier vuul ik me thuis. Ik wil er altij wonen, vol trots staoi hier mun huis (…) Daarom zal ik vur altij un Knollevreter zèn.”

Als je zwart-wit denkt, is dat natuurlijk onzin. Weinigen zullen echt voor altijd in Berkel-Enschot (of Udenhout of Biezenmortel) wonen. Toch spraken we allemaal de waarheid. Op dat ene moment wilden we niets anders dan altijd op deze mooie manier samen zijn.

Frits Hendriks, pastoraal werker

Het parochieproject 40 dagen 40 vragen heeft dit jaar als thema gemeenschap, stil staan bij wat er om je heen gebeurt. Elke dag een nieuwe vraag via www.40dagen40vragen.nl.

Samen op weg

zondag, 27 februari 2022|

We beginnen als katholieken de vastentijd op Aswoensdag.

Wat betekent vasten? Laat ik eens kijken wat Google daarover zegt. Ik kom onder andere uit op de site van Wikipedia, waar staat: ‘Voor katholieken betekent vasten, het doelbewust afzien van voedsel of andere geneugten, om zo ontvankelijker te worden voor de boodschap van Gods liefde.’

Maar wat betekent deze vastenperiode voor iemand die niet katholiek is of die niet gelooft? Binnen het protestantisme bijvoorbeeld is er geen gezamenlijke kerkelijke traditie van vasten. Wel zijn er individuele protestanten die vasten voor Pasen. Maar wat, als je helemaal niet gelovig bent, heeft de vastentijd dan nog betekenis? Ik denk van wel. Het is een periode van het jaar vlak nadat het carnaval is gevierd, in ieder geval door de echte liefhebbers. Wie niet zo van carnaval vieren houdt, die heeft weer op een andere manier zijn dagen ingevuld.  Misschien wel met een wintersportvakantie of anderszins. Of door ‘gewoon’ te werken. Toch is het voor iedereen heilzaam om na te denken over zaken als: Waarom ga ik zo vaak uit eten? Waarom ga ik zo vaak op vakantie? Waarom rij ik zo’n grote luxe auto terwijl ik met een wat kleiner model ook goed vooruitkom? Waar sta ik in het leven en waar leef ik naar toe? Zovele vragen worden gesteld vanuit het ‘ik’ en er zijn evenzovele antwoorden te geven. Misschien wil ik eens gaan nadenken over het wij in plaats van alleen maar uitgaan van het ik?

Zelf heb ik de ervaring, dat als je iets deelt met de ander je hierover een goed en blij gevoel kan krijgen. Als een gelovig en katholiek mens weet ik uit de Bijbel, dat ik mag delen van alles waarvan ik (meer dan) genoeg heb. Zo ga ik dit jaar mijn vastentijd in: Nadenken over waar ik sta in mijn leven – waarvan heb ik genoeg en wil ik daarvan delen? Ook wanneer dat delen misschien een beetje pijn doet en misschien een beetje hongergevoel geeft. Gaat u ook nadenken over wat delen van jezelf en van alles waarvan je voldoende hebt?

Ik wens iedereen een goede vastentijd toe.

Diaken Ton.

Netje Smits, bij haar heengaan

maandag, 14 februari 2022|

Op 8 februari jl. is Netje Smits overleden, op 85-jarige leeftijd. De meesten van u zullen haar niet kennen. Netje trad niet op de voorgrond, ze was bescheiden. Maar wie de kerk van Berkel binnen komt, kan kennismaken met wat Netje in alle rust en stilte voor de parochie heeft gedaan. In de koepel van de apsis heeft zij de tronende Christusfiguur gerestaureerd; inmiddels al weer ruim 40 jaar geleden. Alle beelden in de kerk zijn door haar beschilderd – gepolychromeerd, met een technische term. De 14 staties van de kruisweg, aanvankelijk helemaal wit, zijn door haar van een lichte kleur voorzien. En jaarlijks konden we genieten van de beelden van de kerststal, door haar gemaakt. Netje was kunstzinnig, ze had de Tekenacademie in Tilburg doorlopen en naast werken voor zichzelf heeft ze haar talenten ingezet voor de parochie. Daarnaast was ze jarenlang lid van het gemengd koor. Met Netje verliezen we een vrijwilliger zoals er vele zijn: betrokken, in alle eenvoud doen wat er gedaan kan worden.

Elf maanden geleden hoorde Netje dat ze ziek was, vier dagen voordat haar man Jan plotseling overleed. Genezing was niet mogelijk. Het is wonderbaarlijk hoe Netje al die maanden is geweest en heeft geleefd. Door haar ziekte kon ze niet veel meer, maar nog wel lezen. Ik heb haar vaak aangetroffen al lezend in een dik boek van 400-500 pagina’s, alsof ze nog alle tijd van leven had. Ik heb haar nooit horen klagen, ze bleef niet hangen in het verleden, maar leefde naar de toekomst. Voor die toekomst was ze niet bang. Ze was nuchter: over de dood kon ze vrijuit spreken. Ze was humoristisch: dat was haar manier om het leven te relativeren. En ze was gelovig: ze zag de toekomst met vertrouwen tegemoet. Op haar ziekbed lag een boekje met de Psalmen, daar las ze dagelijks in. Psalm 131 was haar lievelingspsalm. “Een van de kortste”, zei ze met een glimlach. Een enkel woord, een enkele zin was voor haar voldoende; daar kon ze weer mee verder. De tekst van die psalm is als volgt: ‘Mijn hart is niet hoogmoedig, Heer, mijn ogen kijken niet verwaand. Ik streef ook niet naar grote daden, hoger dan ik reiken kan. De stormen zijn bedaard in mij en vredig is mijn geest. Zoals een kind op moeders schoot, zo veilig voel ik mij.’ In dat gelovige vertrouwen is ze ook gestorven. “Adieu”, zei ze, toen we afscheid namen en daarbij wees ze naar boven.

Theo Schepens,
emeritus pastoraal werker

Opschuiven

maandag, 7 februari 2022|

De jaarwisseling kwam voor mij persoonlijk met een lach en een traan. Vlak vóór Kerstmis overleed mijn tante zuster. 100 Jaar. Een geweldig mens met wie ik een fijne band had. Nuchter, hartelijk, een mooi geloof en een leven lang hard gewerkt in dienstbaarheid. En hoewel je met mensen van deze leeftijd weet dat het geen tien jaar meer duurt, is het toch zuur als corona een verzwakte gezondheid hard treft.

En net na de jaarwisseling werd ik voor de elfde maal oudoom. Dat klinkt misschien wel oud, maar mijn neefjes en nichtjes zitten nu in de leeftijd dat er gezinnen gesticht worden. Voor deze neef en zijn vrouw was het de eerste maal, dus veel verandering en veel geluk voor dit jonge gezin.

Zo met dit overlijden en met deze geboorte bedacht ik me dat we allemaal opschuiven. Ieder jaar een jaartje erbij, en langzaamaan rolt iedereen in andere levensfasen. Dat is eigen aan het leven, en als mens zijn we onderdeel van de natuur die ook een cyclus kent van lente, zomer, herfst en winter.

We mogen ons daarbij gedragen weten door de goede God die een leven lang met mensen mee optrekt, die naast ons staat, als wij Hem maar willen toelaten. Hij die staat aan het begin van ieders leven, en die we aan het einde van ons leven mogen ontmoeten. Dat is een bemoedigende gedachte voor ons leven nu, en een hoopvol uitzicht voor na ons leven hier en nu.

Pastoor Marcel Dorssers

Eigen wijsheid

maandag, 31 januari 2022|

Soms vragen mensen mij tijdens een huisbezoek om advies. Ik weet mij daar niet echt raad mee. Ik heb zoveel minder levenservaring dan de meeste van mijn gesprekspartners. Dan zeg ik iets als: “Ik ben hier om te luisteren en om af en toe een vraag te stellen. Ik heb niet zoveel te geven.” Ik leer juist zelf zoveel van al die gesprekken. Over omgaan met lijden en dood bijvoorbeeld. Mensen hebben vaak een diepe kracht in zichzelf om daarmee om te gaan. Daar kan ik alleen maar bewonderend bij stamelen.

Laatst hoorde ik bij iemand: “Haast je als je tijd hebt, dan heb je tijd als je haast hebt.” Ik heb deze uitspraak zo vaak in mijzelf herhaald, dat ik niet meer weet van wie ik ‘m gehoord heb. Mijmerend probeer ik er iets van toe te passen in mijn eigen leven. En soms herhaal ik deze wijsheid bij een pastoraal gesprek, als een verkapt advies, maar niet van mezelf.

Bij een andere parochiaan kreeg ik een gedicht mee naar huis van Ida Gerhardt. Zij schrijft over wat je kunt doen als je ‘kwade dagen’ hebt. Het eindigt met:
Zoek het bij een goede vriend, u toegewijd,-
een die u niets verwijt, niets vraagt, niets raadt,
maar u verdraagt met uw beschreid gelaat.
Die, zèlf zwijgzaam, u kent voor wie ge zijt
en merkt dat het, nog bevend, berg-op gaat.

Wat heb ik daaraan toe te voegen?

Frits Hendriks, pastoraal werker

Stilte

maandag, 24 januari 2022|

Het nieuwe jaar is alweer enkele weken oud. Na een vakantie van twee weken rondom Kerstmis en Nieuwjaar, ben ik in het dagelijkse werk weer druk met kostprijsberekeningen voor drinkwaterproductie en afvalwaterzuivering. Er komt heel wat bij kijken om water voor consumptie gereed te maken. En ook zijn er vele deelprocessen nodig om het water dat wij gebruikt hebben, weer zo te zuiveren dat het terug kan stromen in het oppervlaktewater zonder schade toe te brengen aan de natuur. Processen van zuivering kunnen we ook als beeld gebruiken voor ons lichamelijk en geestelijk welzijn. Wat moeten we niet of niet overmatig eten en drinken, zonder dat ons lichaam hiervan last heeft en schade ondervindt? Misschien wel blijvende schade. En waar moeten we onze zintuigen en geest niet mee belasten, om ervoor te zorgen dat er geen schade optreedt? Wat zouden we wel moeten doen voor ons geestelijk welzijn? Nu ben ik geen psycholoog of psychiater, maar gezond verstand gebruiken werkt voor mij prima. Toch zijn er momenten dat ik mezelf niet helemaal in balans voel. Op die momenten probeer ik rust te vinden. Een stil plekje zoeken en wegzinken in meditatie en gebed. Op de een of andere manier werkt het voor mij blijkbaar als ik de dingen die mij (te) veel bezig houden bij God kan brengen. Hij heeft altijd een luisterend oor voor mij, daarop vertrouw ik. En na zo’n moment van ‘in de stilte’ te zijn geweest, kan ik weer verder. Misschien werkt het voor u ook, om af en toe de stilte te zoeken. Even weg uit de hectiek van het dagelijks bestaan. Ik wens u een ontspannende stilte toe.

Diaken Ton.

Lawaai in onze wereld

maandag, 17 januari 2022|

Onze wereld maakt lawaai om de stem van God toch maar niet te horen. Waarom eigenlijk? Omdat de boodschap van Jezus geen gemakkelijke…  geen  aantrekkelijke  boodschap is. Dar Rijk Gods namelijk waarover Hij voortdurend praat en waartoe Hij iedere mens, keer op keer, uitnodigt, is geen supermarkt, waar naar onze smaak en naar onze verlangens  wat te halen is. Dat Rijk Gods is precies het tegenover gestelde en gaat in tegen onze hebzuchtige geest en mentaliteit. In het Evangelie staat geschreven dat het Rijk Gods met geweld veroverd moet worden. Geloven in Jezus als de levende openbaring van het Rijk Gods is geen gemakkelijke opgave. Het is meer dan bidden alleen. Het is de moed en de durf om de gestalte en het beeld van Jezus zichtbaar te maken in onze kleine wereld. Ons geloven wordt pas geloofwaardig als we hieraan werken met vallen en opstaan. Het is een rijkdom die veroverd moet worden tegen de soms opstandige en lawaaierige geest in onszelf. Hij, Jezus van Nazareth, wil ons de rijkdom verschaffen die onze wereld niet kan geven. Het is de rijkdom van zijn Koninkrijk: de rijkdom van vrede, de rijkdom van breken en delen, de rijkdom die liefde heet.

Pastoor Godfried Looijaard

Titus Brandsma: een voorbeeld voor ons?

maandag, 10 januari 2022|

In de loop van dit jaar zal ons land er een nieuwe heilige bijkrijgen: Titus Brandsma, een pater karmeliet, die in 1881 in Friesland geboren is, maar opgroeide en werkzaam was in Megen, Oss en Nijmegen. In 1942 werd hij in het concentratiekamp Dachau om het leven gebracht, omdat hij zich krachtig verzet had tegen de nazipropaganda.

Een nuchtere Nederlander zou kunnen vragen: “Een heilige, wat moeten we daarmee? Zijn dat geen mensen uit het verleden? Oude koek?” Het klopt dat Titus Brandsma in de eerste helft van de vorige eeuw leefde, maar voor het overige was hij een man van de tijd. Hij was wetenschapper, rector van de Nijmeegse universiteit, gaf colleges en lezingen, maar was ook journalist,  publicist en redacteur van tijdschriften en bladen. Hij wist goed wat er in de wereld gaande was en leverde al in de jaren dertig forse kritiek op de nationaalsocialistische ideologie en politiek. Tijdens de oorlog organiseerde hij het verzet van katholieke bladen tegen nazi-advertenties. Hij was niet bang, wist van de risico’s die hij liep, maar bleef zijn stem verheffen. Dat heeft hij met gevangenschap en uiteindelijk zijn dood moeten bekopen. In de gevangenis was hij bovendien voor zijn medegevangenen een grote morele en spirituele steun.

Heiligen zijn er in vele soorten, sommige spreken ons meer aan dan andere, maar allemaal zijn ze in een bepaald opzicht bijzonder. Ze worden ons ten voorbeeld gesteld. Titus Brandsma maakt ons in denken en doen duidelijk dat een christen weliswaar ‘in de wereld, maar niet van de wereld’ is (vgl. Joh. 17,15-17). Hij doorzag helder dat de nazi-ideologie haaks stond op de christelijke waarden en stak zijn kritiek niet onder stoelen of banken. In dat opzicht is hij een moderne heilige die ons in onze tijd veel te zeggen heeft. Want in toenemende mate raakt onze samenleving vervreemd van het christelijke gedachtegoed en de christelijke waarden. Gaan we daarin mee of blijven we kritisch? Laten we onze stem horen, zoals Titus in zijn tijd deed, of laten we het maar gebeuren?

Theo Schepens, emeritus pastoraal werker.

Vrede

maandag, 20 december 2021|

De komende feestdagen – Kerstmis en de jaarwisseling – hoe zit het met onze vrijheid en vrede? De Advent, de tijd van voorbereiding op de komst van het Kerstkind, is bijna voorbij. Nog maar enkele dagen en we vieren de geboorte van Gods zoon, het kindje Jezus. Vol verlangen zie ik, samen met u, uit naar deze dag. Ik moet hierbij altijd terugdenken aan de geboorte van ons eerste kindje op vierentwintig december negentienhonderdvierentachtig. Vol verwachting maar ook met enige spanning zijn Annie en ik toegeleefd naar dat moment. En onze vreugde en blijdschap, naast ook andere emoties bij deze geboorte, zijn onbeschrijfelijk. Nieuw leven, een godsgeschenk. Met die gedachte en emotie wil ik ook elk jaar weer toeleven naar Kerstmis.  Kerstmis, dat in ons moderne en welvarende Nederland vooral is geworden tot een feest van veel uiterlijkheden zoals lekker eten en drinken met het eigen gezin, familie en goede vrienden. En daar is niets mis mee. Samen zijn met familie is kostbare tijd. Buiten in de straten en op de pleinen wordt de tijd rondom Kerstmis gekenmerkt door de drukte in winkels, de bijzondere feestverlichting in straten, aan huizen en in tuinen. Ook daarmee is niets mis. Maar Kerstmis is veel meer dan alleen dit uiterlijk zichtbare. Kerstmis is ook een feest van vrede. Het vrede op aarde voor alle mensen … Bekend uit de geschiedenis is de ‘vrede’ door het afroepen van een ‘staakt het vuren’ tijdens grote oorlogen en gewelddadige conflicten. Maar helaas zijn dat maar korte momenten van rust. Het is zelfs een soort van rust die niet helemaal zonder bijbedoelingen is. Hoe anders is de vredewens van God. Hij die zijn enige Zoon als een kwetsbaar kindje geboren laat worden in een gewelddadige wereld. Een van de vele titels die aan dit Kind wordt toegekend is: Vredevorst. Jezus komt om onder de mensen te leven en hen de weg te wijzen die leidt naar zijn Vader en eeuwig leven in een Rijk waar het eeuwig vrede is. Ik nodig u allen uit om met vreugde en verlangen toe te leven naar de komst van het kindje Jezus. Dit Kerstkind te omarmen, zoals Het u omarmd. En in deze omarming vrede, rust en liefde te vinden in uzelf, in uw relatie, in het gezin, in uw vriendschappen, in de parochiegemeenschap, in het leven van alledag. Ik wens u Zalig Kerstmis.

Diaken Ton.

Advent / Kerstmis 2021

maandag, 13 december 2021|

Nog een kleine week en er staat ons weer te wachten, dat we in vreugde en vrede de komst van de mens geworden Zoon van God mogen vieren. De Advent geeft in de Latijnse betekenis van dit woord duidelijk aan waarom het gaat. Letterlijk vertaald betekent het immers “de komst naar”. Het gaat dus om de komst van God naar deze gebroken wereld, naar onze gevallen mensheid, naar ons die Gods verlossing en verzoening nodig hebben.

Als we vinden, dat onze wereld nogal behoorlijk functioneert, dat de mensheid er overal een toonbeeld is van hoge beschaving en liefdevolle saamhorigheid en dat we persoonlijk eigenlijk dus geen verlossing en verzoening nodig hebben omdat we onszelf wel kunnen redden, dan is de menswording van Gods Zoon dus niet meer van belang en zouden we het kerstfeest inderdaad steeds meer moeten beperken tot gezellige en vooral overvloedige maaltijden en het uitdelen van allerlei geschenken aan elkaar.

Zo is het echter niet voor ons, die in nederigheid uitzien naar de komst van de Verlosser en naar het eeuwig leven dat Hij met Zijn menswording, Zijn dood en verrijzenis voor ons toegankelijk heeft gemaakt. Als we ons daar af en toe toch steeds weer meer van bewust worden dan zal het ons gelukkig maken in ons leven.

Ik wens u nog heel mooie voorbereidingsdagen toe en voor straks een gezegend kerstfeest.

Pastoor Godfried B.M. Looijaard

Kerstmis in coronatijd

maandag, 6 december 2021|

Alweer geen nachtmissen dit jaar met Kerst, evenals vorig jaar. De Nederlandse bisschoppen hebben daartoe besloten, omdat ze willen aansluiten bij de nu geldende regel om tussen 17.00 en 5.00 uur samenkomsten tot een minimum te beperken. Dat is geen ‘opstekertje’, maar een regelrechte teleurstelling, want ik had me er zo op verheugd: in het donker naar de kerk, waar een feestelijke sfeer heerst, met veel kaarsen en mooie bloemen, waar de vertrouwde kerstliederen worden gezongen. Met als hoogtepunt het kerstevangelie, zo vertrouwd, je kent het bijna uit je hoofd, maar toch: zonder kerstevangelie geen Kerstmis. Want daar gaat het om: de geboorte van Jezus, Gods zoon die mens wordt, een mysterie dat wij niet kunnen vatten, maar dat juist daarom blijft intrigeren en uitnodigt tot beschouwing.

