OPSTEKERTJES

Elke week schrijft een lid van het pastorale team een inspiratieverhaal voor het dagelijks leven.

Sint Job

maandag, 3 mei 2021|

Een Jobstijding is een bericht waarbij je de grond onder je voeten voelt wegschuiven. Een bericht waarmee je situatie totaal anders wordt en het ongeluk je deel wordt. Het is spreekwoordelijk geworden. Job kreeg een aantal van dergelijke berichten na elkaar. ‘Je kinderen zijn omgekomen.’ ‘Je huis is verwoest.’ ‘Je vee is geplunderd.’ ‘Je knechten zijn vermoord.’ Ondanks datgene wat goedbedoelende vrienden hem aan duiding aanreiken, wil Job niet geloven dat dit gevolg is van Gods vergelding, en hij wil zich blijven toevertrouwen aan de goede God. Aan het einde van het verhaal beloont God hem voor zijn standvastig geloof.

Job is een heilige die heel herkenbaar is. Want hoe velen krijgen vandaag de dag ook niet te maken met jobstijdingen? Hoe velen worstelen niet met hun ellende? Hoe velen stellen zich niet de vraag naar het waarom? Waarom ik? Waarom nu?

Onze Sint-Caeciliakerk heeft een oude traditie van verering van St. Job, de laatste tientallen jaren mede door een stichting bevorderd. Door covid kon een groot deel van de activiteiten vorig jaar niet doorgaan. Ook dit jaar is er maar een heel beperkt programma: de avond met de bezinnende lezing gaat dit jaar wel door, en het stichtingsbestuur heeft mij de eer gegeven om dit jaar deze lezing te verzorgen.

Graag wil ik een inleiding houden over het Katholiek Sociaal Denken. Want de Kerk bevordert bijvoorbeeld dat er een sociaal vangnet moet zijn voor mensen die een jobstijding te verwerken krijgen. Persoonlijk geloof heeft te maken met je eigen Godsbeleving, maar geloof kan niet zonder consequenties zijn voor de omgang met de naaste, of breder, met de maatschappij. Daarvoor heeft de Kerk het een en ander te zeggen, en ik wil graag tijdens de St.-Job lezing daarover een en ander toelichten. Van harte welkom, eventueel online.

Pastoor Marcel Dorssers

Wie gaat u zegenen?

maandag, 26 april 2021|

In onze Katholieke Kerk wordt er wat afgezegend. Zo wordt er aan het eind van elke viering namens God gezegend of wordt God gevraagd om ons te zegenen. Een zegen is een goed woord, een woord dat goede dingen voortbrengt.

Ouders zegenden daarom hun kinderen vaak voor het slapen gaan, ze gaven ze een kruiske op het voorhoofd. Ik heb dat zelf nooit gehad van mijn eigen ouders, maar toen ik in het klooster zat, zegende de abt, de vader van de gemeenschap, elke avond alle monniken met wijwater. Ik vind het een mooi menselijk gebaar.

Recent kwam zegenen in de Kerk weer ter sprake, omdat het Vaticaan een document uitgaf waarin stond dat homorelaties niet kunnen worden gezegend. De inhoud was niet echt nieuw, we kennen de kerkelijke leer over liefde, seksualiteit, relaties en huwelijk. En ook weten we dat veel Vaticaanse documenten niet overlopen van pastorale gevoeligheid. Veel mensen in de Kerk spraken zich dan ook uit voor een meer menselijke benadering. Ook ‘onze’ abt Bernardus van Koningshoeven schreef een brief, die onze bisschop Gerard op zijn beurt citeerde in een preek.

Maar wat in het Vaticaanse document ook weer eens werd uitgelegd is dat ménsen altijd gezegend kunnen worden. Misschien is wat ze doen niet helemaal volgens de leer, maar als ze God vragen om een zegen dan kunnen ze die krijgen. Want God -en in navolging proberen we dat als Kerk ook- kijkt naar de hele mens. En die mens is in de kern altijd een kind van God en een broeder of zuster van mensen. Hoe moeilijk het soms ook is om iedereen zo te zien.

Ook ik ben mens, ook u bent mens. En misschien heeft u ook weleens behoefte om gezegend te worden. Priesters en diakens zijn er speciaal voor aangesteld, dus u kunt hen daarvoor altijd contacteren. Zegenen is echter zo belangrijk dat elke mens het kan. In het eerste Bijbelboek Genesis roept God Abraham op om een zegen te zijn voor iedereen. In onze daden kunnen we dat laten zien, maar misschien kunnen we ook eens een kruisje over onze geliefden slaan en God vragen om ‘Alle goeds’.

Wie gaat u zegenen?

Frits Hendriks,  pastoraal werker.

Zorg

maandag, 19 april 2021|

We zijn alweer enige weken op weg in de paastijd, een tijd van nieuw leven en nieuwe kansen. Dat nieuwe leven is al goed te zien in de natuur. In onze tuin wordt alles groener. De knoppen in bloemen, struiken en bomen staan op openbarsten of dat is al gebeurd. Vooral het nieuwe groen is van een lichte tint van frisheid die mij tot verwondering en bewondering brengt. Het is maar een heel korte periode dat dit frisse groen zichtbaar is, daarna kleurt het al snel donkerder. Het lijkt op het leven van de mens zelf. Als baby geboren met een frisse en lichte huid, onschuldig en ongeschonden. Maar in het ouder worden krijgt alles meer kleur en kunnen er ook littekens komen. Sommige zichtbaar en andere niet zichtbaar maar evengoed aanwezig. Littekens zijn dat wat overblijft van wonden die genezen zijn. Toch kunnen oude littekens nog pijn blijven geven. Wanneer wij pijn hebben, dan gaan we op zoek naar een geneesmiddel of maken een afspraak met de huisarts. Deze huisarts kan weer doorverwijzen naar een specialist. Voor geestelijke problemen worden we dan doorverwezen naar een psycholoog of psychiater. Toch bestaat er nog een manier om met geestelijke zorg om te gaan. We kunnen ons wenden naar een geestelijk verzorger. Dat kan zijn een priester, diaken of pastoraal werker. Dit zijn personen die vanuit hun roeping mensen met een hulpvraag kunnen helpen. En zij doen dat niet uit zichzelf maar vooral omdat God dit van hen vraagt. God is de geneesheer bij uitstek. Hij wil al onze zorgen en lasten dragen. “Maakt u dus niet bezorgd voor de dag van morgen, …”  (Mt. 6, 34). Maar als parochiegemeenschap mogen wij ook voor elkaar zorgen. Vooral in deze tijd van beproeving door de coronapandemie is dat belangrijk. We mogen weten dat we er niet alleen voor staan wanneer ons leed overkomt. Wij mogen samenwerken in zorg hebben voor elkaar en God zorgt voor ons allemaal. Ik wens jullie allemaal een zorgzaam (nieuw) leven. Diaken Ton.

H. Jozef, patroon van de katholieke kerk

maandag, 12 april 2021|

Paus Franciscus heeft van 8 december 2020 tot en met 8 december 2021 een Jozefjaar afgekondigd. Veel heiligen lijken wel onbereikbaar in hun grote daden. Het lijkt soms wel alsof je minstens martelaar, bisschop, paus of stichter van een kloosterorde moet zijn om tot de eer der altaren te worden verheven. Welnu, dan is voor de eenvoudige mens de hemel onbereikbaar. Maar hier is dan St. Jozef. Om ons te laten zien dat het wel kan en voor God niets onmogelijk is. Door trouw te zijn in het kleine. Wel door in het kleine huisgezin Jezus te bewaren, door veel van Maria te houden en goed voor haar te zorgen. Door samen thuis een heilige familie te zijn.  Te luisteren naar Gods aanwijzingen en raad in het leven. Rechtschapen zijn. In het kleine. In het verborgene. Dat is de leefwereld die God voor Zijn Zoon heeft uitgekozen, waar Hij Hem in bewaring wil geven tot zijn uur aanbreekt.