Maar ook dit jaar zit het er niet in, vanwege het coronavirus dat maar blijft rondgaan. We worden als gelovigen gedwongen Kerstmis op een andere manier te vieren. En juist vanmorgen, nu ik dit artikel schrijf, staat er in de krant een zin die ons verder kan helpen: “Kijken wat wel kan levert meer op dan jammeren.” Het gaat daarbij over amateurvoetbalclubs, maar voor gelovigen en de kerk geldt hetzelfde. En er kan best veel, zeker voor wie wil en een beetje creatief is. Eigenlijk zitten we daarmee een beetje – een heel klein beetje, maar toch… – op dezelfde lijn als Maria en Jozef. Want hun kind kon niet, zoals gewenst, geboren worden in Nazareth, ze moesten naar Bethlehem. En daar waren ze niet welkom in de herberg; hup, dan maar naar een stal.

We gaan Kerstmis dus anders vieren en zullen de nachtmis op de tv volgen, dit jaar zowaar vanuit onze eigen kathedraal: de Sint Jan in Den Bosch. Niet met een kop koffie of glas wijn in de hand; die zijn voor daarna. En de mobiel uit! Alle rust en aandacht voor de viering, het ritueel, voor de gezangen, de schriftlezingen, de woorden die gesproken worden en de gebeden. Laat het maar op je afkomen, alsof je een herder bent in het open veld, die in het holst van de nacht door een engel wordt aangesproken. En op Eerste en Tweede Kerstdag mogen we wél naar de kerk. Trouwens ook op de zondagen vóór Kerstmis, de zondagen in de Advent, uitdrukkelijk bedoeld ter voorbereiding op Kerstmis. En ieder weet: een goede voorbereiding is het halve werk. Ik wens u een goede weg naar Kerstmis toe.

Theo Schepens,

emeritus pastoraal werker

Gulden mis

maandag, 29 november 2021|

Onze katholieke traditie herbergt een keur aan schatten. Af en toe verdwijnt er iets naar de achtergrond, en af en toe wordt er iets naar boven gehaald van wat alweer even vergeten was. Zo zie je in de laatste tijd dat er in de Advent, dan hier, dan daar, veelal bij jonge priesters, een wat vergeten gebruik opnieuw beleefd wordt, namelijk de Gulden Mis.

De vorm van deze mis spreekt, zeker in de donkere dagen voor Kerstmis, bijzonder aan. De mis wordt immers gevierd bij uitsluitend kaarslicht. Dat geeft een mooie ambiance in deze tijd waarin de symboliek van licht en donker een grote rol speelt. Christus, het Licht der wereld, is komende.

Spiritueel is deze mis verbonden met Maria, die het Kind verwacht en het Licht in de wereld helpt brengen. Het volksgeloof heeft grote verwachtingen van de hulp van Maria bij de noden die in deze mis bij God gebracht worden. Zij draagt immers de Heiland in haar eigen schoot: hoeveel dichterbij kun je het hebben?

Nieuwsgierig geworden, of hebt u een bijzondere intentie die u door Maria’s bemiddeling bij God wilt brengen? Kom dan op dinsdag 14 december om 19.00 uur naar de St.-Willibrorduskerk en ervaar de unieke sfeer en het ingetogen, vertrouwvol gebed in deze bijzondere viering. Van harte welkom!

Pastoor Marcel Dorssers

VANWEGE DE GELDENDE CORONA-MAATREGELEN IS DEZE VIERING VERPLAATST NAAR DONDERDAG 23 DECEMBER OM 08.00 UUR.

Zorg jij dat alles klaar staat?

maandag, 22 november 2021|

En toen was ik koster. Bij een retraite van het Sint-Janscentrum stond mijn naam op de takenlijst bij ‘afwas avondmaal’ en als koster. Afwassen kan ik wel, maar kosteren? Dat had ik nog nooit gedaan.

Dat hoeft in onze parochie ook niet. In alle drie de kerken zijn er kosters om de boel in gereedheid te brengen voor de verschillende vieringen. In de Lambertuskerk regelen Bert, Jan-Karel, Piet en Tiny het. In de Caecilia werkt Jeanne samen met Ad, Bep, Marcel en Wim. In de Willibrorduskerk is Diny de vraagbaak die voor elk verzoek een oplossing vindt, samen met Ria.

Het valt pas weer op wat een werk deze vrijwilligers verzetten, als je het voor de eerste keer zelf moet doen. Zoveel dingen om aan te denken, zoveel mensen om mee samen te werken. En iedereen vindt er wat van. De inrichting van de kerk en de manier van vieren gaan mensen aan het hart. Een koster moet daarom zorgvuldig te werk gaan.

Vijf minuten van tevoren werd er bij mij nog even om wierook gevraagd. Of werd er gezegd dat er toch een bepaald heiligenfeest zou worden gevierd. Een andere keer vroeg ik zelf of er nog iets speciaals moest komen, maar niemand in de sacristie hakte echt de knoop door. Ik snap nu waarom ooit een koster zei: “Het maakt mij niet uit wat je vraagt, al wil je de hele kerk verbouwen, als je maar duidelijk vooraf zegt wat je wil.” En dan staat alles altijd klaar.

Dank ik onze kosters wel genoeg voor al hun werk?

Frits Hendriks, pastoraal werker

Verwachting

maandag, 15 november 2021|

We leven in een periode van het jaar dat ‘verwachting’ een belangrijke plek inneemt. Als voorbeelden hiervoor noem ik: Onze verwachting naar coronacijfers en de hoop op een ingezette daling in plaats van stijgende besmettingscijfers, onze verwachting naar de intocht van Sinterklaas zaterdag 13 november, pakjesavond 5 december en natuurlijk de verwachting van kinderen “Wat ik in mijn schoentje vind?”, het feest van Sint Nicolaas op 6 december, de verwachting in de Adventtijd en voorbereiding op het feest van Kerstmis, de verwachting van Kerstmis – de geboorte van het kindje Jezus, de verwachting van de jaarwisseling. Een hele opsomming van verwachtingen voor deze maand en de decembermaand. Wat betekenen deze verwachtingen voor ieder van ons persoonlijk. De ene persoon zal aan al deze verwachtingen een meer materialistische koppelen en een ander zal een meer geestelijke verwachting hebben. Voor mijzelf gesproken, is de Advent vooral een tijd van verwachting en een geestelijk voorbereiden op de komst van het kerstkindje, Jezus. Gods zoon die als een klein en kwetsbaar kindje in deze wereld wordt geboren. Hoe bereid je jezelf voor op deze geboorte? Als je ‘iets’ heel belangrijk vindt, dan geef je dat aandacht en zorg. Het houd je bezig, elke dag. Je staat er mee op en je gaat ermee naar bed, zou ik haast willen zeggen. Het geloof in God en zijn onvoorwaardelijke liefde houdt mij ‘in verwachting’. Dit betekent voor mijzelf, dat al het andere, het materialistische, het uiterlijke vertoon naar de achtergrond wordt geplaatst. Je ziet het nog wel, maar het lijkt onbelangrijk. Alleen het verlangen naar de ontmoeting met God in het vieren van de geboorte van Gods zoon, het kindje Jezus is belangrijk. Ik wens iedereen een verwachtingsvolle tijd toe.

Diaken Ton.

Voel ik mij geliefd?

maandag, 8 november 2021|

“God houdt zoveel van ons dat hij steeds dichter bij ons wil zijn.” Dat is een uitdrukking die ik wel eens gebruik in een preek of een Opstekertje. Maar niet iedereen kan daar iets mee. Een tijd geleden sprak iemand mij aan: “Je zegt wel: ‘God houdt zoveel van ons…’ maar ik merk daar helemaal niets van.”

Toen stond ik met de mond vol tanden. De katholieke traditie mag dat inderdaad mooi vertellen, maar wat als je er helemaal niets bij voelt? Moet je dan iets speciaals doen om het toch te kunnen ervaren? Of heb je juist iets verkeerds gedaan, waardoor het gevoel verdwenen is?

Henri Nouwen heeft er volgens mij zijn hele leven mee geworsteld. Hij was in de jaren tachtig en negentig een groot geestelijk schrijver; 25 jaar geleden overleed hij. Zijn werk ‘Eindelijk thuis’ is vaak bekroond als beste religieuze boek. Hij schrijft daarin onder andere dat hij kind van God de Vader wil zijn om zich te kunnen wentelen in de onvoorwaardelijke liefde die een ouder heeft voor zijn of haar kind. Ook in andere werken herhaalde hij steeds: Jij bent een geliefd kind van God.

Het was niet zozeer omdat hij dat zelf zo ervoer, maar omdat hij het wilde ervaren. Niet omdat hij het zo diep geloofde, maar omdat hij het wilde geloven. Hij herhaalde het steeds weer, omdat de katholieke traditie hem dat aanreikte, maar hij er in de praktijk niet altijd iets van merkte.

Hij wilde aan iedereen zeggen, juist aan de mensen die weinig van Gods liefde merken, juist aan zichzelf: God houdt van jou en wil je nabij zijn. Hoe vaak moeten we zoiets horen, hoe vaak moet iemand ons dat zeggen, voordat we God in ons eigen leven zo sterk ervaren?

Frits Hendriks, pastoraal werker

Ciske Gielen

maandag, 1 november 2021|

U kent hem niet. Ik ook niet, d.w.z. ik heb hem nooit gezien. Ik zou niet weten hoe hij eruit ziet, wat voor werk hij deed en of hij getrouwd was en kinderen had. Ik ken hem alleen door één gevleugelde zin die ons moeder thuis regelmatig gebruikte. En die zin luidde: “Al doende leert, zei Ciske Gielen”. Als wij om hulp vroegen, kon ons moeder zeggen: “Probeer het maar, je kunt het wel.” En als dat dan lukte, zei ze vaak: “Zie je wel.” En voegde daar dan meteen aan toe: “Al doende leert, zei Ciske Gielen.” Op die manier leeft Ciske onder ons voort.

We zijn inmiddels allemaal rond de zeventig en nog steeds gebruiken wij bij tijd en wijle dat gevleugelde woord van Ciske. Laatst was dat weer het geval, maar tegelijkertijd – het zal door onze leeftijd komen – beseften we dat onze kinderen noch Ciske, noch zijn gevleugelde woord kennen. “Neen”, appte mijn broer, “ik heb dit niet doorgegeven aan mijn kinderen. Dit gezegde zal uitsterven, ben ik bang.” En zo treft Ciske en zijn gevleugelde woord hetzelfde lot als de meesten van ons: na een paar generaties verdwijnen wij in de vergetelheid. Steeds vager wordt de herinnering aan ons tot wij uiteindelijk opgaan in de geschiedenis.

Hoe anders is dat met Jezus. Al 2000 jaar dood, maar niemand is zo bekend als Hij. En zijn woorden gaan de wereld rond. Er is geen boek dat zo verspreid is als het boek met zijn woorden. Woorden die te denken geven, die mensen tot actie aanzetten, woorden waar mensen kracht en troost uit putten. Om er een paar te noemen: ‘Waarom kijkt gij naar de splinter in het oog van uw broeder en merkt gij de balk niet op in uw eigen oog?’ (Mt. 7,3); ‘Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken’ (Mt. 11,28); ‘Wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn’ (Mc. 10,43); ‘In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen’ (Joh. 14,2).

Het zijn woorden die eeuwigheidswaarde hebben. Daarom worden ze doorgegeven, van generatie op generatie. En elke generatie heeft de verantwoordelijkheid om die woorden door te geven. Ook de onze!

Theo Schepens, emeritus pastoraal werker

Herinneringen

maandag, 25 oktober 2021|

De dagen korten, het blad valt, de natuur maakt zich op voor de koude periode. Het oogt doods. Toch, onderhuids blijft er leven. Het mag in deze dagen beeld zijn van ons verrijzenisgeloof.

Met Allerzielen gedenken wij onze dierbare doden, hen die wij missen. Mensen die ons, door hun woorden en daden, door hun liefde, mede gevormd hebben tot de mens die wij nu zijn. Zo dragen we nog altijd de sporen van hun invloed in ons eigen leven mee.

Bij tijd en wijle kan het ons overvallen dat ze niet meer onder ons zijn. Een sfeer, een geur, een foto, een melodie kan ons, als in een flits, terugbrengen bij hen, en als een pijnscheut ons duidelijk maken dat we hun aanwezigheid, liefde en vriendschap zó missen. Het kan ook niet anders. Als innig verbonden mensen ons ontrukt worden, zijn we beschadigd en gemankeerd.

Allerzielen betekent herinneringen aan dierbare mensen én ook vooruitzien. Immers, ons geloof biedt ons een uitzicht in koude en natte herfstdagen: we zien uit naar een nieuwe lente. Met de verrezen Heer kijken wij uit naar nieuw leven voor onze doden, en naar een hereniging ooit, in een andere tijd en een nieuwe wereld.

Ergens zegt ons menselijk aanvoelen al dat een mens te kostbaar is om gewoon voorbij te gaan. En op het woord van Christus vult ons geloof aan dat er voor ons, mensen, plaats is bij God. Die overtuiging, de kracht van dat geloof, wens ik ook u van harte toe, in het bijzonder in moeilijke momenten van gemis.

Pastoor Marcel Dorssers

Stilte: mag het wat minder?

maandag, 18 oktober 2021|

Pas hield ik een lezing over mijn kloosterleven. Ik stond wat langer stil bij stilte. Dat is een breed en divers onderwerp. Gerard van Maasakkers zong al: “De stilte is heilzaam en helend, zaacht as ‘ne zalf op ’t zeer van ’n wond,” maar ook “de stilte is hard, ongenarig vervelend.” Het is zoeken hoe je stilte in jouw leven kunt vinden en wat het voor jou kan betekenen. We kunnen elkaar daarin inspireren, door erover te praten of door samen stil te zijn.

Dat probeerden we bij de pelgrimage Johannes XXIII naar Maria. We liepen vanuit Biezenmortel gezellig pratend, maar in het Bossche broek zouden we stil zijn. Rustig in de natuur, spontaan biddend tot de Schepper ervan. Dat gaf een extra dimensie aan de tocht. Al durfde niet iedereen het aan om stil te zijn, sommigen kletsten door.

In kloosters weten ze hoe moeilijk het is om stil te worden en het dan ook te blijven. Er wordt dan gezegd: “Blijf in je cel.” Blijf in de stilte, ook al is dat ongemakkelijk en schreeuwt alles in jou om drukte en geluid. Zet dan geen radio of tv aan, ga niet bellen of appen. En je zult zien -zo zegt de traditie- dat na een eerste moeilijke tijd er iets nieuws doorbreekt.

Als parochie hebben we onze Mariakapellen als stilteplekken en in de doordeweekse vieringen heeft stilte ook een plaats. Maar misschien denk je: “Stilte? Het is hier in huis altijd stil; ik zou juist meer reuring willen.” Dan kun je de parochie vragen om iemand van de bezoekgroep langs te sturen. Die biedt een luisterend oor. Zelf zal deze wat stiller zijn, om jouw verhaal beter te kunnen horen.

Frits Hendriks, pastoraal werker

Groeipijn

maandag, 11 oktober 2021|

Ieder persoon is anders, gelukkig maar. Bijvoorbeeld is de ene persoon stil en rustig terwijl een ander druk is en (soms) luidruchtig. De rustige persoon neemt vaak de dingen zoals ze zijn. De drukke persoon probeert anderen te overtuigen, vaak op luide toon en met veel gebaren. Een ander voorbeeld van verschillende personen zijn man en vrouw in de relatie van een huwelijk. Ze zijn niet alleen lichamelijk anders maar hebben ook verschillende karakters. Als verschillende personen mogen zij elkaar aanvullen en groeien in hun relatie. In een parochiegemeenschap zijn er eveneens personen van allerlei karakters. Je hebt rustige en drukke mensen of iets wat daartussen ligt. En dan heb je ook nog een onderscheid in denkers en doeners. In al deze verschillende karakters mogen zij elkaar aanvullen en versterken en de parochiegemeenschap meehelpen om te doen groeien en bloeien. Dat gaat met vallen en opstaan en soms moeten we twee stappen terug doen om een stapje vooruit te kunnen zetten. Laten we dit maar groeipijn noemen. Als kind kan ik mij nog herinneren last te hebben gehad van groeipijn. Dat is iets wat je lichamelijk overkomt. Groeipijn in de parochiegemeenschap wil ik eerder vergelijken met geestelijke groeipijn. In november start in onze parochie een nieuw project: Familiepastoraat. Ook dit project zal waarschijnlijk wel wat groeipijntjes gaan geven en misschien voelen we die nu al een beetje. Maar ik vertrouw erop dat deze groeipijntjes over zullen gaan in de vreugde van groeien, groter worden, volwassener worden als parochiegemeenschap. En in het volwassener worden helpen wij mee om Gods Rijk hier en nu op te bouwen. Ik wens iedereen de vreugde van geloof in en groei van Gods Rijk.

Diaken Ton.

Oktober, maand van de Rozenkrans

maandag, 4 oktober 2021|

De kerk kent haar ritme in de bijzondere tijden van het jaar met haar grote en kleine feesten. Het zou goed zijn als wij als kerkgemeenschap daarop aansluiten. Er is gelukkig veel bewaard gebleven. De traditie in de kerk is sterk en draagt een mens verder, ook in zijn of haar geloof. Wij kunnen elkaar verrijken als wij met elkaar delen hoe wij concreet invulling geven aan ons godsdienstig leven. Het samen bidden van de rozenkrans, in deze oktobermaand blijft altijd zijn waarde behouden. Het is het gebed van de kerk door de eeuwen heen. Deel dat met elkaar. Je kunt er anderen een grote dienst mee bewijzen en vooral ook jezelf.

Door het bidden van de rozenkrans eren wij Maria en wij overwegen het leven van Jezus, in al zijn facetten. In het mediteren over de gebeurtenissen van Jezus leven kunnen wij inspiratie en steun putten voor ons eigen leven. Maar ook door op te zien naar Maria, die als Zijn moeder Jezus zo nabij was tot onder het kruis, kunnen wij kracht en troost krijgen. Het rozenkransgebed is een machtig gebed. Steeds weer opnieuw, al eeuwen lang, wordt dit gebed gebeden en velen hebben er kracht en steun door gevonden. Laten ook wij steeds weer onze toevlucht nemen tot God en Maria, door het bidden van de rozenkrans. Het is niet ouderwets of saai. Integendeel, het is een machtig gebed in het leven van elke christen van onze dagen. Het rozenkransgebed geeft kracht en sterkte, geeft troost in verdriet en moed bij tegenslag.

Pastoor G.B.M. Looijaard.

Criminaliteit en gezin

maandag, 27 september 2021|

Criminaliteit is een groot probleem; het ontwricht een samenleving. De vorige week verschenen berichten in de krant over de groeiende criminaliteit in de Rotterdamse havens. De havenpolitie constateert dat steeds vaker jongeren door grote criminelen worden ingeschakeld om karweitjes voor hen op te knappen. Ze laten zich voor een paar honderd euro verleiden om drugs uit containers in de havens te halen. Ze zwichten voor het grote geld. Het zijn vaak jongeren met weinig scholing en weinig kansen op de arbeidsmarkt. Vaak ook zijn het jongeren uit kwetsbare en problematische gezinnen.

Daaruit blijkt maar weer eens hoe belangrijk het gezin is waarin je opgroeit. In een goed en evenwichtig gezin leren kinderen sociale vaardigheden, omgaan met anderen, behulpzaamheid, verantwoordelijkheid. Ze worden uitgedaagd om zich te ontwikkelen, om hun talenten te ontplooien. En ze leren er belangrijke waarden en normen. Als je al dit soort dingen van jongs af aan niet leert, dan ontstaan er problemen, dan is de kans groot dat je op enig moment ontspoort. Een samenleving is derhalve gebaat bij goede gezinnen.

Vandaar ook de uitdrukking: ‘het gezin is de hoeksteen van de samenleving’. Daar wordt wel eens minachtend op gereageerd. Alsof het gezin niet belangrijk is. Alsof het een achterhaalde instelling is. Het gezin staat in onze tijd onder druk, het krijgt niet de aandacht die het verdient. De gevolgen zien we om ons heen. Op allerlei manieren probeert men ontspoorde jongeren weer in het gareel te krijgen, met boetes, cursussen en als laatste redmiddel gevangenisstraf. Maar als de basis, een goede opvoeding, ontbreekt, is het maar de vraag of dat gaat lukken.

De Kerk heeft het belang van goede gezinnen en een goede opvoeding altijd gezien. Vanuit haar verantwoordelijkheid voor gezin en samenleving heeft ze daar aandacht voor gevraagd en daarin geïnvesteerd. Dat doet ze nu weer. In ons bisdom worden projecten opgezet voor familie- en gezinspastoraat. Onze parochie gaat daaraan meedoen. De toekomst van onze jongeren en van de samenleving is daarbij gebaat. Het is echter niet alleen een taak voor pastores, het is een opdracht voor de parochie als geheel. Het is een oproep aan ons allen. De uitnodiging ligt er. Het antwoord is aan u.

Theo Schepens, emeritus pastoraal werker

Afscheid nemen

maandag, 20 september 2021|

Afscheid nemen: ieder komt er op zeker moment voor te staan. Afscheid moeten nemen is altijd verdrietig, maar tegelijkertijd voel ik mij bevoorrecht dat ik bij het regelen en verzorgen van uitvaarten in de intimiteit van een familie toegelaten word en mensen nabij mag zijn met aandacht, met een troostend woord en met een boodschap die uitzicht biedt op een betere toekomst.

Afscheid nemen kan in verscheidene vormen. De klassieke uitvaartmis in de kerk is bekend, evenals wellicht een uitvaart onder gebedsviering. Dat kan zeker ook een oplossing zijn voor waar er geen kerkgebouw meer is (zoals in onze parochie in Biezenmortel, waar we bijvoorbeeld naar de Beukenhof zouden kunnen uitwijken).

Minder bekend is dat een katholieke uitvaart ook mogelijk is als zelfstandige viering in het crematorium. We zijn dan wat vormvrijer; een schriftlezing en een Onze Vader komen erin voor en het lichaam van de overledene wordt gezegend. Ook muziek en gesproken herinneringen hebben hun plaats. Ik vind het fijn als ik voor een dergelijke uitvaart word uitgenodigd, want dan kan ik pastoraal nabij zijn en mijn geloof in de verrijzenis verkondigen.

Het is natuurlijk belangrijk dat de vorm van de uitvaart past bij de overledene. Mocht u met ons in gesprek willen gaan over welke mogelijkheden er zijn, dan staat ons pastorale team daar graag voor open. Er is wellicht meer mogelijk dan u denkt.

Ik vroeg me nog af of dit onderwerp zich wel leende voor een opstekertje. Een goede vriend verzekerde me dat het echt wel een opsteker is wanneer je kunt wijzen op wellicht onvermoede mogelijkheden. Zo is het natuurlijk ook, want we mogen er voor elkaar zijn in mooie, maar zeker ook in moeilijke tijden.

Pastoor Marcel Dorssers

Houd de tijd

zondag, 12 september 2021|

Weet je nog… toen er een lockdown was en het hele leven stil lag? Mensen kwamen erachter hoe heerlijk het was. Tenminste voor een paar weken. Maar velen zeiden tegen elkaar: Van deze rust moeten we toch iets vasthouden.

Is dat gelukt? Ik merk dat het moeilijk wordt om afspraken met mensen te maken. Veel dingen starten op; ik moet zelf ook weer echt keuzes maken naast mijn opleiding en mijn werk. Zeker in het weekend is er veel leuks te doen, van schaaktoernooi tot toertocht, van burger-schieten tot een Formule 1-festival, en dan is er ook nog altijd de kerk. Wat een rijkdom eigenlijk. Zoveel mogelijkheden waaruit ik vrij mag kiezen. Zoveel mensen actief om anderen een fijne tijd te geven. Wat kan ons land toch gaaf zijn! Van de andere kant, het is zo gedaan met de rust.

Soms houd ik daarom stille tijd. Dat kan voor een paar dagen zijn, dan ga ik naar een abdij zoals ‘ons eigen’ Koningshoeven. Of ik kies ervoor om alleen thuis te blijven, zonder internet of televisie, zonder agenda, zonder dat iets moet. Lang stil is het nooit, want dan komen de gedachten vanzelf in je naar boven. Dan denk ik aan de dingen van de dag, de mensen die ik heb ontmoet of over wie ik gelezen heb. En dan bid ik als vanzelf, heel kort, heel stilletjes: Moge het ze goed gaan. Heer, ontferm u.

Zo lukt het misschien soms even om ook tijdens drukke perioden iets te proeven van die heerlijke rust. Misschien kunnen we daarover ideeën uitwisselen. Op 6 oktober houd ik een lezing over ‘Mijn leven als monnik’. Dan komen we vast en zeker ook uit bij de vraag: Hoe kun je de stilte van een klooster meenemen in je dagelijks leven?

Wanneer houd jij stille tijd?

Frits Hendriks, pastoraal werker

Verandering

maandag, 6 september 2021|

In een mensenleven zijn er vele veranderingen. Dat begint al met de geboorte. De warme en veilige omgeving van de moederschoot wordt verruild voor, in de meeste gevallen althans, een warm en veilig kinderledikantje. Een volgende stap is die van leren kruipen en lopen. Dat gebeurt met vallen en opstaan, maar uiteindelijk lukt dit ook. Weer een stapje verder ga je naar school en voortgezet onderwijs. Misschien zelfs wel de universiteit voor de echt knappe koppen. Ook wordt in het voortschrijden van jaren je wereld groter en leer je steeds meer mensen kennen. Misschien wel iemand met wie je samen wilt verder gaan in het leven. Er kan mogelijk nieuw leven beginnen uit deze relatie en dan lijkt de cirkel rond. Of toch niet? Zelf word je ouder en ook dat brengt weer nieuwe dingen in je leven. Je maakt carrière, draagt kennis over aan jongere collega’s, bouwt netwerken op voor zowel zakelijk als privé. En uiteindelijk nadert het pensioen en een nieuwe levensfase komt dichterbij. Wat gaat deze verandering brengen? Voor veel mensen brengt verandering onrust. Hoe ga je daar mee om? Persoonlijk ben ik blij dat ik mag geloven in God, de Onveranderlijke. Hierover nadenkend, kwam ik uit bij de brief aan de Hebreeën. Daar wordt Jezus geduid als de onveranderlijke. Verder worden in dit dertiende hoofdstuk een aantal punten benoemd die belangrijk zijn voor een goede christengemeenschap. Zaken als: broederlijke liefde – gastvrijheid – denken aan mensen in gevangenschap of die worden mishandeld – respect voor het huwelijk en de trouw die mensen elkaar en aan God hebben beloofd – respect voor diegenen die het geloof in God verkondigen. En dan staat er: ‘Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid’ (Heb. 13, 8). Als wij blijven vertrouwen in God en op elkaar, dan hoeven we geen onrust of angst te hebben voor veranderingen en kan onze geloofsgemeenschap groeien. Ook in de tijd waarin wij nu leven, blijft God rotsvast dezelfde. Waarom vertrouw je Hem niet vandaag? Wanneer je beseft dat, wat er ook gebeurt, God dezelfde blijft en als jij je leven baseert op Zijn onveranderlijke aard, dan kun je genieten van de voortdurende, kalme vreugde die Hij je verlangt te geven. Start nog vandaag met te vertrouwen op Jezus, de Rots waarop je kunt bouwen. Voor de jeugdige lezer is het leuk om even naar YouTube te schakelen met deze link: https://www.youtube.com/watch?v=1BvEjhKg6NQ. Daar zingen kinderen over Jezus, de Rots waarop ik bouw. Of bid dit kort gebed tot Jezus, de Rots waarop je je leven kunt bouwen. God, U bent onveranderlijk dezelfde! U bent de enige constante factor in dit leven. Ik weet dat, ongeacht wat er gebeurt, ik op U kan rekenen en vertrouwen. Amen. Ik wens u allen een rotsvast vertrouwen toe.

Diaken Ton.

Het is nooit te laat

maandag, 30 augustus 2021|

Op een morgen huurt iemand mensen in om die dag in zijn wijngaard te komen werken. Ze spreken een eerlijk dagloon af. Een paar uur later huurt hij nog een groep mensen in, daarna weer en weer. Een uur voor het einde van de werkdag huurt hij de laatste mensen in. Na het werk blijkt bij het uitbetalen dat iedereen hetzelfde krijgt: het afgesproken dagloon. De mensen die van de vroege ochtend af hebben gewerkt vinden dat oneerlijk: Wij hebben toch meer gedaan? Wij hebben de hitte van de dag moeten trotseren, terwijl die andere even een uurtje zijn aangesloten. Jezus die het verhaal vertelt zegt dan iets als: Jullie hebben toch gekregen wat er jullie beloofd is? Het gaat er niet om, hoeveel werk je gehad hebt, dat je als eerste bent gekomen of als laatste. Het gaat erom dat je hier nu met ons in de wijngaard werkt.

Het verhaal sprak mensen aan die christen wilden worden. Waren mensen die op jonge leeftijd gedoopt waren en daarna elke zondag in de Kerk zaten betere christenen dan mensen die net kwamen kijken? Nee! We zijn er, samen, als gemeenschap, rond de Heer. Dat is waar het om gaat.

Ik maak in het klein zoiets ook weleens mee. Soms lukt het me niet om bij iemand op bezoek te gaan. Waarom niet? Geen tijd, even niet weten hoe te reageren, een verkeerde opmerking, of een andere ‘reden’. Maar hoe langer het duurt, hoe moeilijker het wordt om toch een afspraak te maken. Je moet dan echt een drempel over. Toch weet ik uit ervaring dat als ik dan op bezoek kom, die persoon niet begint te klagen dat ik er niet was, maar blij is en geniet van het gesprek.

Het is nooit te laat om een eerste stap te zetten, om te beginnen met het goede, of dat nu werken in de wijngaard is, naar de kerk gaan, of op bezoek komen. We zijn blij dat je er bent.
Welke stap zet jij?

Frits Hendriks, pastoraal werker

Vakantie

maandag, 2 augustus 2021|

Wanneer u dit Opstekertje leest is de vakantie reeds begonnen. Tijdens de vakantie mag er massaal ‘pas op de plaats’ worden gemaakt. Ook in de parochie is dat te merken. Een tijdje geen vergaderingen. Vaste kerkgangers kunnen op vakantie zijn. Vakantiegangers bezoeken de vieringen. Geeft de vakantie extra gelegenheid om aandacht te hebben voor elkaar of is er nog zoveel wat moet worden gedaan? Is er ruimte om de verbondenheid met God te voeden? Kunnen we in de vakantietijd zo op adem komen dat ruimte wordt geschapen voor dankbaarheid en innerlijke harmonie? Met de woorden van Paulus: “weest onbezorgd, laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking, en nooit zonder dankzegging. En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus”. Als we thuisblijven, zijn deze woorden niet minder de moeite waard! Als we erop uit trekken, laten we de thuisblijvers niet vergeten! Een prettige vakantie toegewenst ondanks alle beperkingen vanwege Corona. Maar toch, geniet ervan en een behouden thuiskomst.

Pastoor Godfried B.M. Looijaard

Loslaten en opnieuw beginnen

maandag, 26 juli 2021|

Vandaag is onze jongste kleindochter voor het laatst naar groep 8 van de basisschool. Al een tijdje leven ze naar dat einde toe, maar op enig moment komt dan toch die laatste schooldag. Gisteren was ‘de Revue’, ’s middags voor opa’s en oma’s en ’s avonds voor de ouders. Ik heb genoten van hun optreden met muziek, dans en allerlei soorten sketches, waarvan vele ontleend aan de tv. Waar wij vroeger vooral verlegen en bang waren om voor een grote zaal op te treden, vond ik het verrassend te zien hoe sommigen vrij en ontspannen hun act deden. Wat hebben die kinderen veel geleerd in de afgelopen acht jaar!

En vanavond is dan ‘het gala’, zoals dat heet: voor het laatst bij elkaar in een feestelijke setting. Maar tegen het eind – ik weet dat van voorgaande jaren – gaat dat feest over in een ‘collectieve jankpartij’. Want, ze voelen het goed aan: acht jaar lang zijn ze (bijna) dagelijks samen geweest en daar komt nu een einde aan. Ieder gaat zijn eigen weg naar het vervolgonderwijs. Ze zien elkaar nog wel, maar nooit meer met zijn allen samen. Het is echt een grote stap: loslaten en opnieuw beginnen. Maar dat ‘opnieuw beginnen’ is niet ‘met niets beginnen’. Het is dankzij die acht voorgaande jaren dat ze in staat zijn om die nieuwe stap te zetten. Ze zijn ervoor toegerust en kunnen met vertrouwen de toekomst tegemoet zien. Ze nemen het verleden mee en bouwen daarop verder. Je kunt ook zeggen: het is dankzij het verleden dat er toekomst is. Hoe steviger dat fundament, hoe beter je op die toekomst bent voorbereid.

Voor het geloof geldt hetzelfde. Er is een verleden, een traditie, en zonder dat is er geen toekomst. Tegelijk moeten we soms loslaten en opnieuw beginnen, heel concreet als er kerken gesloten moeten worden. Wat we ook moeten loslaten is het kinderlijke geloof en de geloofservaringen uit onze kinderjaren. Soms merk je dat volwassenen daarin zijn blijven steken. Ze hebben niet geleerd daarop voort te bouwen en tot een volwassen geloof te komen. Geloof geeft uitzicht op toekomst, over de grens van de dood heen. Zonder geloof geen nieuw begin.

Dit is het laatste ‘opstekertje’ vóór de vakantie. Ik wens u een goede vakantie toe; ook dat is een vorm van loslaten en straks opnieuw beginnen.

Theo Schepens,
emeritus pastoraal werker

De moeilijkheid van naastenliefde

dinsdag, 6 juli 2021|

Sinds kort is er een Nederlandse vertaling van Fratelli tutti, een encycliek van paus Franciscus. De pauselijke rondzendbrief gaat over broederschap en sociale vriendschap. Het is geen kort briefje, maar een dik boekwerk. De boodschap “Heb je naaste lief” is niet nieuw. De Bijbel en veel geschriften van de Kerk staan er bol van. Maar wat betekent het in ons dagelijks leven?

In de Bijbel geeft Jezus hierover uitleg. Hij vertelt over ‘De barmhartige Samaritaan’. In het kort: een man wordt overvallen en ligt voor dood langs de kant van de weg. Enkele mensen lopen met een grote boog om hem heen. Totdat er een Samaritaan, een buitenstaander, verschijnt. Hij ontfermt zich wél over de gewonde en laat hem verzorgd in een herberg achter. Jezus vertelt dit verhaal om iets te zeggen over wie je naaste is. Niet alleen mensen die dichtbij je staan, uit je eigen familie, dorp, land of groep, maar iedereen die je tegenkomt op je levenspad.

Paus Franciscus haakt bij dit verhaal aan. En dan geeft hij ook nog een uitgebreide uitleg over wat ‘liefde’ dan betekent. We gebruiken het woord vaak, zeker in de Kerk. Maar wat bedoelen we dan eigenlijk? En wat betekent zo’n begrip in onze politiek? En wat voor ons verenigingsleven? En in ons omgaan met schaarse vaccins en met het milieu? Het is best wel taaie kost. Gelukkig is er door theologen van de Universiteit van Tilburg een korte handleiding geschreven. Die maakt het allemaal wat helderder, in theorie tenminste.

De praktijk blijft moeilijk. Dat blijkt ook uit het leven van Charles de Foucauld. Paus Franciscus stelt hem als een voorbeeld van broederlijkheid. Deze Fransman kwam rond 1900 na veel omzwervingen terecht in Noord-Afrika. Daar wilde hij als een barmhartige Samaritaan vriendschap sluiten met de arme nomadenstam die daar woonde. Dat ging op en af, met mooie momenten en diepe eenzaamheid, totdat hij bij een overval gedood werd.

Liefhebben is een risico, maar hebben we een andere keus?

Frits Hendriks, pastoraal werker

Uitzien

maandag, 28 juni 2021|

Uitzien is een woord met meerdere betekenissen. Het kan gaan over uiterlijkheden, het kan gaan over iets dat in de toekomst ligt of het kan uitdrukking geven aan iets wat wij verwachten. Zo zie ik tijdens het schrijven van dit opstekertje uit naar mijn vakantie. Vier weken vrij, maar niet zonder werken. Thuis moet er worden geschuurd en geverfd. Dat wil zeggen dat ik voornamelijk het schuurwerk doe en Annie zal verven. Toch heb ik midden in mijn vakantie ook rust gepland, door een week in de stilte van een retraite te gaan in de Foyer de Charité Marthe Robin in Thorn. Ook daar zie ik naar uit. Zo zijn er vele dingen in het leven waar we naar uitzien. Bijvoorbeeld nu we in een periode zitten waar vele mensen, misschien mag ik wel zeggen iedereen, uitziet naar nog verdere versoepeling van alle coronamaatregels. We willen allemaal uitzien naar een terugkeren naar de normaal. Maar wat is dat: de normaal. Gaat dat alleen maar over het bezoeken van festivals, evenementen, het theater of de bioscoop? Of zit het veel dieper en zien we uit naar een persoonlijk contact in een handdruk, een schouderklopje, een troostende arm om je heen? Ik denk dat dit laatste meer nog gemist is als het eerste. Hoewel het natuurlijk heel erg fijn is, als we dit jaar wel een Tilburgse Kermis of een festival kunnen bezoeken of een vakantie kunnen boeken over de grenzen van Nederland heen en dat dan zonder dat je je aan allerlei beperkende maatregels moet houden. Uitzien is ook een uitdrukking met Bijbelse strekking. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan: Het joodse volk dat uitziet naar de bevrijding uit de slavernij van Egypte; De profeet Micha die schrijft ‘Ik daarentegen blijf wakend uitzien naar Jahweh’ (Mi. 7, 7); Uitzien van de menigte naar Jezus’ komst (lc. 8, 40); Uitzien naar mensen voor een taak (Hand. 6,3).  En met deze laatste verwijzing naar een Bijbelse tekst keer ik weer terug naar het heden. Ook in deze tijd mogen we uitzien naar mensen waarvan we denken dat ze een vrijwillige taak in onze parochie willen uitoefenen. Hierbij hoeven we niet altijd te denken aan hele grote of moeilijke taken. Ook de eenvoudige klein dingen moeten gedaan worden en zijn belangrijk. En wanneer er velen iets willen doen, dan kunnen we letterlijk zeggen dat vele handen ligt werk maken. Dus als u zich aangesproken voelt om ergens naar uit te zien als toekomstig vrijwilliger in de parochie, neemt u dan contact op met het parochiesecretariaat. Contactgegevens hiervoor vindt op de website of in de Schakel of de Wegwijzer. Zo is uitzien naar, een veelzijdig iets waar je alle kanten mee op kunt. Als gelovig christen hoop ik en bid ik dat het de goede kant op gaat. Daar zie ik naar uit.