Tegelijk ligt er een opdracht in besloten voor allen die in alle eenvoud heilig willen zijn. Want eenvoudige heiligheid heeft niets te maken met onbehouwenheid en oppervlakkigheid. Jozef was, hoe eenvoudig hij ook was, een beschaafd mens. Jezus heeft van Jozef en Maria het goede geleerd, leren leven naar Gods geboden en volop mens leren zijn. De Mensenzoon was immers Gods “zijn” naar de goddelijke natuur, maar ook geheel mens als kind van Maria en opgevoed door Jozef en Maria. En dat is juist voor de mensen in onze tijd ook een voorbeeld, van gewoon burgermansfatsoen, menselijkheid en opvoeding. Van een bepaald soort degelijkheid die mensen de liefde  voor hard werken, sociale vaardigheden en beschaving bijbrengt. Noem het met een ouderwets woord: een deugdzaam leven dat nee durft te zeggen tegen de ondeugden die overal worden gepropageerd. Daarom, laten wij St. Jozef niet alleen in de kerk eren met de liturgie, maar ook in onze daden. Hem voor ogen hebben in zijn gelovige trouw, maar ook in zijn goedheid en menselijke beschaving. In zijn liefde voor Jezus en Maria. In zijn toewijdeng in het gezin. In alle eenvoud.

Pastoor Godfried B. M. Looijaard.

Pasen: tussen vreugde en verwarring

maandag, 5 april 2021|

‘Vrolijk Pasen’, een bekende uitdrukking in onze dagen. Maar de eerste paasdag begon alles behalve vrolijk. Denk maar aan de vrouwen die op die dag naar het graf van Jezus gingen. Ze kwamen onthutst, bevreesd en bedroefd terug: het was leeg! En toen ze aan de apostelen vertelden dat ze engelen hadden gezien die zeiden dat Jezus leefde, vonden die dat maar grote onzin, beuzelpraat. De twee leerlingen uit Emmaüs waren intussen al teleurgesteld op weg naar huis: Jezus was dood, hun droom was in diggelen geslagen. Er ontstonden zelfs complottheorieën: het lichaam van Jezus zou nota bene door zijn leerlingen zijn gestolen! En Thomas geloofde er niets van, toen de andere apostelen hem vertelden dat Jezus aan hen was verschenen. Kortom, het was een tijd vol verwarring, teleurstelling, angst, ongeloof en ontkenning. Vergelijkbaar eigenlijk met onze dagen. Want: uit de dood opstaan, hoe kan dat nou?

Het heeft even geduurd voordat het tot de leerlingen doordrong. Maar toen ze daar goed en wel van overtuigd waren en het ook mochten ervaren, konden ze niet anders dan daar in alle vrijmoedigheid over spreken. Want het gaat hier over de kern van het christelijk geloof: Jezus is niet dood, maar leeft; Hij is verrezen! En datzelfde wordt ook ons in het vooruitzicht gesteld, naar het woord van Jezus: “Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven” (Joh. 11,25). Wat wil een mens nog méér? Pasen is daarom met recht het grootste feest van de christenen. Het is zelfs zo’n groot feest, dat oosterse christenen (in Oost-Europa en het Midden-Oosten) elkaar met Pasen op een bijzondere manier begroeten. Niet met ‘hallo’ of ‘goede dag’ en zelfs niet met ‘Zalig Pasen’. Neen, ze groeten elkaar met het meest vreugdevolle en meest hoopvolle dat je je medemensen maar kunt toewensen: “Christus is verrezen!” Met volle overtuiging en in grote blijdschap roepen ze dat elkaar toe.

Pasen heeft alle eeuwen door gezorgd voor verwarring en voor grote vreugde. We ontkomen niet helemaal aan een zekere verwarring en twijfel, maar ik wens ons toch vooral veel paasvreugde toe. Hadden wij maar iets van die oosterse christenen….