Diaken Ton.

Vruchtbare bomen

maandag, 21 juni 2021|

In de buurt van het vliegveld ‘Ben Gourion’, vlak bij de stad ‘tel Aviv’, in het land van Israël, is een grote tuin aangelegd, waar alleen maar bomen worden geplant die in de Bijbel met name worden genoemd. Dat zijn er heel veel. Bijv. de vijgenboom, de ceder, de palmboom, de olijvenboom enz. Bomen spelen een belangrijke rol in het leven. Ze leven diep geworteld in de grond van onze moeder-aarde en zijn zo het symbool van standvastigheid. Ze bieden huisvesting aan talrijke vogels, ze geven schaduw en bescherming tegen de felheid van de zon, ze leveren zuurstof en vele bomen zijn vruchtbaar en geven voedsel aan het leven van dier en mens. En boom kent men aan zijn vruchten. Aan de vruchten van de boom leert men de boomgaard kennen. Zo is het ook met de mens. Het hart van de mens leert men kennen aan datgene wat er uit zijn hart voortkomt. Een bekend spreekwoord luidt: Waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over. Met andere woorden het hart van de mens leert men kennen aan de woorden die hij spreekt. Woorden, vruchten van het menselijk hart, kunnen veel …. heel veel doen. Ze kunnen opbeuren, troosten. Ze kunnen iemand weer wat moed geven. Ze kunnen zelfs genezend werken.

Woorden, die wij mogen spreken, hebben soms een kracht en een uitwerking waarover we zelf verbaasd en verwonderd staan. Echter, menselijke woorden kunnen ook afbreken, een oordeel vellen, iemand veroordelen, een medemens geestelijk verwonden of zelfs geestelijk doden.

Jezus, Hij is het levende vleesgeworden Woord van onze God en Vader. In Hem is het woord uitgegroeid tot een boom waaruit oneindig veel vruchten voortkomen.  Zijn daden waren woorden en zijn woorden waren daden. Deze Jezus vraagt ons mensen om de gave van het spreken te gebruiken tot vreugde en geluk van elkaar. Ook onze woorden kunnen immers zichtbaar en tastbaar worden in de meest wonderlijke omstandigheden. Zij kunnen soms sterker zijn dan welke medicijn ook. Dat zijn de wonderen die ook wij met ons meedragen. Dan mogen wij zijn als bomen die goede vruchten voortbrengen.

Pastoor Godfried B.M.Looijaard.

Zonder ongeloof geen geloof

maandag, 14 juni 2021|

‘De kerk is fantastisch’, zo luidt de titel van een boek dat ik aan het lezen ben. Je moet wel lef hebben om een boek zo’n titel mee te geven. Want je hoort dat niet vaak iemand zeggen. Integendeel, de Kerk wordt bekritiseerd, gewantrouwd, beschuldigd, voor achterlijk gehouden en nog allerlei andere negatieve kwalificaties worden haar toegeschreven. Het is ook niet de eerste de beste die de auteur is van dat boek. Het is namelijk van de hand van Rik Torfs, een Vlaamse theoloog en kerkjurist. Hij is goed ingevoerd in het kerkelijk bedrijf, kent alle schandalen en menselijk falen in de Kerk en toch schrijft hij van harte dat de Kerk fantastisch is. Hij laat zich niet meeslepen door wat ‘men vindt’, maar geeft op grappige, maar ook serieuze en tegelijk ontroerende wijze weer waarom en waarin hij de Kerk fantastisch vindt, wat de Kerk voor hem betekent en wat haar betekenis voor de samenleving is.

Rik Torfs is zeer erudiet, een origineel denker en hij doorspekt zijn betoog met prikkelende stellingen. Zo werd ik getroffen door zijn stelling: ‘zonder ongeloof geen geloof’. Doorgaans wordt het ongeloof (de ongelovige of atheïst) gezien als een bedreiging voor het geloof (voor de gelovige). Dat ziet Torfs dus anders. Een gelovige heeft volgens Torfs juist de vragen en de kritiek van een ongelovige nodig om voor zichzelf helder te krijgen wat en waarom hij gelooft. Zonder die vragen van een ongelovige kan het geloof iets vanzelfsprekends worden, oppervlakkig en zonder diepgang. Pas als er vragen van anderen komen, wordt het nodig aan je geloof te werken, het te verantwoorden, je erin te verdiepen. Misschien is dat wel het probleem waar de Brabantse katholieken op dit moment mee te maken hebben. Vroeger was iedereen katholiek, je hoefde er niet over na te denken. Maar bij de eerste de beste vragen van ongelovigen of niet-katholieken val je dan door de mand. Want wat is dat eigenlijk: katholiek zijn? En waarom ben je dat? Zoals Rik Torfs zegt: voor echt geloof moet je hard werken, “opdat het diep zou zijn”.

Theo Schepens,

emeritus pastoraal werker

Poppenkast

maandag, 7 juni 2021|

Een collega vertelde mij onlangs een kostelijke anecdote, die ik u niet wil onthouden. Een oma uit zijn parochie had namelijk haar kleindochtertje de prachtige neogotische kerk laten zien. Met alle pracht en praal en kerkelijke kunst, het indrukwekkend hoogaltaar, de gepolychromeerde beelden, de mooie kruisweg, de kunstig gebrandschilderde ramen en prachtige schilderijen. Maar wat het meest indruk gemaakt had, dat was… de ‘poppenkast’! (De verrijdbare communiebank met plexiglas die we ook in onze kerken nu in coronatijden gebruiken bij het uitreiken van de communie.)

De gelijkenis snap ik ook wel, zeker in de gedachtewereld van een kind. Het nieuwe inventarisstuk heeft (ook zonder gordijntjes) ook wel iets weg van een poppenkast. Gelukkig ziet het ernaar uit dat we binnen afzienbare tijd alle poppenkast die met corona te maken heeft, naar de zolder kunnen verbannen. Het lijkt erop dat we alle noodmaatregelen binnenkort kunnen afbouwen. Binnen de maatschappij is er veel optimisme. Mensen genieten van het zomerweer, vaccinatiecijfers stijgen, besmettingsaantallen lopen terug, kortom aan allerlei kanten ontstaat optimisme.

Het is mijn vurige hoop dat we in de parochie dit optimisme ook kunnen doortrekken. Ikzelf ben in deze parochie in coronatijd binnen gekomen in een tijd dat we niet eens openbaar mochten vieren. Nog steeds heb ik weinig kennis kunnen maken met koren, met groepen, en maar mondjesmaat met parochianen. Ik zie uit naar de nieuwe fase, die zich nu aandient. Samen kunnen we deze parochie weer optillen naar een hoger plan, tot eer van God en tot heil, welzijn en geluk van onze parochianen, daar ben ik vast van overtuigd. Graag tot ziens!

Pastoor Marcel Dorssers

Knielen voor een koekje?

maandag, 31 mei 2021|

Wie voor het eerst in een Mis komt, kijkt zijn ogen uit. Wat staan ze daar toch te doen met dat witte koekje? Protestanten noemen het weleens Roomse heisa, wat katholieken doen met de hostie. Wij hebben er vele namen voor: Eucharistie, communie, Ons Heer, heilige hostie, lichaam van Christus, vredebrengend brood, Allerheiligst Sacrament. Allemaal zeggen ze net even iets anders, maar allemaal verwijzen ze naar hetzelfde.

In de Mis wordt de hostie omhoog geheven, soms uitgebreid bewierookt, in gouden bekers en kommen bewaard. Er wordt voor gebogen en geknield. Regelmatig ook wordt deze bij Eucharistische Aanbidding tentoongesteld in de kerk. Dan is een klein wit koekje het middelpunt van alle aandacht. Een beetje absurd is het wel. Toch gebeurt het, omdat de katholieke traditie ons leert dat God in dat koekje aanwezig is.

Want daarom is die heisa: God is er. Waar? In de hostie, in dat witte koekje van brooddeeg zonder gist. Daarin is God aanwezig, die als mens naar aarde toegekomen is om zijn liefde aan iedereen te tonen. Die heeft gezegd: “Dit is mijn lichaam.” “Ik geef mijn hele leven voor jullie.” Die heeft laten zien sterker te zijn dan de dood en leven geeft in eeuwigheid. Die ons altijd nabij wil zijn. Die grote God in dat kleine koekje.

Ik snap het heel goed als mensen, ook katholieken, ook kerkgangers, het een lastig onderwerp vinden. Het is maar moeilijk te geloven. Sinds ik 33 jaar geleden mijn Eerste Communie deed, weet ik dat God in de Eucharistie aanwezig is. Dat heb ik toen geleerd, maar geloven deed ik het toch niet helemaal.

Pas jaren later, toen ik al vaak voor de hostie geknield had, in de Mis, bij Eucharistische aanbidding of als ik alleen in een kerk ging bidden, groeide in mij het besef: God is er! Hij wil zo graag bij ons zijn, dat zelfs zo’n koekje niet te min voor Hem is. Dat is niet logisch, maar dwaasheid uit liefde.

Frits Hendriks, pastoraal werker

Donderdag 3 juni houden we 12 uur voor de Heer; zondag 6 juni vieren we Sacramentsdag.

Sammy

woensdag, 26 mei 2021|

We leven in een wereld waarin alles steeds maar efficiënter en sneller moet. En in dat tempo moet je meelopen, graag of niet. Of is dat misschien niet helemaal waar? Een van de redenen waarom we mee (willen) lopen is de idee die we als persoon hebben om ‘erbij te willen horen’, of de idee ‘om niet uit de pas te lopen en daarmee opvallen van de rest van de groep’. Of misschien is er nog een idee – een andere reden. En dus lopen en lopen we maar, met het hoofd gebogen als lopende tegen een sterke wind (of storm) in. Zien we nog wel alles om ons heen of gaat er ons veel voorbij, terwijl we zo voortlopen (leven)? Lopen we met gebogen hoofd om niets te willen en hoeven zien?

In het afgelopen jaar is er veel gebeurd en is er door het coronavirus veel stilgelegd of in elk geval op een rustiger tempo geschakeld en op afstand gezet. Maar nu lijkt het erop dat door het vele vaccineren, het dalen van besmettingscijfers en ziekenhuisopnames vanwege het coronavirus, dat de wereld weer naar het tempo van voor COVID-19 terug aan het gaan is. Willen we dat wel en is dat wel goed? Is de rust van afstand houden – meer thuis zijn – minder contacten maar de ontmoetingen die je mag en kunt hebben wel intenser beleefd – minder verkeer op de wegen – en zo zijn er nog wel meer zaken te noemen, zijn dat de goede kanten van wat het virus heeft veroorzaakt? Want zoals met alles, heeft een slechte zaak, in dit geval COVID-19, niet alleen maar een kwade kant maar ook een goede. Alleen moeten we dat willen zien.

En zo al nadenkend toen ik dit Opstekertje zat te schrijven, kwam dat lied van Ramses Shaffy in mijn hoofd: ‘Sammy kijk omhoog’. Een lied geschreven in 1966. Er zijn woorden uit deze songtekst die mij raken. Gebogen lopen en denken dat mensen jou niet mogen. Kijk dan eens omhoog naar de blauwe lucht. Gelovig of niet (zo) gelovig, wij zijn allemaal geliefde kinderen van God (1 Joh. 3:1). Door de regen lopen en omhoogkijkend de druppels die vallen, op je gezicht voelen als een verkwikkend waterbad. Als het regent in je leven en alles tegen lijkt te zitten, blijf dan niet binnen zitten en opgesloten in jezelf. Ga naar buiten en wees niet bang om een beetje nat te worden. Ook al lijkt de wereld gemeen en voel je jezelf alleen en verlaten, blijf dan vertrouwen hebben. Er is moed voor nodig om naar buiten te gaan, maar als je die eerste stap zet dan gaat de volgende stap gemakkelijker. Er zullen mensen zijn die jou willen helpen om los te komen uit de eenzaamheid van opgesloten zijn. Misschien durf je te hopen en een wondertje te verwachten. Je staat niet alleen. Blijf vertrouwen en weet: Er is er Eén Die altijd van jou houdt.

Diaken Ton.

Pinksteren 2021

maandag, 17 mei 2021|

Ieder jaar opnieuw moeten wij helaas zien, dat steeds vaker hulpverleners gehinderd worden in hun werk. Stelt u zich eens voor dat u te kampen krijgt met een hart aanval en het leven zich langzaam uit u weg lijkt te trekken. Op zo’n moment verlangen we niets anders meer dan dat hulpverleners ons snel te hulp komen om door middel van reanimatie ons hart weer op gang te krijgen, ons het leven weer terug te geven. Het is dan ook onvoorstelbaar dat door stoerdoenerij of door overmatig drankmisbruik dit verhinderd wordt. Er zijn mensen die het schijnbaar niets uitmaakt dat ze met mensenlevens spelen. Gelukkig gaat ons leven God ter harte. Door middel van de Geest, door middel van de heilige Geest, schenkt Hij ons leven. De vraag is of wij hier voor openstaan. Wat jammer dat wij ons levensvreugde ontzeggen en eerder lijken op dat bange groepje leerlingen dat in het huis bij elkaar zit. Deze angst is te overwinnen als wij de hulp van God voor ons leven, de Geest die Hij ons schenkt, aannemen. Echter deze Geest is geen dwingende Geest. Wij zullen voor Hem open moeten staan, ons door Hem laten leiden en inspireren. Nu kunnen we ons wel gaan zitten afvragen wat wij met deze Geest “moeten”. De gaven die Hij ons schenkt zijn wijsheid, verstand, inzicht, sterkte, kennis, ontzag en liefde. Het zijn deze gaven die we “broodnodig” hebben voor ons leven. Hoe vaak menen wij niet het toch allemaal zelf te kunnen. Hierdoor hinderen we God om in en met ons zijn werk tot stand te brengen. Als we er echt open voor staan dan zien we in dat dat dit levensnoodzakelijk is. Waarom kijken we dan toe, terwijl anderen en ook wijzelf ‘ten onder gaan’, dat het ware leven uit ons wegstroomt? Het zou beter zijn om ons over te geven aan Gods wil in en met ons leven, aan Gods Geest die ons daarbij helpt. Dit alleen draagt bij tot een nieuw Pinksteren.

Pastoor Godfried B.M. Looijaard.

Hoe kon het gebeuren?

maandag, 10 mei 2021|

Hoe kon het gebeuren?

Elk jaar komt rond 4 en 5 mei de vraag naar boven: ‘Hoe heeft het allemaal kunnen gebeuren?’ Een tijdje geleden kwam ik de eerste brief van de Nederlandse bisschoppen tegen, die vlak na de oorlog in alle kerken werd voorgelezen. Daarin stellen de bisschoppen dezelfde vraag. En de vraag klemt des te meer, omdat Duitsland toch een land was met een hoogstaande cultuur; denk maar aan muziek, kunst en filosofie.

De bisschoppen wijzen dan allereerst op een paar ontwikkelingen in Duitsland, zoals het groeiende nationalisme en militarisme. Maar het ergste van alles was, “dat het Duitse volk God heeft verlaten, tenminste in zijn leiders en in een groot deel van de bevolking. En wat niet op God gebouwd is, is op zand gebouwd en zal op den duur” niet standhouden, aldus de bisschoppen.

Want wat is het gevolg? Waar God ontbreekt, kennen velen “geen hoger doel dan dit korte aardse leven zo draaglijk mogelijk te maken en er zo veel mogelijk van te genieten”, aldus de bisschoppen. En dat is weer een ideale situatie voor iemand als Hitler om op te staan als profeet van een nieuwe wereldbeschouwing, het Nationaal-Socialisme, dat “ondanks zijn mooie frasen zuiver materialistisch” is.

Er bestaat dan ook geen “zedelijk goed en kwaad; goed is, wat nuttig en aangenaam is; kwaad is, wat schaadt of hindert. Hitler was de bron en de maatstaf der zedelijkheid; wat hij beval, was goed en geoorloofd.” Daarom konden “de meest afschuwelijke misdaden uitgevoerd worden, met het excuus: De Führer heeft het bevolen.” Het doden van joden, geestelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten was daarom geen ethisch probleem, maar geoorloofd en nuttig en dus goed.

Na deze analyse sporen de bisschoppen de gelovigen aan om lering te trekken uit het verleden en trouw te blijven aan Christus. Want Duitsland mag dan zijn verslagen, de geest van het Nationaal-Socialisme leeft voort in allerlei vormen van materialisme en nieuw-heidendom. “Wij zullen daartegen de strijd moeten aanbinden”, aldus de bisschoppen. Tegelijkertijd roepen zij de gelovigen op zich niet te laten leiden “door gevoelens en uitingen van wraak”, gedachtig het woord van Christus zelf: Bemin uw vijanden (Mt. 5,44), hoe moeilijk dat ook mag zijn.

Zo is een 76 jaar oude brief verrassend actueel, met volop stof tot nadenken.

Theo Schepens,

emeritus pastoraal werker

Sint Job

maandag, 3 mei 2021|

Een Jobstijding is een bericht waarbij je de grond onder je voeten voelt wegschuiven. Een bericht waarmee je situatie totaal anders wordt en het ongeluk je deel wordt. Het is spreekwoordelijk geworden. Job kreeg een aantal van dergelijke berichten na elkaar. ‘Je kinderen zijn omgekomen.’ ‘Je huis is verwoest.’ ‘Je vee is geplunderd.’ ‘Je knechten zijn vermoord.’ Ondanks datgene wat goedbedoelende vrienden hem aan duiding aanreiken, wil Job niet geloven dat dit gevolg is van Gods vergelding, en hij wil zich blijven toevertrouwen aan de goede God. Aan het einde van het verhaal beloont God hem voor zijn standvastig geloof.

Job is een heilige die heel herkenbaar is. Want hoe velen krijgen vandaag de dag ook niet te maken met jobstijdingen? Hoe velen worstelen niet met hun ellende? Hoe velen stellen zich niet de vraag naar het waarom? Waarom ik? Waarom nu?

Onze Sint-Caeciliakerk heeft een oude traditie van verering van St. Job, de laatste tientallen jaren mede door een stichting bevorderd. Door covid kon een groot deel van de activiteiten vorig jaar niet doorgaan. Ook dit jaar is er maar een heel beperkt programma: de avond met de bezinnende lezing gaat dit jaar wel door, en het stichtingsbestuur heeft mij de eer gegeven om dit jaar deze lezing te verzorgen.

Graag wil ik een inleiding houden over het Katholiek Sociaal Denken. Want de Kerk bevordert bijvoorbeeld dat er een sociaal vangnet moet zijn voor mensen die een jobstijding te verwerken krijgen. Persoonlijk geloof heeft te maken met je eigen Godsbeleving, maar geloof kan niet zonder consequenties zijn voor de omgang met de naaste, of breder, met de maatschappij. Daarvoor heeft de Kerk het een en ander te zeggen, en ik wil graag tijdens de St.-Job lezing daarover een en ander toelichten. Van harte welkom, eventueel online.

Pastoor Marcel Dorssers

Wie gaat u zegenen?

maandag, 26 april 2021|

In onze Katholieke Kerk wordt er wat afgezegend. Zo wordt er aan het eind van elke viering namens God gezegend of wordt God gevraagd om ons te zegenen. Een zegen is een goed woord, een woord dat goede dingen voortbrengt.

Ouders zegenden daarom hun kinderen vaak voor het slapen gaan, ze gaven ze een kruiske op het voorhoofd. Ik heb dat zelf nooit gehad van mijn eigen ouders, maar toen ik in het klooster zat, zegende de abt, de vader van de gemeenschap, elke avond alle monniken met wijwater. Ik vind het een mooi menselijk gebaar.

Recent kwam zegenen in de Kerk weer ter sprake, omdat het Vaticaan een document uitgaf waarin stond dat homorelaties niet kunnen worden gezegend. De inhoud was niet echt nieuw, we kennen de kerkelijke leer over liefde, seksualiteit, relaties en huwelijk. En ook weten we dat veel Vaticaanse documenten niet overlopen van pastorale gevoeligheid. Veel mensen in de Kerk spraken zich dan ook uit voor een meer menselijke benadering. Ook ‘onze’ abt Bernardus van Koningshoeven schreef een brief, die onze bisschop Gerard op zijn beurt citeerde in een preek.

Maar wat in het Vaticaanse document ook weer eens werd uitgelegd is dat ménsen altijd gezegend kunnen worden. Misschien is wat ze doen niet helemaal volgens de leer, maar als ze God vragen om een zegen dan kunnen ze die krijgen. Want God -en in navolging proberen we dat als Kerk ook- kijkt naar de hele mens. En die mens is in de kern altijd een kind van God en een broeder of zuster van mensen. Hoe moeilijk het soms ook is om iedereen zo te zien.

Ook ik ben mens, ook u bent mens. En misschien heeft u ook weleens behoefte om gezegend te worden. Priesters en diakens zijn er speciaal voor aangesteld, dus u kunt hen daarvoor altijd contacteren. Zegenen is echter zo belangrijk dat elke mens het kan. In het eerste Bijbelboek Genesis roept God Abraham op om een zegen te zijn voor iedereen. In onze daden kunnen we dat laten zien, maar misschien kunnen we ook eens een kruisje over onze geliefden slaan en God vragen om ‘Alle goeds’.

Wie gaat u zegenen?

Frits Hendriks,  pastoraal werker.

Zorg

maandag, 19 april 2021|

We zijn alweer enige weken op weg in de paastijd, een tijd van nieuw leven en nieuwe kansen. Dat nieuwe leven is al goed te zien in de natuur. In onze tuin wordt alles groener. De knoppen in bloemen, struiken en bomen staan op openbarsten of dat is al gebeurd. Vooral het nieuwe groen is van een lichte tint van frisheid die mij tot verwondering en bewondering brengt. Het is maar een heel korte periode dat dit frisse groen zichtbaar is, daarna kleurt het al snel donkerder. Het lijkt op het leven van de mens zelf. Als baby geboren met een frisse en lichte huid, onschuldig en ongeschonden. Maar in het ouder worden krijgt alles meer kleur en kunnen er ook littekens komen. Sommige zichtbaar en andere niet zichtbaar maar evengoed aanwezig. Littekens zijn dat wat overblijft van wonden die genezen zijn. Toch kunnen oude littekens nog pijn blijven geven. Wanneer wij pijn hebben, dan gaan we op zoek naar een geneesmiddel of maken een afspraak met de huisarts. Deze huisarts kan weer doorverwijzen naar een specialist. Voor geestelijke problemen worden we dan doorverwezen naar een psycholoog of psychiater. Toch bestaat er nog een manier om met geestelijke zorg om te gaan. We kunnen ons wenden naar een geestelijk verzorger. Dat kan zijn een priester, diaken of pastoraal werker. Dit zijn personen die vanuit hun roeping mensen met een hulpvraag kunnen helpen. En zij doen dat niet uit zichzelf maar vooral omdat God dit van hen vraagt. God is de geneesheer bij uitstek. Hij wil al onze zorgen en lasten dragen. “Maakt u dus niet bezorgd voor de dag van morgen, …”  (Mt. 6, 34). Maar als parochiegemeenschap mogen wij ook voor elkaar zorgen. Vooral in deze tijd van beproeving door de coronapandemie is dat belangrijk. We mogen weten dat we er niet alleen voor staan wanneer ons leed overkomt. Wij mogen samenwerken in zorg hebben voor elkaar en God zorgt voor ons allemaal. Ik wens jullie allemaal een zorgzaam (nieuw) leven. Diaken Ton.

H. Jozef, patroon van de katholieke kerk

maandag, 12 april 2021|

Paus Franciscus heeft van 8 december 2020 tot en met 8 december 2021 een Jozefjaar afgekondigd. Veel heiligen lijken wel onbereikbaar in hun grote daden. Het lijkt soms wel alsof je minstens martelaar, bisschop, paus of stichter van een kloosterorde moet zijn om tot de eer der altaren te worden verheven. Welnu, dan is voor de eenvoudige mens de hemel onbereikbaar. Maar hier is dan St. Jozef. Om ons te laten zien dat het wel kan en voor God niets onmogelijk is. Door trouw te zijn in het kleine. Wel door in het kleine huisgezin Jezus te bewaren, door veel van Maria te houden en goed voor haar te zorgen. Door samen thuis een heilige familie te zijn.  Te luisteren naar Gods aanwijzingen en raad in het leven. Rechtschapen zijn. In het kleine. In het verborgene. Dat is de leefwereld die God voor Zijn Zoon heeft uitgekozen, waar Hij Hem in bewaring wil geven tot zijn uur aanbreekt.

Tegelijk ligt er een opdracht in besloten voor allen die in alle eenvoud heilig willen zijn. Want eenvoudige heiligheid heeft niets te maken met onbehouwenheid en oppervlakkigheid. Jozef was, hoe eenvoudig hij ook was, een beschaafd mens. Jezus heeft van Jozef en Maria het goede geleerd, leren leven naar Gods geboden en volop mens leren zijn. De Mensenzoon was immers Gods “zijn” naar de goddelijke natuur, maar ook geheel mens als kind van Maria en opgevoed door Jozef en Maria. En dat is juist voor de mensen in onze tijd ook een voorbeeld, van gewoon burgermansfatsoen, menselijkheid en opvoeding. Van een bepaald soort degelijkheid die mensen de liefde  voor hard werken, sociale vaardigheden en beschaving bijbrengt. Noem het met een ouderwets woord: een deugdzaam leven dat nee durft te zeggen tegen de ondeugden die overal worden gepropageerd. Daarom, laten wij St. Jozef niet alleen in de kerk eren met de liturgie, maar ook in onze daden. Hem voor ogen hebben in zijn gelovige trouw, maar ook in zijn goedheid en menselijke beschaving. In zijn liefde voor Jezus en Maria. In zijn toewijdeng in het gezin. In alle eenvoud.

Pastoor Godfried B. M. Looijaard.

Pasen: tussen vreugde en verwarring

maandag, 5 april 2021|

‘Vrolijk Pasen’, een bekende uitdrukking in onze dagen. Maar de eerste paasdag begon alles behalve vrolijk. Denk maar aan de vrouwen die op die dag naar het graf van Jezus gingen. Ze kwamen onthutst, bevreesd en bedroefd terug: het was leeg! En toen ze aan de apostelen vertelden dat ze engelen hadden gezien die zeiden dat Jezus leefde, vonden die dat maar grote onzin, beuzelpraat. De twee leerlingen uit Emmaüs waren intussen al teleurgesteld op weg naar huis: Jezus was dood, hun droom was in diggelen geslagen. Er ontstonden zelfs complottheorieën: het lichaam van Jezus zou nota bene door zijn leerlingen zijn gestolen! En Thomas geloofde er niets van, toen de andere apostelen hem vertelden dat Jezus aan hen was verschenen. Kortom, het was een tijd vol verwarring, teleurstelling, angst, ongeloof en ontkenning. Vergelijkbaar eigenlijk met onze dagen. Want: uit de dood opstaan, hoe kan dat nou?

Het heeft even geduurd voordat het tot de leerlingen doordrong. Maar toen ze daar goed en wel van overtuigd waren en het ook mochten ervaren, konden ze niet anders dan daar in alle vrijmoedigheid over spreken. Want het gaat hier over de kern van het christelijk geloof: Jezus is niet dood, maar leeft; Hij is verrezen! En datzelfde wordt ook ons in het vooruitzicht gesteld, naar het woord van Jezus: “Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven” (Joh. 11,25). Wat wil een mens nog méér? Pasen is daarom met recht het grootste feest van de christenen. Het is zelfs zo’n groot feest, dat oosterse christenen (in Oost-Europa en het Midden-Oosten) elkaar met Pasen op een bijzondere manier begroeten. Niet met ‘hallo’ of ‘goede dag’ en zelfs niet met ‘Zalig Pasen’. Neen, ze groeten elkaar met het meest vreugdevolle en meest hoopvolle dat je je medemensen maar kunt toewensen: “Christus is verrezen!” Met volle overtuiging en in grote blijdschap roepen ze dat elkaar toe.

Pasen heeft alle eeuwen door gezorgd voor verwarring en voor grote vreugde. We ontkomen niet helemaal aan een zekere verwarring en twijfel, maar ik wens ons toch vooral veel paasvreugde toe. Hadden wij maar iets van die oosterse christenen….

Theo Schepens,

emeritus pastoraal werker

The Crucifixion

zondag, 28 maart 2021|

Ooit kan een korte impressie, een indruk, een geur of een geluid, je ineens op een bepaalde gedachte of in een bepaalde sfeer brengen. Dat had ik enkele weken geleden bij een zin uit het Johannesevangelie, die me terug bracht naar een tijd dat ik me, alweer jaren geleden, samen met een kerkkoor uit mijn voormalige parochie, voorbereidde op een benefietconcert in het kader van de restauratie van één van onze parochiekerken.

‘Zozeer immers heeft God de wereld lief gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.’ – ‘God so loved the world that He gave His only begotten Son, that whoso believeth in Him should not perish but have everlasting life.’ Deze zin bracht mij als in een flits terug bij deze prachtige lijdensmeditatie van John Stainer, een twintigdelig werk voor vierstemmig koor, tenor solo, bas solo en orgel, alles in prachtige, typisch Engelse, eind-negentiende-eeuwse muziekstukken. Als u dit werk niet kent, loont het de moeite om er eens op te googlen.

Sinds deze uitvoering neem ik elke Veertigdagentijd wel eens de tekst ter hand voor een stukje meditatie over het lijden en sterven van Jezus. Even gaan zitten met de muziek aan, de tekst in de hand, en nadenken over wat het lijden van deze Timmermanszoon voor mij, hier en nu, betekent. En of u nu één van de passies van Bach hiervoor neemt, of andere muziekstukken over het lijden van de Heer, dat maakt niet eens zoveel uit. Ik kan u zo’n moment van verstilling en gebed ter voorbereiding op Pasen van harte aanbevelen.

Ik wens u alvast van harte een Zalig Pasen.

Pastoor Marcel Dorssers

Wie komt er op bezoek?

maandag, 22 maart 2021|

Door de coronacrisis en de lockdown zijn meer mensen in een sociaal isolement terechtgekomen. En er waren al zorgen over groeiende eenzaamheid. Zwaarmoedigheid ligt bij velen op de loer.

Geen vrolijk beeld, maar wat kunnen we eraan doen? Een kaartje sturen? Een keer bij iemand op bezoek gaan? Dat zijn mooie initiatieven, maar lossen ze eenzaamheid op?
Eenzaamheid lijkt niet zozeer een gebrek aan contact. De een is alleen, maar voelt zich daar prima bij. De ander is omringd door familie en vrienden en voelt zich ellendig en eenzaam.
Eenzaamheid is -denk ik- het beste te vergelijken met een ziekte, zoals corona. Niet iedereen is er even vatbaar voor, maar toch kan het ons allemaal overkomen. Je kunt je er niet volledig tegen wapenen, maar er zijn wel zaken die je beter wel of niet kunt doen.

Contact hebben met anderen is iets wat toch wel kan helpen. Het maakt je niet immuun voor eenzaamheid, maar geeft kansen. Met anderen iets ondernemen, al is het maar wat klussen voor de kerk. En vooral op bezoek gaan of iemand thuis ontvangen. Dat zorgt ervoor dat je jezelf en je huis nog eens kritisch bekijkt: is het toonbaar? Bezoek maakt dat je je verhaal kwijt kan en het geeft weer nieuwe inzichten, om over na te denken. Bezoek geeft je het gevoel dat je gezien wordt. Het kan ook samen zwijgen zijn, of een spelletje doen.

Maar wie komt er dan op bezoek? Soms zeggen mensen: “Er komt hier nooit iemand.” Dat is niet leuk om te horen, maar valt er helemaal niets aan te doen? Als er te weinig mensen over de vloer komen, ga dan zelf op bezoek. Dat hoeft niet meteen aan de andere kant van het dorp te zijn. Als iedereen toch een keer per jaar zijn buren uit zou nodigen…

Of anders wil iemand van de bezoekgroep van de parochie graag langskomen. En ook onze pastores zijn beschikbaar voor een telefoongesprek of huisbezoek. Het kan gaan om een goed gesprek, een vraag, samen bidden of zomaar een praatje.

Wie nodigt u uit?

Frits Hendriks, pastoraal werker

Omgang

maandag, 15 maart 2021|

Nu ik bijna een jaar zit te thuiswerken in mijn seculiere baan moet ik concluderen dat de omgang met mensen dichtbij of wat verder van mij af, een stuk stiller is geworden. De meeste ontmoetingen voor mijn werk zijn telefonisch of via een of ander digitaal platform. Ook mijn werk als onbezoldigd diaken in de parochie H. Johannes XXIII is een stuk stiller dan voor de uitbraak van de coronapandemie. Nu ik dit opstekertje schrijf, realiseer ik me dat dit jaar toch weer snel is voorbijgegaan. Het lijkt wel of de tijd steeds sneller gaat. Misschien heeft dat ook wel met leeftijd te maken. Ik hoor onze kinderen wel eens zeggen dat ouderen weinig geduld hebben, maar dan bedoelen ze meestal mij. Wanneer ik wat verder nadenk over omgang, stilte en geduld, dan komt de gedachte op dat de Veertigdagentijd alweer half is voorbijgegaan. Wie heb ik mogen ontmoeten in de afgelopen periode en met wie heb ik een echt persoonlijk contact gehad tijdens deze ontmoetingen? Of is het veelal oppervlakkig gebleven? Zo al nadenkend, denk ik terug aan de vele jaren dat ik heb deelgenomen als pelgrim aan de Stille Omgang te Amsterdam. Maar ook dat evenement wordt nu voor het tweede jaar oprij getroffen door de coronapandemie en kan in de gebruikelijke vorm geen doorgang vinden. Er zullen wel enige activiteiten plaatsvinden die via digitale media zijn te volgen. Op internet is hierover informatie te vinden. Voor degenen die de Stille Omgang niet kennen: De Stille Omgang is een door katholieken uitgevoerde devotionele nabootsing in stilte en zonder uiterlijk vertoon van de middeleeuwse processie ter herdenking van het Amsterdamse hostiewonder uit 1345. Deze stille tocht wordt elk jaar in de nacht van zaterdag op zondag na de 15e maart gelopen in de oude binnenstad van Amsterdam. In stilte een omgang met elkaar en een omgang met God beleven, dat was – is voor mij de Stille Omgang. De pelgrimage in de busreis naar Amsterdam en weer terug, de pelgrimage van de tocht door het centrum van Amsterdam en dat alles in gebed en in stilte. Maar in al deze ontmoetingen, of ze nu fysiek of digitaal zijn mogen wij ons samen gemeenschap voelen. We zijn als gedoopten allen in Christus verbonden. Ik wens u, op weg naar Pasen, allen een goede omgang toe met elkaar en met God.

Diaken Ton.

Niet zonder de ander

maandag, 1 maart 2021|

We kunnen niet zonder de ander. Dat blijkt de laatste tijd overduidelijk, nu we gedwongen worden om het aantal contacten te beperken. Middelbare scholieren missen hun klasgenoten. Studenten, opgesloten in hun studentenkamer en de hele dag achter de computer, raken in een depressie. Ouderen vereenzamen in verpleeghuizen. We missen het café, het terras, de voetbalwedstrijd, het feestje: allemaal plekken waar we anderen tegenkomen.

We kunnen niet zonder een ander of anderen, of het nou een partner is, familie, vrienden of collega’s. Dat lijkt zo vanzelfsprekend, maar vaak wordt het tegendeel beweerd. Denk maar aan uitspraken als: ‘ik heb een ander niet nodig’, ‘dat maak ik zelf wel uit’, ‘dat kan ik zelf wel’, ‘eigen baas’ en denk maar aan idealen als zelfstandigheid, vrijheid, zelfredzaamheid, autonomie e.d. We denken zonder de ander te kunnen, maar nu we daar door corona in hoge mate toe gedwongen worden, kwijnen we weg, vergaat ons de lust, verpieteren we en vinden we er niets meer aan.

Wat voor het maatschappelijk en sociale leven geldt, geldt ook voor het geloofsleven en voor een parochie. Ook al hoor je vaak het tegenovergestelde, zonder anderen zou je niet eens tot geloof kunnen komen en zonder het geloof met anderen te beleven en te vieren zou het wegkwijnen. Zoals jij anderen nodig hebt om in je geloof gesteund te worden, zo hebben anderen jou nodig. Want zonder geloof is er geen hoop en zonder hoop geen leven. En daar hebben we elkaar bij nodig. Ook een parochie kan niet zonder mensen die zich daarbij betrokken voelen en die zich voor haar inzetten. Zoals je ook niet zonder die plaatselijke geloofsgemeenschap kunt om te blijven geloven, om geestelijk gevoed te worden, te worden uitgedaagd en gespitst te blijven. Daarom verlang ik ernaar dat we na de lockdown weer met velen naar de kerk kunnen, dat we voluit kunnen zingen en dat we na afloop weer samen koffie kunnen drinken en elkaars verhalen kunnen delen.

Theo Schepens,

emeritus pastoraal werker

Sneeuw ruimen

maandag, 22 februari 2021|

Zowaar kregen we dit jaar nog een winterse week, begin februari. Tegen de achtergrond van de klimaatverandering verwacht je het niet meer zo; aan de andere kant bleef het ook maar beperkt tot één winterse week. In de ochtend van de eerste sneeuwrijke dag waren er al vrijwilligers van onze kerkhofploeg in de weer om de kerk veilig bereikbaar te maken voor onze parochianen, waarvoor hartelijk dank! – Waar zouden we zijn zonder onze vrijwilligers?

Enkele dagen later ben ikzelf ook nog een tijd lang in de weer geweest met het trottoir vóór het kerkplein en met mijn parkeerplaatsje. Even los komen van corona en bureauwerk, even in de buitenlucht met de handen bezig. Heerlijk.

Op een bepaalde manier mag het een metafoor zijn voor de tijd waarin we nu terecht gekomen zijn. De Veertigdagentijd is bij uitstek een tijd om wat zaken op te ruimen die misschien wel aantrekkelijk lijken, maar die ook ervoor kunnen zorgen dat je uitglijdt. In een mensenleven kunnen zo wat gewoontes aanslibben, die je niet echt verder brengen in het leven. Dan kan deze tijd een goede tijd zijn om eens kritisch te kijken naar hoe je je tijd en je leven indeelt.