Theo Schepens,

emeritus pastoraal werker

The Crucifixion

zondag, 28 maart 2021|

Ooit kan een korte impressie, een indruk, een geur of een geluid, je ineens op een bepaalde gedachte of in een bepaalde sfeer brengen. Dat had ik enkele weken geleden bij een zin uit het Johannesevangelie, die me terug bracht naar een tijd dat ik me, alweer jaren geleden, samen met een kerkkoor uit mijn voormalige parochie, voorbereidde op een benefietconcert in het kader van de restauratie van één van onze parochiekerken.

‘Zozeer immers heeft God de wereld lief gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.’ – ‘God so loved the world that He gave His only begotten Son, that whoso believeth in Him should not perish but have everlasting life.’ Deze zin bracht mij als in een flits terug bij deze prachtige lijdensmeditatie van John Stainer, een twintigdelig werk voor vierstemmig koor, tenor solo, bas solo en orgel, alles in prachtige, typisch Engelse, eind-negentiende-eeuwse muziekstukken. Als u dit werk niet kent, loont het de moeite om er eens op te googlen.

Sinds deze uitvoering neem ik elke Veertigdagentijd wel eens de tekst ter hand voor een stukje meditatie over het lijden en sterven van Jezus. Even gaan zitten met de muziek aan, de tekst in de hand, en nadenken over wat het lijden van deze Timmermanszoon voor mij, hier en nu, betekent. En of u nu één van de passies van Bach hiervoor neemt, of andere muziekstukken over het lijden van de Heer, dat maakt niet eens zoveel uit. Ik kan u zo’n moment van verstilling en gebed ter voorbereiding op Pasen van harte aanbevelen.

Ik wens u alvast van harte een Zalig Pasen.

Pastoor Marcel Dorssers

Wie komt er op bezoek?

maandag, 22 maart 2021|

Door de coronacrisis en de lockdown zijn meer mensen in een sociaal isolement terechtgekomen. En er waren al zorgen over groeiende eenzaamheid. Zwaarmoedigheid ligt bij velen op de loer.

Geen vrolijk beeld, maar wat kunnen we eraan doen? Een kaartje sturen? Een keer bij iemand op bezoek gaan? Dat zijn mooie initiatieven, maar lossen ze eenzaamheid op?
Eenzaamheid lijkt niet zozeer een gebrek aan contact. De een is alleen, maar voelt zich daar prima bij. De ander is omringd door familie en vrienden en voelt zich ellendig en eenzaam.
Eenzaamheid is -denk ik- het beste te vergelijken met een ziekte, zoals corona. Niet iedereen is er even vatbaar voor, maar toch kan het ons allemaal overkomen. Je kunt je er niet volledig tegen wapenen, maar er zijn wel zaken die je beter wel of niet kunt doen.

Contact hebben met anderen is iets wat toch wel kan helpen. Het maakt je niet immuun voor eenzaamheid, maar geeft kansen. Met anderen iets ondernemen, al is het maar wat klussen voor de kerk. En vooral op bezoek gaan of iemand thuis ontvangen. Dat zorgt ervoor dat je jezelf en je huis nog eens kritisch bekijkt: is het toonbaar? Bezoek maakt dat je je verhaal kwijt kan en het geeft weer nieuwe inzichten, om over na te denken. Bezoek geeft je het gevoel dat je gezien wordt. Het kan ook samen zwijgen zijn, of een spelletje doen.

Maar wie komt er dan op bezoek? Soms zeggen mensen: “Er komt hier nooit iemand.” Dat is niet leuk om te horen, maar valt er helemaal niets aan te doen? Als er te weinig mensen over de vloer komen, ga dan zelf op bezoek. Dat hoeft niet meteen aan de andere kant van het dorp te zijn. Als iedereen toch een keer per jaar zijn buren uit zou nodigen…

Of anders wil iemand van de bezoekgroep van de parochie graag langskomen. En ook onze pastores zijn beschikbaar voor een telefoongesprek of huisbezoek. Het kan gaan om een goed gesprek, een vraag, samen bidden of zomaar een praatje.

Wie nodigt u uit?