Veertig dagen worden ons geschonken om bewuster en matiger te leven. Om meer op God gericht te zijn en meer bewust te zijn van onze taak jegens onze naaste. Een paar kilootjes minder kunnen voor de meesten geen kwaad, maar deze tijd is niet bedoeld om kampioen afvallen te worden, of om stermantelzorger te worden voor onze buren, het mag in dienst staan van onze band met God. Bewust bezig ons geloof verdiepend, onszelf oefenend in een goede maat, omziend naar mensen om ons heen. Ik wens u een vruchtbare tijd toe.

Pastoor Marcel Dorssers

Is vasten een uitdaging?

maandag, 15 februari 2021|

Het is mooi om te zien dat vasten in Nederland aan populariteit wint. Zelfs zonder uitbundig Carnaval gáán veel mensen ervoor om veertig dagen zonder alcohol te leven. En met Dry January zijn ook al velen die uitdaging aangegaan. Er was zelfs een wedstrijd tussen Nijmegen en Tilburg; al weet ik niet wie er gewonnen heeft. Het is goed dat mensen minderen, zeker als het daarvoor teveel was. Ook ik kan daar wel wat van gebruiken.

Maar toch zit me dat moderne vasten niet helemaal lekker. Als we er een challenge, een uitdaging van maken, minderen we dan wel? We brengen juist meer competitie binnen in een leven dat toch al van de concurrentiestrijd aan elkaar hangt. Burn-out en depressie zijn volksziektes geworden.

Toch kan zo’n uitdaging wel helpen. Een stappenteller brengt mij ertoe om elke dag een minimum aantal passen te maken. Een taalprogramma laat het me weten als ik vandaag nog niet geoefend heb. En dat werkt. Ik ga na een bericht trouw aan de wandel of studie. Ik wil de langlopende reeks niet onderbreken; dan moet ik weer van voren af aan beginnen. Er hangt veel vanaf.

Dat zou in de vastentijd anders moeten zijn. Ja, deze periode kan een oefenruimte zijn om minder te drinken, meer te sporten en studeren. Maar om echt te kunnen oefenen moet je niet bij elke fout worden afgerekend. Deze tijd zou juist de mogelijkheid om te experimenteren moeten geven, om eens rustig na te denken en nieuwe gewoontes uit te proberen. Daar kan een project als 40 dagen 40 vragen mee helpen. Het gaat niet om zoveel mogelijk goede antwoorden. Nee, je krijgt elke dag een vraag; denk er gewoon eens over na. Of lees een vastenboek, vol aandacht gedurende 40 dagen één boek lezen. En als je het uit hebt, begin je maar weer van voren af aan. Het gaat niet om de prestatie.

Vasten zou geen challenge moeten zijn, maar juist rust en ruimte, zonder druk, zonder vooraf bepaald doel. Gun jezelf die rust. Ik daag je uit.

Frits Hendriks, pastoraal werker.

Leegte

maandag, 8 februari 2021|

Januari was een zeer drukke periode op mijn werk. Ik moest een begroting maken voor de renovatie van de complete elektrotechnische installatie van een AWZI, dat betekent afvalwaterzuiveringsinstallatie. Door allerlei zaken, kon ik pas laat beginnen aan deze klus. Heel weinig tijd dus, om alles goed voor te bereiden en te tellen. Gelukkig is voorbereiding in het liturgisch jaar van de katholieke kerk wel goed geregeld. Zoals bijvoorbeeld binnenkort de voorbereiding op weg naar Pasen in de Veertig Dagentijd. Deze voorbereiding is in figuurlijke zin een complete renovatie van ons innerlijke zelf. Renovatie, in de betekenis van proberen meer de mens te gaan worden zoals God wil dat ik ben. In die periode van renovatie probeer ik na te denken over allerlei zaken. Zaken die mij bezig houden als persoon, zaken die zich voordoen op mijn werk of in het gezin, zaken die zich voordoen in de parochie. En bij al dat nadenken, komen dingen boven drijven die wellicht niet zo goed zijn of zijn geweest. En weer kom ik op dat beeld van de AWZI, om uit al het afvalwater dat geproduceerd wordt weer schoon water te maken dat kan terugvloeien in het oppervlaktewater, een stukje van de natuur en daarmee een stukje van Gods schepping. En dat is belangrijk, want als christenen hebben wij de opdracht om ervoor te zorgen dat de natuur, het milieu, schoon blijft. Daarvan is het zuiveren van afvalwater een onderdeel. Alle mensen van goede wil hebben de opdracht goed voor deze wereld te zorgen, niet alleen christenen. Paus Franciscus heeft hierover geschreven in zijn encycliek Laudato si’, die in het Nederlands gratis online is te lezen op: https://www.rkdocumenten.nl/. Het bevat mooie inzichten en is prima te lezen voor een leek! Nu weer even terug naar mijn persoonlijke AWZI en het ‘afval’ in mij. Dat mag ik laten uitzuiveren in dat mooie sacrament van boete en verzoening, om daarna mijzelf helemaal (terug) te geven aan God. Het is een laatste stap in een innerlijk zuiveringsproces op weg naar …. Zo gezuiverd, is er in mij een overblijvende ‘leegte’ die gevuld kan worden met Gods liefde. Ik gun iedereen die wil en hiervoor openstaat, een innerlijk zuiveringsproces met een overblijvende ‘leegte’ die gevuld kan worden met Gods liefde.

Diaken Ton.

2 februari Maria Lichtmis

maandag, 1 februari 2021|

Op het feest van Maria Lichtmis worden twee personen, in hoofdstuk twee, verzen 22-32 van het Evangelie van Lucas, heel duidelijk voor ons uitgetekend: Maria, die de tempel van Jerusalem binnenkomt met haar kind: Jezus, dragend op haar armen. De tweede persoon die onze aandacht vraagt, is de oude Simeon, die Jezus uit de handen van Maria neemt.

Terwijl hij dit kind mag dragen, prijst hij dit kind dat gekomen is als een licht voor alle mensen. En zo is Maria geworden een Moeder die niet alleen het Licht liet geboren worden – 40 dagen geleden – maar hetzelfde Licht ook doorgeeft aan elke mens die zich daarvoor open stelt. De brandende kaars is in ons geloofsleven steeds het symbool van Hem, die door de oude Simeon het Licht van deze wereld werd genoemd. Het licht van de kaars speelt daarom een grote rol in ons geloofsleven. We worden als het ware met het licht van de kaars begeleid: licht op de dag van de doop, licht op de adventskrans, licht bij huwelijksviering [huwelijkskaars]. licht bij de paaswake [paaskaars], licht ook op het einde van onze levensweg als er nogmaals een kaars ontstoken wordt als een lamp voor onze voeten, als een belofte dat wij zullen ontwaken in het eeuwig Licht van Christus zelf.

Kaarsen, het symbool van Christus. Maar, zij mogen ook het symbool zijn van ons leven. Wanneer zo’n kaars brandt wordt zij, terwijl zij licht en warmte geeft, steeds kleiner. Zij geeft zichzelf helemaal. Zo zou iedere mens, in navolging van het Licht Jezus Christus, zichzelf klein moeten maken en wegschenken aan die mensen, die hunkeren naar wat licht en warmte in onze soms zo donkere en koude wereld. Moge er vele, vele lichtdragers komen om onze donkere en koude wereld te verlichten en te verwarmen op voorspraak van Maria, de schenkster en geefster van het licht, vooral in deze dage van Corona.

Pastoor Godfried B.M. Looijaard

Het coronavirus en God

maandag, 25 januari 2021|

Laatst viel mij op dat er een zekere overeenkomst bestaat tussen het coronavirus en God: je ziet ze namelijk niet, maar ze zijn er wél. En omdat je ze niet ziet, zijn er mensen die beiden ontkennen. Virusontkenners vinden we bij leden van de groep Viruswaanzin (Viruswaarheid).  Er zijn er zelfs die de hele coronapandemie zien als een poging van machthebbers om het volk zijn vrijheid te ontnemen. In het geval van God zien we iets soortgelijks: atheïsten ontkennen het bestaan van God en fanatieke atheïsten gaan een stap verder: zij beschuldigen de Kerk ervan om door middel van het geloof het volk te onderdrukken; Marx is daar een bekend voorbeeld van.

Maar er zijn méér overeenkomsten. Omdat het coronavirus zo besmettelijk is, bestaan er allerlei regels om besmetting te voorkomen. We kennen die regels: afstand houden, handen wassen, drukte vermijden enz. Ook in ons gelovig leven kennen we regels. Jezus heeft de belangrijkste samengevat in het dubbelgebod: God beminnen met heel je hart en je naaste als jezelf (Mt. 22,37-39). Een uitwerking daarvan vinden we in de Tien Geboden.

We vinden het echter moeilijk om ons aan de regels te houden. Het vergt wat van ons, het vraagt offers en het is verleidelijk om onze eigen zin te doen. We willen bijvoorbeeld graag met velen samenkomen om gezellig een feestje te bouwen. We zijn toch wat egoïstisch aangelegd en denken vooral aan onszelf en minder aan onze naasten. En we verwaarlozen onze relatie met God. We hebben het niet zo op regels, maar hebben niet in de gaten dat het dan goed fout kan gaan.

Daarom is het goed dat we bij de les worden gehouden door mensen als Diederik Gommers of Ernst Kuipers, die ons wijzen op het gevaar van het coronavirus en ons aansporen elkaar te helpen ons aan de regels te houden. Daarom is het goed dat er pastores zijn die ons de weg wijzen naar God en ons aansporen ons in te zetten voor onze naasten, vooral de meest kwetsbare.

Er is natuurlijk één groot verschil tussen het coronavirus en God. Het virus is dodelijk, maar God is geen God van doden, maar van levenden (Mc. 12,27). Daarom bid ik met de psalmist: ‘Gelukkig de mens die zijn toevlucht neemt tot God; het zal hem aan niets ontbreken’ (Ps. 34,9-10).

Theo Schepens,

emeritus pastoraal werker

Aangeraakt

maandag, 18 januari 2021|

Hoewel de kern dezelfde blijft, is de dooppraktijk in enkele tientallen jaren nogal veranderd. Waar mijn ouders bijvoorbeeld nog gedoopt werden op hun geboortedag of uiterlijk de dag erna, daar werd ikzelf gedoopt op de zondag na mijn geboortedag. De foto’s tonen dat mijn peettante mij ten doop hield, want mijn moeder rustte nog uit in het kraambed – ook alweer vreemd tegen de achtergrond van de praktijk van nu.

Nu worden kindjes meestal gedoopt op een leeftijd van een maand of drie. Moeder kan er dan gelukkig wel bij zijn. Tja, en omdat tijdens de eerste coronagolf niet gedoopt kon worden, waren de dopelingen het afgelopen half jaar enkele maanden ouder. Een enkeling kon al lopen, en dat hebben we in enkele vieringen – tot hilariteit – ook kunnen zien.

Toch komt het ook voor dat mensen op latere leeftijd gedoopt worden. Vaak omdat men ontdekt dat men op een of andere manier aangetrokken wordt tot die Kerk, door de stilte van een kerkruimte, de geur van wierook, de kunst, de muziek, de verhalen, de begeestering van mensen of de spiritualiteit. Vaak is het niet zo eenvoudig aan te geven en voor eenieder is dat ook anders.

Enkele malen heb ik mensen die op latere leeftijd om het doopsel vroegen, mogen begeleiden. Steeds weer een geweldig traject om samen na te denken over geloof, over bidden, over de Bijbel, over heiligen en mensen die minder heilig waren, kortom over persoonlijk geloof en leven vervlechten.

Het is bemoedigend te zien dat God steeds met mensen bezig is en op weg gaat. Velen zijn in onze tijd zoekende, maar – zo vul ikzelf aan – liefdevol aangeraakt door God die mensen raakt, ook als zij niet, of nog niet, de weg naar de Kerk vonden. Gelukkig blijft Hij zorg hebben voor ons, zijn creaties, in welke levensfase ook, zelfs voorbij kerkelijke kaders. Dat stemt dankbaar en geeft vertrouwen voor de toekomst.

Pastoor Marcel Dorssers

Gaf de boom hoop?

zondag, 10 januari 2021|

In de kersttijd stond voor al onze kerken een Boom van Hoop. Volgehangen met kerstballen, transparante van plastic, papieren en houten. Op zondag 20 december hebben we de bomen ‘ingewijd’. Eerste Communicanten en zondagse kerkgangers hingen er hun wensen en kreten van hoop in. Mooi geschreven en vaak met creatieve versiering.

De volgende dag regende het heel hard. Veel van de teksten op de ballen liepen uit; een van de bomen kreeg kortsluiting in de verlichting. Hoe hoopvol was dat? Ik werd er zelf een beetje moedeloos van. Maar toen de zon weer scheen en de verlichting weer was hersteld, bleken de meeste spreuken nog altijd te lezen. Bovendien had ik intussen bedacht: een kaarsje dat iemand opsteekt verdwijnt ook. Daarmee is het gebed van die persoon nog niet weg, maar het is opgenomen, in onze gemeenschap met God. Zou dat niet ook zo zijn met deze kerstballen? Al is de viltstift uitgewist, de hoop is niet onopgemerkt gebleven, maar gehoord.

En gezien, want veel mensen zijn een kijkje gaan nemen bij de Boom. Alleen dat al toverde vaak een lach op gezichten. En discussies. Zo had iemand de hoop opgeschreven dat er weer dinosauriërs zouden komen. Volgens een jongeman was dat echter onzinnig. Dat zou nooit meer gebeuren. Maar wat hoopte híj dan? Het bracht gesprekken op gang waarvan ik niet wist dat ik ze ooit zou voeren.

Individuele mensen werden gemeenschap rondom de Boom van Hoop. Het is belangrijk om samen te blijven komen vanuit positiviteit en enthousiasme, niet alleen om te klagen. De Kerk wil daar graag aan bijdragen. Onze rol is anders dan vijftig jaar geleden. Sommige mensen vinden dat jammer. Maar laten we niet in het verleden leven. Laten we vooruit kijken. Dat is wat hoop betekent. Erop vertrouwen dat de toekomst ook goede dingen brengt. Anders dan wat we hadden, maar ook goed. Die hoop hebben veel mensen in onze gemeenschap uitgesproken. Soms onder tranen vanwege corona-lijden, soms neerslachtig omdat het maar niet ophoudt. Maar in het geloof: Het wordt weer goed.

Frits Hendriks, pastoraal werker.

Opnieuw beginnen

zondag, 3 januari 2021|

Het nieuwe jaar 2021 is begonnen. In het bedrijfsleven staan alle tellers weer op nul. De targets voor dit jaar zijn gesteld en de eerste bijeenkomsten hebben alweer plaats gevonden. De ‘beste wensen’ zijn uitgesproken naar elkaar toe. Bij de een in een rechtstreekse persoonlijke ontmoeting en bij de ander in een virtuele ontmoeting via teams – zoom of een ander digitaal platform. Hoe gaat het coronavirus dit jaar de resultaten nog beïnvloeden, dat is de vraag die velen stellen. Aan het begin van het nieuwe jaar zijn er normaliter gesproken vele, vaak druk bezochte Nieuwjaarsbijeenkomsten. Dit nieuwe jaar 2021 zal het anders gaan, vanwege de lockdown. Hoe doen we het nu, elkaar allerlei goede wensen toebedelen? Wensen die goed kunnen doen, wensen die een opsteker kunnen zijn, wensen die deugd kunnen doen. Velen zijn gewend om tegen elkaar te zeggen: ‘De beste wensen’. En weer anderen zeggen tegen elkaar ‘De allerbeste wensen’. Zelf probeer ik om consequent te zeggen: ‘Zalig Nieuwjaar’. Maar dat wordt lang niet meer door iedereen verstaan. In gedachten verzonken, stel ik mijzelf de vraag: ‘Waarom niet? Waar is de tijd gebleven dat het heel normaal was om elkaar een Zalig Nieuwjaar toe te wensen?’ En waarom wordt de term ‘zalig’ door velen niet meer verstaan in deze postmoderne tijd? Wanneer je ‘zalig’ opzoekt in een woordenboek, dan staat er onder andere: Het eeuwige heil deelachtig, Van het verderf gered; In de hemelse zaligheid opgenomen; Heilzaam, Gelukkig; Heerlijk, Aangenaam. Je wenst met een ‘Zalig Nieuwjaar’ voor iemand dus veel goeds en vanuit een katholiek gelovig standpunt zelfs over dit aardse leven heen. Daarom wil ik iedereen toewensen: ‘Zalig Nieuwjaar’.

Diaken Ton.

Kerstmis 2020

zondag, 20 december 2020|

Ondanks alle coronasores wil ik toch met U allen nadenken over het komende kerstfeest. In de kerstnacht luisteren wij steeds opnieuw graag naar het kerstverhaal. Als dit er niet was, dan zou het voor ons geen Kerstmis geweest zijn. Wij willen horen over de geboorte van Jezus, die in armoedige omstandigheden in een stal ter wereld komt, en die desondanks gehuldigd wordt door herders op het veld en een koor van engelen.

Toch is dit plaatje dat een beetje zoet en sentimenteel aandoet, niet de eigenlijke reden voor onze vreugde met kerstmis. Het kan echter voorkomen dat mensen bij deze wat oppervlakkige kijk blijven steken. Dat neemt niet weg dat zij toch wel iets van blijdschap voelen, van vredelievendheid op deze dag. Maar als men tot een diepe vreugde en vrede wil doordringen, moet men ook tot het eigenlijke geheim van Kerstmis doordringen. Dit geheim kunnen wij in een paar woorden uitdrukken, de betekenis echter kan alleen met het hart, met je hele persoon benaderd worden: het geheim dat luidt: God wordt mens. Niemand zal er ooit een bevredigend wetenschappelijke verklaring voor kunnen geven, en niemand zal er ooit achteloos aan voorbij kunnen gaan, ook al zijn er mensen die denken dat God of wie dan ook niet nodig hebben. Maar God heeft hen wel nodig, en Hij heeft hun menselijke natuur aangenomen, om allen te redden en te heiligen, of mensen nu stoer doen of nederig ontvankelijk zijn. Door als een klein kind geboren te worden heeft God bovendien elke drempel weggenomen. Niemand hoeft zich tegenover een klein kind te bewijzen, niemand hoeft minderwaardigheidskomplexen  te hebben, niemand hoeft een grote mond op te zetten.Bij God, zoals Hij in de Kerstnacht in deze wereld komt, hoef je alleen maar Zijn schepsel te zijn; je hoeft ook niets te zeggen, je mag alleen luisteren en verbaasd staan, dat is al genoeg. Deze heilige nacht is er om ons mensen redding, vreugde en vrede te schenken. Wij doen er niets voor, God is het die in deze nacht alles voor ons doet. Zijn Zoon Jezus wordt als een kind geboren uit de maagd Maria in de stad van Bethlehem. Alleen het geloof ziet meer dan een kind in de kribbe. Het geloof ziet Gods goedheid en barmhartigheid met ons mensen. Ons past in deze nacht het eerbiedige zwijgen en kijken naar het geheim dat God voor ons bereid heeft en bidden wij:”God, Gij hebt deze heilige nacht doen stralen door de luister van het ware licht. Wij bidden U, laat ons die op aarde het mysterie hebben leren kennen van dit licht, ook de vreugde ervan genieten in de hemel. Door onze Heer Jezus Christus, Uw Zoon die met U leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.”Moge het in deze moeilijke tijd toch voor U allen gezegende dagen zijn, ik wens U dan ook een Zalig kerstmis toe en Gods zegen in het nieuwe jaar.