Frits Hendriks, pastoraal werker

Omgang

maandag, 15 maart 2021|

Nu ik bijna een jaar zit te thuiswerken in mijn seculiere baan moet ik concluderen dat de omgang met mensen dichtbij of wat verder van mij af, een stuk stiller is geworden. De meeste ontmoetingen voor mijn werk zijn telefonisch of via een of ander digitaal platform. Ook mijn werk als onbezoldigd diaken in de parochie H. Johannes XXIII is een stuk stiller dan voor de uitbraak van de coronapandemie. Nu ik dit opstekertje schrijf, realiseer ik me dat dit jaar toch weer snel is voorbijgegaan. Het lijkt wel of de tijd steeds sneller gaat. Misschien heeft dat ook wel met leeftijd te maken. Ik hoor onze kinderen wel eens zeggen dat ouderen weinig geduld hebben, maar dan bedoelen ze meestal mij. Wanneer ik wat verder nadenk over omgang, stilte en geduld, dan komt de gedachte op dat de Veertigdagentijd alweer half is voorbijgegaan. Wie heb ik mogen ontmoeten in de afgelopen periode en met wie heb ik een echt persoonlijk contact gehad tijdens deze ontmoetingen? Of is het veelal oppervlakkig gebleven? Zo al nadenkend, denk ik terug aan de vele jaren dat ik heb deelgenomen als pelgrim aan de Stille Omgang te Amsterdam. Maar ook dat evenement wordt nu voor het tweede jaar oprij getroffen door de coronapandemie en kan in de gebruikelijke vorm geen doorgang vinden. Er zullen wel enige activiteiten plaatsvinden die via digitale media zijn te volgen. Op internet is hierover informatie te vinden. Voor degenen die de Stille Omgang niet kennen: De Stille Omgang is een door katholieken uitgevoerde devotionele nabootsing in stilte en zonder uiterlijk vertoon van de middeleeuwse processie ter herdenking van het Amsterdamse hostiewonder uit 1345. Deze stille tocht wordt elk jaar in de nacht van zaterdag op zondag na de 15e maart gelopen in de oude binnenstad van Amsterdam. In stilte een omgang met elkaar en een omgang met God beleven, dat was – is voor mij de Stille Omgang. De pelgrimage in de busreis naar Amsterdam en weer terug, de pelgrimage van de tocht door het centrum van Amsterdam en dat alles in gebed en in stilte. Maar in al deze ontmoetingen, of ze nu fysiek of digitaal zijn mogen wij ons samen gemeenschap voelen. We zijn als gedoopten allen in Christus verbonden. Ik wens u, op weg naar Pasen, allen een goede omgang toe met elkaar en met God.

Diaken Ton.

Niet zonder de ander

maandag, 1 maart 2021|

We kunnen niet zonder de ander. Dat blijkt de laatste tijd overduidelijk, nu we gedwongen worden om het aantal contacten te beperken. Middelbare scholieren missen hun klasgenoten. Studenten, opgesloten in hun studentenkamer en de hele dag achter de computer, raken in een depressie. Ouderen vereenzamen in verpleeghuizen. We missen het café, het terras, de voetbalwedstrijd, het feestje: allemaal plekken waar we anderen tegenkomen.

We kunnen niet zonder een ander of anderen, of het nou een partner is, familie, vrienden of collega’s. Dat lijkt zo vanzelfsprekend, maar vaak wordt het tegendeel beweerd. Denk maar aan uitspraken als: ‘ik heb een ander niet nodig’, ‘dat maak ik zelf wel uit’, ‘dat kan ik zelf wel’, ‘eigen baas’ en denk maar aan idealen als zelfstandigheid, vrijheid, zelfredzaamheid, autonomie e.d. We denken zonder de ander te kunnen, maar nu we daar door corona in hoge mate toe gedwongen worden, kwijnen we weg, vergaat ons de lust, verpieteren we en vinden we er niets meer aan.