Pastoor Godfried B.M.Looijaard

Kunnen we dit jaar wel Kerstmis vieren?

maandag, 14 december 2020|

Die bange vraag was de laatste tijd in de media vaak te horen. Nóg wanhopiger was de volgende vraag: ‘Kan het dit jaar wel Kerstmis worden?’ Ik kan u gerust stellen: het wordt ook dit jaar weer Kerstmis en wel op 25 december. Kerstmis is namelijk niet van ons afhankelijk en wordt onder allerlei omstandigheden gevierd. Zo zwegen tijdens de Eerste Wereldoorlog de wapens op 25 december en vierden Franse en Duitse soldaten, vijanden van elkaar, samen Kerstmis. Zo zal er ook dit jaar, waarin we strijd moeten leveren tegen het coronavirus, Kerstmis gevierd worden. Toegegeven, de wijze waarop we Kerst kunnen vieren, varieert, maar waar het bij Kerstmis om gaat, blijft alle eeuwen door hetzelfde. Dat is namelijk de geboorte van Jezus: God werd mens. Het initiatief daartoe lag bij God zelf, niet bij ons. Waarom en waartoe? De evangelist Johannes geeft dat kort en krachtig weer: ‘Zozeer heeft God de wereld lief gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben’ (Joh. 3,16). En in de kerstnacht verkondigt de engel aan de herders: ‘Heden is u een Redder geboren’ (Lucas 2,11). Liefde, redding, niet verloren gaan: dat is waar wij mensen zo naar verlangen. En daarom is Kerstmis zo’n vreugdevol feest. Een feest dat we graag met velen zouden vieren, maar dit jaar even niet. Ondanks alle beperkingen die er zijn, kunnen we toch op allerlei manieren onze kerstvreugde met anderen delen. Kerstmis is immers ook het feest van de solidariteit, het feest van de vrede. Ook al zal het kerstdiner dit jaar bescheiden van omvang zijn, er zijn in deze dagen allerlei acties – en met wat creativiteit kan iedereen eigen mogelijkheden vinden – om anderen te laten delen in de kerstvreugde, om Gods liefde aan elkaar door te geven. Moge het in die zin een Zalig Kerstmis worden.

Theo Schepens,

emeritus pastoraal werker

Herberg

zaterdag, 5 december 2020|

Nu het jaar op zijn einde loopt vieren we in de Kerk de Advent, de voorbereidingstijd van verwachtingsvol uitzien naar de komende Christus, die geboren wordt als een klein en kwetsbaar kind en zó ons menszijn deelt.

Voor het misboekje zocht ik naar geschikte afbeeldingen. Ik vond het verrassend dat er in onze parochie een getalenteerde vrijwilliger woont, die jarenlang de afbeeldingen heeft verzorgd van de liturgische weekuitgaven van een bekende uitgever. Zij was graag bereid mee te werken.

Voor deze Advent kozen we een afbeelding waar Jozef en Maria te kennen wordt gegeven dat er geen plaats is in de herberg. ‘Misschien wel toepasselijk voor déze Advent,’ zei ze. Tja, wij moeten er inderdaad mee rekening houden dat we tijdens de komende Kerstmis onze kerken maar zeer ten dele kunnen benutten. Uiteraard zouden wij u graag allemaal herbergen, maar de burgerlijke en kerkelijke overheid staan het ons dit jaar niet toe. Het is gewoon vreselijk – zeker niet wat wij zouden willen, maar ik kan het niet veranderen.

Toch zijn er natuurlijk wel manieren om de komende Kerstmis toch in huiselijke kring te vieren. Samen met het gezin het Kerstverhaal lezen, gebedsintenties noemen, een Onze Vader bidden en kerstliederen zingen (thuis mag het…). De bisschoppen hebben ook een initiatief genomen, namelijk met de website vierkerstmis.nl, met onder andere wat meer uitgewerkte vieringen voor thuis. Een aardig initiatief voor dit jaar.

Laten we bidden om een snel einde aan de pandemie, want eenieder is natuurlijk van harte welkom in onze herberg die Kerk heet, ook al doet de pandemie het nu misschien anders voorkomen.

U allemaal wens ik een goede voorbereiding toe op Kerstmis.

Pastoor Marcel Dorssers

Ziet u de beren ook?

maandag, 30 november 2020|

Van het voorjaar stonden er voor veel ramen knuffelberen lief te zijn. Ze verwelkomden kinderen die op berenjacht waren. Een bijbehorend liedje zegt: We kunnen er niet onderdoor, niet overheen, niet omheen. We moeten er doorheen.

Die berenmoed had ik nodig. Want na de beren was er nu een plan om gluurpietjes voor het raam te hangen. Ik had de tekening al uitgeprint en daarna de pietenmuts vrolijk ingekleurd. Maar toen: wat doe ik met de huid van de piet? Wit laten? Maar is dat geen statement? Zwart of bruin maken? Maar zo ziet een zwarte piet er niet meer uit. Met roetvegen? Wel erg politiek correct. En ik weet niet precies hoe de mensen in ons dorp over het fenomeen ‘piet’ denken.

Zo werd een leuke actie een groot probleem. Ik zag overal beren op de weg. Maar ik wilde toch graag meedoen, dus kon ik er niet omheen om een keuze te maken. Achteraf blijkt dat je van een afstand de kleurtjes helemaal niet meer zo goed ziet. Maar het voelde als een statement toen ik de plaat ophing. Wat zullen de mensen er wel niet van denken? Roep ik geen onnodige weerstand op?

Sinds kort hebben allebei mijn buren kerstverlichting buiten hangen. Dat is blijkbaar niet zo’n punt; of misschien zijn ze gewoon moediger dan ik. Maar de volgende kwestie dient zich bij mij alweer aan. Wat doe ik met de advent? Zal ik kaarsen voor het raam zetten? Elke zondag steek ik er dan een extra aan, tot we de vier weken adventstijd door zijn en het met Kerstmis één groot lichtfeest is. Onze verlosser is geboren! Dat vind ik best belangrijk om te laten zien, maar… Ik denk er nog even over na. Misschien worden het wel vier kerstbeertjes. Daar kan zelfs ik geen bezwaar tegen hebben. Of toch?

Frits Hendriks, pastoraal werker

Advent: Tijd van verwachting

maandag, 23 november 2020|

Elk feest vraagt een voorbereiding. De Advent is zo’n voorbereidingstijd. Vier weken zijn er om te groeien naar de komst van de Heer. Bij die komst van de Heer mogen wij denken aan het Kerstfeest dat we over enkele weken gaan vieren. We staan dan stil bij de geboorte van Gods Zoon 2020 jaar geleden. Maar we mogen ook vooruit kijken. Want Jezus de Heer zal eens terugkomen. Ook daar mogen we ons op voorbereiden. Jezus zegt ons: “Weest waakzaam!”. Jezus vertelt ons dat Hij ééns terug zal komen. Dat het licht van de eeuwigheid eens door zal breken. Maar wij zien dat nog niet. Wij leven nog in een wereld waarin het eeuwige verduisterd wordt. Verduisterd door het kwaad dat wij ontmoeten. Maar het licht van de eeuwigheid is niet alleen ver weg en toekomstig. Het is ook in ons. Het is in ons gelegd als een kiem op de dag van ons Doopsel. Maar het is een licht dat daar in stand gehouden moet worden. Het moet gevoed worden door gebed en door zorg voor onze naasten. Het vraagt dat wij trouw de taak vervullen die God ons gegeven heeft in dit leven. Dat alles klinkt mee in die woorden van Jezus: “Weest waakzaam”. Ik wens U allen een mooie voorbereidingstijd op het Kerstfeest.

Pastoor Godfried B.M. Looijaard

Eindelijk

maandag, 16 november 2020|

Soms wil je heel veel dingen doen, maar door allerlei omstandigheden kom je er niet toe. Dat wil niet zeggen dat ik het druk, druk, druk heb. Ik bedoel, dat ik er eindelijk toe ben gekomen in een boekje te lezen dat is geschreven door Thomas Quartier. Het heet ‘Heilige woede’ en het door mij gekochte exemplaar is door broeder Quartier gesigneerd met de boodschap: ‘Voor Ton, verbonden in stilte en lofzang. Pax!’

De stilte zoek ik regelmatig. Soms vind ik ze, soms ook niet. En soms, wanneer de stilte wordt doorbroken op een ongelukkig moment, dan kan ik wel woedend worden. Is dat een ‘heilige woede’ of moet ik mijn woede heiligen? En de lofzang, waar is die gebleven? Het hardop zingen is verdwenen sinds alle maatregels rondom corona van kracht zijn. Het enige zingen dat ik hoor, klinkt in mijn hoofd. En soms uit de audio-installatie van mijn auto wanneer ik ergens naar toe onderweg ben. Ik begin bijna te twijfelen of het coronavirus wellicht ook op mij vat begint te krijgen. Niet zozeer door besmetting en een fysiek ziek worden, maar eerder door de geestelijke belasting van minder er op uit trekken en weinig sociaal contact met andere mensen. We moeten immers zoveel mogelijk niet de deur uitgaan en als het dan toch nodig is, dan moet er afstand zijn. Heel vervelend allemaal.

Recent, na een noodzakelijke wandeling naar de winkel om wat boodschappen te halen, kwam ik een jong stel tegen die juist enkele weken geleden hun eerste kindje hadden gekregen. Een kort gesprekje op de voorgeschreven afstand, was het enige wat mogelijk was. Voor corona zouden er handen zijn geschud en een knuffel gegeven. Het kindje mocht ik wel even zien, maar ook weer op afstand! Het maakt me een beetje woedend. Is dat een heilige woede? Het is niet fout om vurig woedend te zijn. Als we dat vuur dan maar richten op het doen van het goede. Ik wens u allemaal toe dat er een vuur van heilige woede in u brand om het coronavirus met al zijn negatieve invloeden die het op ons heeft weg te branden.

Diaken Ton

Wat voor wereld willen wij?

maandag, 9 november 2020|

In Frankrijk is een leraar vermoord, Samuel Paty, onthoofd, omdat hij aan leerlingen spotprenten van de profeet Mohammed had laten zien. Hij wilde hen iets leren over de vrijheid van meningsuiting. Daarna ging het van kwaad tot erger: er volgden terroristische aanslagen in Nice, Lyon en Wenen. We leven in een harde wereld.

Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar is deze onbeperkt? Ik weet nog dat het in de jaren zestig van de vorige eeuw bij anti-Vietnamdemonstraties verboden was om “Johnson moordenaar” te roepen, want daarmee werd een bevriend staatshoofd (de toenmalige president van de VS) beledigd. Zo kende onze wet ook bepalingen tegen majesteitsschennis en godslastering. Die laatste zijn inmiddels afgeschaft. We vinden het tegenwoordig stoer als iemand zegt: “Ik zeg wat ik denk.” Moet alles gezegd kunnen worden? Als je naar debatten in de Tweede Kamer kijkt, krijg je de indruk dat alle remmen los zijn. Dezelfde indruk kreeg ik bij de debatten tussen de presidentskandidaten van Amerika. De vrijheid van meningsuiting verschuift naar ‘de vrijheid om te mogen beledigen’. In het Brabants Dagblad van zaterdag 31 oktober jl. omschreef columnist Özcan Akyol (Eus) onze westerse beschaving als volgt: “in het Westen beledigen en schofferen we alles en iedereen, mits het binnen het toelaatbare van onze wetboeken past.”

Is dat een samenleving om trots op te zijn? Moeten we zó met elkaar willen omgaan? Geef mij maar een samenleving waarin mensen respectvol met elkaar omgaan, overeenkomstig het Bijbelvers ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’ (Tobit 4,15). Geef mij maar een samenleving waarin naastenliefde (een ander woord: solidariteit) en de menselijke waardigheid hoog in het vaandel staan geschreven. Zo’n wereld gun ik iedereen.

Theo Schepens,

emeritus pastoraal werker.

Diakenwijding

maandag, 2 november 2020|

Binnenkort, op zaterdag 7 november zal onze bisschop, mgr. De Korte, onze oud-parochiaan Erik Buster diaken wijden. Jammer genoeg kunnen we niet in groten getale naar de Sint-Janskathedraal in ’s-Hertogenbosch afreizen, want de toegang is vanwege corona zeer beperkt. Gelukkig kunnen we wel de viering via het internet volgen (de link vindt u op onze website).

Binnen de kerk kennen we drie wijdingen, namelijk die van diaken, priester en bisschop. Ieder heeft z’n eigen taak. De diaken richt zich vooral op het dienstwerk en het voorzien in noden. Dat kunnen persoonlijke noden zijn, maar ook materiële. De priester richt zich vooral ook op pastoraat en sacramentenbediening zoals de Mis, de ziekenzalving, dopen, huwelijk. En de bisschop is belast met de dienst van de leiding in zijn bisdom.

Ik denk met plezier terug aan mijn diakentijd in de parochie in Zeeland (bij Uden). Veel was ik ingeschakeld in de voorbereiding voor Eerste Communie en Vormsel. Het was in die tijd dat ik ontdekte dat er maar weinig bezigheden in de parochie waren die ik alléén maar kon doen omdat ik diaken was (misschien minder dan een paar procent van mijn tijd); verreweg de meeste zaken had ik ook kunnen doen op basis van mijn doopsel en vormsel, dus gewoon op basis van mijn katholiek zijn.

Eigenlijk is dat een mooie gedachte: we zijn natuurlijk blij met onze wijdelingen, maar het hoeft binnen de kerk gelukkig niet alléén af te hangen van de gewijde bedienaren. De kerk is het breedst aan de basis. Ook daar kan mooi werk gedaan worden. We kunnen door ons staan in het leven laten zien wat het voor ons betekent om katholiek te zijn. Vooral in een levenshouding en in kleine daden die ons gelovig zijn illustreren. In het klein kunnen we veel goed doen, als is het maar een hand op iemands schouder, een luisterend oor, een pannetje pasta naar een zieke buurman. Al het goede dat we kunnen en mogen doen, mag een glimlach van God zijn. Ik wens u van harte toe dat anderen een glimp van God in u mogen herkennen.

Pastoor Marcel Dorssers

Wat zit je hier te vissen?

woensdag, 28 oktober 2020|

Als je een vraag stelt aan een ander, moet je ‘m ook zelf willen beantwoorden. Dus toen ik laatst aan de zondagse kerkgangers vroeg om te mijmeren over “Waarom ga ik eigenlijk naar de kerk?” had ik kunnen verwachten dat ze mij na de dienst vroegen: “En wat is daarop jouw antwoord?”

En ik moest dat eigenlijk schuldig blijven. Tijdens de vieringen was er wel mijmertijd geweest, maar ik had toen alleen maar kunnen denken: “O, wat is dit fijn, om rustig te kunnen zitten, zonder dat er iets moet, zonder dat iemand iets van mij vindt, denken over wat zin geeft.” Maar is dat een antwoord? Had ik niet iets moeten zeggen over contact met God en zo?

Een tijd geleden kwam ik regelmatig langs een viswater. Daar zaten wat oudere mannen op een krukje, maar ook jonge jongens. En dat had ik niet verwacht. Keurige jongens met een Volkswagen Golf. Ze leken op profvoetballers, maar dan zonder tatoeages. Waarom zaten die daar? Ik kreeg de wildste ideeën. Waren ze misschien pakketjes drugs aan het opvissen?

Op een dag heb ik het maar aan zo’n jongen gevraagd. Hij moest lachen om mijn criminele vermoedens en legde het me graag uit. “Het is zo druk in mijn hoofd de hele dag, met werk, een cursus, mijn ouders, de vriendin. Ik kan daar niet tegen. Op school was ik ook altijd helemaal gaga. Hier aan de waterkant vallen alle stukjes van mijn leven weer op hun plek. Het gaat er niet om dat ik iets vang. Ik vind het zelfs een beetje zielig. Af en toe iets aan de haak is leuk genoeg. Dat geeft drive om terug te komen. Maar eigenlijk draait het om de rust, dat ik gewoon mezelf kan zijn.”

Daarom pakte hij steeds weer zijn hengel. Daarom ga ik naar de kerk. En u?

Frits Hendriks, pastoraal werker

Vastzitten

maandag, 19 oktober 2020|

Beste lezer, het zit allemaal vast tussen mijn schouders en nek. Hoe dat komt? Door een werkhouding van uren, maanden, jarenlang achter twee beeldschermen. Dat vastzitten sluipt er langzaamaan in. Je hebt het niet zo in de gaten. Totdat je merkt: hé, het zit niet allemaal goed, het zit vast. Zo lijkt het in de parochie ook wel eens. Alles hebben we altijd al zo gedaan en daarom blijven we het maar zo doen. Mensen zijn vast komen te zitten in gewoontes en gebruiken. Toch is het vasthouden aan gewoontes en gebruiken niet altijd verkeerd. Er zitten ook goede kanten aan. Bijvoorbeeld op zondag naar de mis gaan in je eigen parochiekerk. In die kerk kom je al jaren, soms al je leven lang. Je hebt een vaste plek waar je altijd gaat zitten, je weet vooraf waar je aan toe bent, je weet wat er komen gaat. Dat geeft een bepaalde rust en het voelt vertrouwd. Maar het laatste half jaar is daar behoorlijk wat in veranderd. Vanaf begin maart tot begin juni mochten we niet gaan door de maatregels rondom de lockdown. Daarna mochten we met een beperkt aantal mensen in één kerkgebouw en op afstand van elkaar. Je vaste plek van vroeger was geen vanzelfsprekendheid meer. Afgelopen zomervakantie waren de regels versoepeld. We kwamen wat minder vast te zitten door coronamaatregels. Nu echter, gaat het toch weer de verkeerde kant op. Het lijk of alles weer meer vast komt te zitten. Helaas kunnen we daar niets aan doen. Gelukkig is er die Ene God die je nooit vastzet. Hij probeert wel om ons in zijn liefde vast te houden. Soms lukt dat en soms gaat dat wat minder. Maar ik ben wel blij dat Hij er is, die liefdevolle God die is Vader – Zoon – H. Geest. Bij Hem vind ik het niet erg om ‘vast te zitten’. Laten we proberen om in deze moeilijke tijden de liefde voor God en elkaar vast te houden, dan zal God ons zeker blijven vasthouden.

Diaken Ton.

Geloof in eeuwig leven

woensdag, 14 oktober 2020|

Enige tijd geleden sprak ik een jong iemand die plotsklaps haar vader verloor. Op zijn werk kreeg hij een zware hartaanval. De ambulance bracht hem met zwaailicht en loeiende sirene naar het ziekenhuis, maar het mocht niet meer baten. Voordat ze het ziekenhuis bereikten, was hij overleden. Enkele maanden later, tijdens de zomervakantie kwam deze persoon in gesprek met een ander jong meisje dat enkele maanden daarvoor ook haar vader was verloren. Zij begreep het verdriet van dit meisje, ze konden elkaar troosten en steunen. Dan zie je hoe midden in de pijn van het verlies het nieuwe leven geboren wordt in de vorm van medemenselijkheid, van liefde en begrip. Misschien heeft U een soortgelijke ervaring. Misschien kunt ook U zeggen: het was een moeilijk en intens verdrietige tijd, maar het heeft mij ook iets gegeven. Het heeft mij niet teruggegeven wat ik verloor, maar midden in de dood groeide, zonder dat ik het zag of zelfs maar vermoedde, het nieuwe leven. Zo’n ervaring neemt het verdriet niet weg om degene die we hebben verloren, maar het geeft wel hoop en uitzicht dat er, ondanks alles, toekomst is. Het is juist deze toekomst, dat er door de dood heen, leven is en dat er doorheen alle verdriet om het gemis liefde is. Wij vieren het geloof in God in het leven en de liefde. Wij mogen ons ervan bewust zijn dat de dood nooit het laatste woord heeft, maar dat het eerste en het laatste woord er een van leven en liefde is. De volheid van het leven, van eeuwig leven, is Gods geschenk aan ieder van ons.