Wat voor het maatschappelijk en sociale leven geldt, geldt ook voor het geloofsleven en voor een parochie. Ook al hoor je vaak het tegenovergestelde, zonder anderen zou je niet eens tot geloof kunnen komen en zonder het geloof met anderen te beleven en te vieren zou het wegkwijnen. Zoals jij anderen nodig hebt om in je geloof gesteund te worden, zo hebben anderen jou nodig. Want zonder geloof is er geen hoop en zonder hoop geen leven. En daar hebben we elkaar bij nodig. Ook een parochie kan niet zonder mensen die zich daarbij betrokken voelen en die zich voor haar inzetten. Zoals je ook niet zonder die plaatselijke geloofsgemeenschap kunt om te blijven geloven, om geestelijk gevoed te worden, te worden uitgedaagd en gespitst te blijven. Daarom verlang ik ernaar dat we na de lockdown weer met velen naar de kerk kunnen, dat we voluit kunnen zingen en dat we na afloop weer samen koffie kunnen drinken en elkaars verhalen kunnen delen.

Theo Schepens,

emeritus pastoraal werker

Sneeuw ruimen

maandag, 22 februari 2021|

Zowaar kregen we dit jaar nog een winterse week, begin februari. Tegen de achtergrond van de klimaatverandering verwacht je het niet meer zo; aan de andere kant bleef het ook maar beperkt tot één winterse week. In de ochtend van de eerste sneeuwrijke dag waren er al vrijwilligers van onze kerkhofploeg in de weer om de kerk veilig bereikbaar te maken voor onze parochianen, waarvoor hartelijk dank! – Waar zouden we zijn zonder onze vrijwilligers?

Enkele dagen later ben ikzelf ook nog een tijd lang in de weer geweest met het trottoir vóór het kerkplein en met mijn parkeerplaatsje. Even los komen van corona en bureauwerk, even in de buitenlucht met de handen bezig. Heerlijk.

Op een bepaalde manier mag het een metafoor zijn voor de tijd waarin we nu terecht gekomen zijn. De Veertigdagentijd is bij uitstek een tijd om wat zaken op te ruimen die misschien wel aantrekkelijk lijken, maar die ook ervoor kunnen zorgen dat je uitglijdt. In een mensenleven kunnen zo wat gewoontes aanslibben, die je niet echt verder brengen in het leven. Dan kan deze tijd een goede tijd zijn om eens kritisch te kijken naar hoe je je tijd en je leven indeelt.

Veertig dagen worden ons geschonken om bewuster en matiger te leven. Om meer op God gericht te zijn en meer bewust te zijn van onze taak jegens onze naaste. Een paar kilootjes minder kunnen voor de meesten geen kwaad, maar deze tijd is niet bedoeld om kampioen afvallen te worden, of om stermantelzorger te worden voor onze buren, het mag in dienst staan van onze band met God. Bewust bezig ons geloof verdiepend, onszelf oefenend in een goede maat, omziend naar mensen om ons heen. Ik wens u een vruchtbare tijd toe.

Pastoor Marcel Dorssers

Is vasten een uitdaging?

maandag, 15 februari 2021|

Het is mooi om te zien dat vasten in Nederland aan populariteit wint. Zelfs zonder uitbundig Carnaval gáán veel mensen ervoor om veertig dagen zonder alcohol te leven. En met Dry January zijn ook al velen die uitdaging aangegaan. Er was zelfs een wedstrijd tussen Nijmegen en Tilburg; al weet ik niet wie er gewonnen heeft. Het is goed dat mensen minderen, zeker als het daarvoor teveel was. Ook ik kan daar wel wat van gebruiken.

Maar toch zit me dat moderne vasten niet helemaal lekker. Als we er een challenge, een uitdaging van maken, minderen we dan wel? We brengen juist meer competitie binnen in een leven dat toch al van de concurrentiestrijd aan elkaar hangt. Burn-out en depressie zijn volksziektes geworden.