Pastoor Godfried B.M. Looijaard

Carlo Acutis (1991-2006)

maandag, 5 oktober 2020|

Alle kans dat u nog nooit van deze jongen hebt gehoord. En toch wordt hij a.s. zaterdag (10 oktober) in Assisi zalig verklaard. Waarom?

Oppervlakkig gezien verloopt zijn leven zoals van velen en is het een gewone, gezellige jongen. Hij wordt in Londen geboren als zoon van Italiaanse ouders die daar vanwege hun werk verblijven. Als hij drie jaar is, verhuist het gezin naar Milaan. Zijn ouders zijn geen regelmatige kerkgangers. Carlo kan goed leren, is helemaal vol van computers en op 10-jarige leeftijd ontwerpt hij websites voor zijn school en voor de parochie. Hij is een vrolijke jongen, creatief, heeft gevoel voor humor en heeft alles in zich om een succesvol leven tegemoet te gaan. Maar het loopt anders en na een kort ziekbed sterft hij op 15-jarige leeftijd aan leukemie. ‘Veel te vroeg om dood te gaan’, zouden wij zeggen.

Wat is er zo bijzonder aan hem dat hij wordt zalig verklaard? Hij is zeer sociaal, zet zich in voor de zwakkeren in de samenleving en doet vrijwilligerswerk bij daklozen, kansarmen en bejaarden. Maar dat is niet het enige. Wat opvalt is zijn gelovige instelling. Hij is een trouwe bezoeker van de H. Mis, die hij ‘de autostrade naar de hemel noemt’. Aan zijn moeder stelt hij voortdurend indringende vragen over het geloof, wat er uiteindelijk toe leidt dat ook zij weer naar de kerk gaat. Zijn computerkennis zet hij in voor parochie en catechese. En als hij te horen krijgt dat hij ongeneeslijk ziek is, draagt hij zijn lijden op aan Christus en voor de Kerk. Een gewone jongen van deze tijd, maar met een diep geloofsleven.

Sinds de Wereldjongerendagen van 2013 in Rio de Janeiro staat hij bij gelovige jongeren bekend als ‘cyberapostel’. Voor velen onder hen is hij een voorbeeld, een rolmodel. Voor mij is dit hele verhaal een ‘opstekertje’: het geloof is niet dood, maar levend, ook bij jongeren. Geloof zet aan tot inzet voor de samenleving en helpt je om het meest moeilijke – de dood – met vertrouwen tegemoet te zien. Als ik weer eens in Assisi kom, zal ik toch eens naar het graf van Carlo Acutis gaan.

Theo Schepens,
emeritus pastoraal werker

Tweede Communie

maandag, 28 september 2020|

In de afgelopen zondagen mochten we in onze parochie de Eerste H. Communie vieren in Udenhout en Berkel-Enschot. Stuk voor stuk opstekertjes, mooie vieringen, waarin de kinderen gaandeweg verder ingevoerd worden in de geloofsgeheimen, en in geloof kunnen groeien.

Normaal gesproken hadden we de Eerste Communie al in mei of juni gevierd, maar corona had ook hier roet in het eten gestrooid. September, zo vlak na de vakantie, lag voor de hand om het alsnog te vieren, temeer omdat een bescheiden familiefeest dan nog buiten gevierd zou kunnen worden. Gelukkig heeft het warme nazomerweer een handje geholpen. Knipoog van boven, denk ik dan.

Ik kan mezelf mijn Eerste Communie nog goed voor de geest halen: Hemelvaartsdag 19 mei 1977. Door de fanfare afgehaald aan de rand van het dorp, dan met twee schoolklassen communicanten naar de kerk voor een feestelijke viering. In een volle kerk voor het eerst ter communie, en ’s middags een mooi familiefeest. Het blijven fijne herinneringen, en ik hoop dat onze communi­canten net zo’n goede herinneringen koesteren aan hun Eerste-Communiedag.

Naast mijn Eerste Communie, kan ik mij ook mijn Tweede Communie nog goed herinneren. Het zal de opvolgende zondag zijn geweest, dat ik met mijn ouders naar de Mis ging. Een beetje zenuwachtig nog, want hoe moest je je handen ook weer houden? Maar misschien nog meer bewust dan in de Eerste-Communiemis, mocht ik nu OLH ontvangen in het teken van het geheiligde Brood. Een bijzonder moment, waarin ik ervoer dat ik nu mocht naderen tot iets heel speciaals, iets dat ik misschien nog niet zo helemaal snapte, maar waarvan ik wel aanvoelde dat het me op een bijzondere manier in contact bracht met ‘het goddelijke’ en met de volwassen geloofsgemeenschap. Het is een ervaring die ik iedereen graag gun, telkens weer.

Aan alle communicanten en hun families, van harte proficiat!

Pastoor Marcel Dorssers

Wat weet, vrees, hoop en doe ik?

maandag, 21 september 2020|

“De wereld staat op z’n kop. De coronacrisis raakt iedereen en we moeten ons allemaal aanpassen aan een samenleving die we nog niet kenden. Dat maakt ons angstig en onzeker.” Daarom schreef de Vlaamse psycholoog Paul Verhaeghe het boekje ‘Houd afstand, raak me aan’. In oktober en november gaan we dat lezen en bespreken in onze parochie. Ook u bent van harte welkom.

Maar we gaan niet zomaar aannemen wat deze Belgische professor ons zegt. Hij geeft zíjn antwoorden op vragen als: Wat kunnen we weten? Wat moeten we vrezen? en Wat mogen we hopen? We beluisteren zijn verhaal en denken er het onze van.
Zoals mijn collega Theo Schepens een paar weken geleden een andere Vlaamse hoogleraar, Damiaan Denys, citeerde. Deze zei dat ‘naastenliefde’ en ‘matigheid’ zeer belangrijk zijn in deze crisistijd. Dan is het goed, schreef Theo ongeveer, eens te luisteren naar de kerk, want die spreekt al tweeduizend jaar elke zondag over deze waarden.

Al moeten we ook toegeven dat we -als kerk, als mens- heel veel niet weten. Want wat is dat coronavirus precies? Hoe verspreidt het zich? En denken we iets te weten, lijkt het virus weer veranderd.
In ons achterhoofd sluimert onzekerheid. Zal ik het krijgen? Is er voor onze kinderen nog wel een goede opleiding? Word ik niet aan mijn lot overgelaten? Het is goed om dit soort angsten onder ogen te zien. Ze drijven ons voort, maar we zijn ons er niet altijd van bewust.
Dat geldt overigens ook voor de andere kant. Welke lichtpuntjes zien we in de ellende?

Wat weet, vrees, hoop en doe ik? Het zijn indringende vragen, waar je niet zo een-twee-drie mee klaar bent. Daarbij komt dat deze crisis maar niet ophoudt. Dan is het goed om regelmatig pas op de plaats te maken. Of dat nu op zondag in de kerk is, bij onze boekgesprekken, aan uw eigen keukentafel of op een bankje in het dorp. Denk erover, spreek het uit. En als u er iets over wil delen, dan bent u altijd welkom.

Frits Hendriks, pastoraal werker
frits.hendriks@johannesxxiiiparochie.nl

Een tijd voor rust

maandag, 14 september 2020|

Beste lezer, voor de meeste werkenden onder ons is de vakantie weer voorbij. En voor de gepensioneerden onder ons is vakantie meestal geen onderwerp van gesprek. Die hoor ik dan zeggen: “Ik heb het hele jaar door vakantie”. Maar juist in deze tweede groep zijn velen betrokken bij allerlei soorten vrijwilligerswerk en ook dan is even afstand en rust nemen belangrijk. En er is nog een groep die ik wil noemen: mensen zonder werk of die wegens ziekte of anderszins niet zo met vakantie bezig zijn. Dat kan zijn door allerlei verschillende oorzaken zoals financiële middelen die ontbreken, lichamelijke beperkingen en vult u maar in. Zelf heb ik nu vakantie terwijl ik dit opstekertje schrijf, dat ook nog in mijn vakantie moet worden ingeleverd voor publicatie. Maar je hebt toch vakantie denkt u nu. Inderdaad, vakantie van mijn dagelijkse werkzaamheden in de techniek. En vakantie als diaken in de parochie. En toch zijn er altijd wel dingen die er te doen zijn, die afgewerkt moeten worden voordat je echt vakantie hebt. Ik ben in mijn leven nooit anders gewend geweest. In mijn jeugd ging ik in de vakantie werken bij mijn oom op de boerderij, omdat ik dat leuk vond om te doen. Later, toen ik een baan had, was ik aan het begin van de vakantie altijd nog wel enkele dagen bezig met het loslaten – loskomen van mijn dagelijkse werkzaamheden. Weer later, toen ik een eigen bedrijf had, was ik de eerste week waarin het personeel al vakantie vierde, bezig met het afwerken van allerlei administratieve zaken. En toen onze kinderen volwassen waren, ging ik in de vakantie samen met mijn vrouw Annie, een weekje vrijwilligerswerk doen voor de jongerenkampen van ons bisdom. Wat betekent vakantie? Het woord vakantie is afgeleid van vacatio. In het Latijn is het werkwoord vacare, dat staat voor vrij zijn van verplichtingen. Het is een periode waarin een persoon zijn gewoonlijke dagelijkse activiteiten staakt, zoals naar school of het werk gaan. Als ik het zo lees, dan is vakantie heel eenvoudig: ‘Gewoonweg met de dagelijkse activiteiten stoppen’. Toch is vakantie voor mij veel meer. Vakantie is een tijd van tot rust komen. Dat wil niet zeggen dat je niets moet doen, geen lichamelijke of geestelijke activiteiten. Juist in het doen van dingen waar je normaal niet snel toe komt, kun je in de vakantie prima doen om te ontspannen. Weer voor mijzelf gesproken: Ik probeer elk jaar in de vakantieperiode een week op retraite te gaan in de stilte van de Foyer de Charité in Thorn. Daar kan ik biddend, mediterend, in het vieren van de dagelijkse eucharistie, in het volgen van de dagelijkse inleidingen rondom een Bijbeltekst, helemaal tot rust komen. Zo heeft ieder voor zich een manier om tot vakantie te komen. Ik hoop dat ieder van u tot rust is gekomen in de vakantieperiode.

Diaken Ton.

Hoe maak ik een thuis?

donderdag, 10 september 2020|

Sinds juli woon ik in de parochie, op winkelcentrum Koningsoord, midden in de bedrijvigheid van werk, gezondheidszorg en boodschappen doen. Het is er elke dag, van de ochtend tot de vroege avond, een drukke bedoening. Op de parkeerplaats heerst een prettige chaos.

Toch is het in mijn appartement best rustig. Als ik vanaf de straat de trap oploop naar onze gezamenlijke binnentuin op het dak van de supermarkt, merk je niets meer van al die drukte. Buren zitten vredig op hun terrasje, maken een praatje met elkaar. Het doet me denken aan het oude klooster, waar je ook een pandhof hebt met een stille gang eromheen.

Vanaf de binnentuin betreed ik dan mijn huisje. Het heeft even geduurd voordat het was ingericht. Ik had niet meer zoveel spullen, vanwege eerdere verhuizingen. Ik heb veel gekregen of gekocht bij de kringloop of mensen in de buurt. Een enkel schilderij wacht ook nu nog op een betonboor, en er is altijd wel iets te wensen voor je woning, maar pas geleden heb ik mijn appartement ‘af’ verklaard. Dit is het. Dit is mijn thuis voor de komende jaren.

Daarom heb ik mijn huis laten inzegenen, een mooi katholiek gebruik, om de goede Geest in je woning uit te nodigen. En pastoor Marcel Dorssers maakt er ook wat van. In vol ornaat besprenkelde hij mijn hele appartement met wijwater, nadat we gebeden hadden rondom een evangelieverhaal. In die tekst kibbelen de twee zussen Marta en Maria om de vraag wat belangijker is: het huishouden of genieten van aangenaam gezelschap? Actie of contemplatie?

Elk leven heeft eigenlijk beide nodig. En elk huis ook. Ik was blij dat ik voor de komst van de pastoor had opgeruimd en gepoetst. Een huis is er om thuis te kunnen komen, een veilige omgeving waar je jezelf kunt zijn, en anderen kunt binnenlaten. Dat gaat me nu eenmaal makkelijker af als het geen totale chaos is. Dan pas houd ik ruimte over.

Frits Hendriks, pastoraal werker

Wat de coronacrisis van ons vraagt

donderdag, 3 september 2020|

Onlangs was de Belgische psychiater Damiaan Denys te gast in het tv-programma Op1 en ik werd getroffen door wat hij zei over de coronacrisis. Er worden volgens hem van ons dingen gevraagd die we niet gewend zijn, zoals denken op lange termijn en denken aan het belang van het collectief (de gemeenschap). Onze manier van leven en denken is in toenemende mate te duiden als ‘hedonistisch’: we willen genieten en wel nu/onmiddellijk. Het overmatig drankgebruik, drugs, de kick van hooligans en van relschoppers, ook tegen hulpverleners, is daar een uiting van. Men denkt alleen aan zichzelf, niet aan anderen, en ook niet aan de gevolgen op lange termijn, noch voor zichzelf, noch voor anderen. Met genieten op zich is niets mis, maar als het een egoïstisch trekje krijgt of ten koste van anderen gaat, dan wordt het een probleem.

Damiaan Denys wees erop dat de coronacrisis van ons vraagt om oog te hebben voor de ander, om beperkingen te aanvaarden juist ter wille van met name kwetsbare ouderen. Om beperkingen nu te aanvaarden, zoals afzien van uitbundige feesten, ter wille van een verder liggend doel: dat we zo goed mogelijk door deze crisis heenkomen. Een goed voorbeeld daarvan hebben we kunnen zien bij verpleegkundigen tijdens het hoogtepunt van de crisis. Zij maakten lange dagen, offerden hun vakantie op, dachten niet op de eerste plaats aan zichzelf, maar aan de patiënten op de ic, in de hoop dat mensen zouden genezen en op termijn weer naar huis zouden kunnen.

Tegelijkertijd realiseer ik me dat een dergelijke houding eigenlijk oer-christelijk is. Iets over hebben voor een ander heet dan ‘naastenliefde’ en afzien van onmiddellijk genot ter wille van een hoger en verder liggend doel zien we terug in de christelijke deugd van ‘matigheid’. Christelijke waarden en deugden zijn, ook bij de bestrijding van de coronacrisis, nog steeds van grote waarde. Lang niet altijd eenvoudig, maar wel heilzaam.

Theo Schepens, emeritus pastoraal werker

Kevelaer

donderdag, 27 augustus 2020|

Ik kan me mijn eerste bedevaart naar Kevelaer nog goed voor de geest halen. Ik zal een jaar of acht geweest zijn, en vanuit mijn tante en oom in Tegelen bij Venlo was het maar een ‘Katzensprung’ (’ne gooi) naar Kevelaer. De rozenkrans die ik toen kreeg, heb ik nog steeds – een souvenir met mooie herinneringen aan lieve mensen.

Kevelaer is een plek waar ik graag kom. Het is verbonden met Maria, die er vereerd wordt onder de titel Consolatrix Afflictorum, ofwel Troosteres der Bedroefden. Een mens kan heel wat leed met zich meetorsen, en het is een troost dat we ons als kinderen mogen koesteren onder moeders schutsmantel. Als je zo in Kevelaer rondkijkt, komen als vanzelf de gedachten naar boven wat ieder wel niet met zich meedraagt in de rugzak van zijn of haar leven.

Kevelaer is in die zin genadeoord, dat je er je sores kunt achterlaten, wetend dat je gedragen wordt door het gebed van vele pelgrims, die er ook voor elkaar en voor elkaars intenties bidden. Ook dat is de kracht van kerk zijn: als het zelf een keer tegen zit, als je de woorden niet vindt, of als je zelf er de energie niet voor hebt om te bidden, dan mag je je gedragen weten door het gebed van de geloofsgemeenschap, een gebed dat altijd doorgaat. Hoe zouden we in die zin de kerk, onze familie van gelovigen kunnen missen?

Onlangs was ik op een privépelgrimage in Kevelaer, dat nu ook getekend wordt door corona. Ik mocht communie uitreiken, maar dan wel met mondkapje, en ook buiten was een mondkapje verplicht. Een selfie met mondkapje en met de Gnadenkapelle op de achtergrond postte ik op Facebook. De dag erna kreeg ik van mijn voor-voorganger, pastoor Pieter Scheepers, een zelfde selfie toegestuurd. Grappig en frappant! Zo is Maria moeder van velen, ook van hem, van u en van mij.

Heilige Maria, Moeder van God, onze Moeder, Troosteres der Bedroefden, bid voor ons.

Pastoor Marcel Dorssers

Wat vind ik echt belangrijk?

donderdag, 20 augustus 2020|

Als leraar levensbeschouwing op een middelbare school draaiden mijn lessen om de vraag “Wat vind ik echt belangrijk?” Het leek mij zinvol om mijn leerlingen daarover te laten nadenken, op school, maar ook in hun verdere leven. Wie zich bewust is van wat hij/zij belangrijk vindt, kan zijn leven daarnaar inrichten. Je wordt wat minder meegesleept door de waan van de dag. Van een beetje stabiliteit wordt een mens gelukkiger.

Maar we keken niet alleen naar onszelf. Andere mensen hebben natuurlijk ook over deze vraag nagedacht. Leerlingen interviewden daarom ouders en grootouders. Ook lazen we verhalen van de grote godsdiensten, en dan met name het christendom, en bekeken we welke waarden in de teksten naar voren kwamen. Zo kregen we een divers overzicht van antwoorden.

Divers zijn de antwoorden ook bij één persoon. In de loop van je leven verandert er veel, dus ook je prioriteiten. Op school zijn de contacten met vrienden bijvoorbeeld het allerbelangrijkst, later een carrière, en kinderen als je die gekregen hebt. Ieder leeft zijn leven op zijn eigen manier. En het is goed dat we in een land en een tijd leven waarin we dat zelf mogen bepalen. Maar zijn we er ons wel bewust van welke keuzes we maken?

Een van de opdrachten aan mijn leerlingen was om hun tijdsbesteding gedurende een week bij te houden. Waar je veel tijd aan besteedt, is blijkbaar van belang in je leven. Naast slapen bleek school voor alle leerlingen erg belangrijk. Maar bij vele bleken gamen, chatten, filmpjes kijken en andere online-activiteiten ook aardig wat tijd in beslag te nemen. Het kan dat je dat het allerbelangrijkste in je leven vindt, maar het is goed je de vraag eens te stellen. Is het dat? Heb ik mijn prioriteiten op orde?

Wat vind ik echt belangrijk?

Frits Hendriks, pastoraal werker