Toch kan zo’n uitdaging wel helpen. Een stappenteller brengt mij ertoe om elke dag een minimum aantal passen te maken. Een taalprogramma laat het me weten als ik vandaag nog niet geoefend heb. En dat werkt. Ik ga na een bericht trouw aan de wandel of studie. Ik wil de langlopende reeks niet onderbreken; dan moet ik weer van voren af aan beginnen. Er hangt veel vanaf.

Dat zou in de vastentijd anders moeten zijn. Ja, deze periode kan een oefenruimte zijn om minder te drinken, meer te sporten en studeren. Maar om echt te kunnen oefenen moet je niet bij elke fout worden afgerekend. Deze tijd zou juist de mogelijkheid om te experimenteren moeten geven, om eens rustig na te denken en nieuwe gewoontes uit te proberen. Daar kan een project als 40 dagen 40 vragen mee helpen. Het gaat niet om zoveel mogelijk goede antwoorden. Nee, je krijgt elke dag een vraag; denk er gewoon eens over na. Of lees een vastenboek, vol aandacht gedurende 40 dagen één boek lezen. En als je het uit hebt, begin je maar weer van voren af aan. Het gaat niet om de prestatie.

Vasten zou geen challenge moeten zijn, maar juist rust en ruimte, zonder druk, zonder vooraf bepaald doel. Gun jezelf die rust. Ik daag je uit.

Frits Hendriks, pastoraal werker.

Leegte

maandag, 8 februari 2021|

Januari was een zeer drukke periode op mijn werk. Ik moest een begroting maken voor de renovatie van de complete elektrotechnische installatie van een AWZI, dat betekent afvalwaterzuiveringsinstallatie. Door allerlei zaken, kon ik pas laat beginnen aan deze klus. Heel weinig tijd dus, om alles goed voor te bereiden en te tellen. Gelukkig is voorbereiding in het liturgisch jaar van de katholieke kerk wel goed geregeld. Zoals bijvoorbeeld binnenkort de voorbereiding op weg naar Pasen in de Veertig Dagentijd. Deze voorbereiding is in figuurlijke zin een complete renovatie van ons innerlijke zelf. Renovatie, in de betekenis van proberen meer de mens te gaan worden zoals God wil dat ik ben. In die periode van renovatie probeer ik na te denken over allerlei zaken. Zaken die mij bezig houden als persoon, zaken die zich voordoen op mijn werk of in het gezin, zaken die zich voordoen in de parochie. En bij al dat nadenken, komen dingen boven drijven die wellicht niet zo goed zijn of zijn geweest. En weer kom ik op dat beeld van de AWZI, om uit al het afvalwater dat geproduceerd wordt weer schoon water te maken dat kan terugvloeien in het oppervlaktewater, een stukje van de natuur en daarmee een stukje van Gods schepping. En dat is belangrijk, want als christenen hebben wij de opdracht om ervoor te zorgen dat de natuur, het milieu, schoon blijft. Daarvan is het zuiveren van afvalwater een onderdeel. Alle mensen van goede wil hebben de opdracht goed voor deze wereld te zorgen, niet alleen christenen. Paus Franciscus heeft hierover geschreven in zijn encycliek Laudato si’, die in het Nederlands gratis online is te lezen op: https://www.rkdocumenten.nl/. Het bevat mooie inzichten en is prima te lezen voor een leek! Nu weer even terug naar mijn persoonlijke AWZI en het ‘afval’ in mij. Dat mag ik laten uitzuiveren in dat mooie sacrament van boete en verzoening, om daarna mijzelf helemaal (terug) te geven aan God. Het is een laatste stap in een innerlijk zuiveringsproces op weg naar …. Zo gezuiverd, is er in mij een overblijvende ‘leegte’ die gevuld kan worden met Gods liefde. Ik gun iedereen die wil en hiervoor openstaat, een innerlijk zuiveringsproces met een overblijvende ‘leegte’ die gevuld kan worden met Gods liefde.

Diaken Ton.

2 februari Maria Lichtmis

maandag, 1 februari 2021|

Op het feest van Maria Lichtmis worden twee personen, in hoofdstuk twee, verzen 22-32 van het Evangelie van Lucas, heel duidelijk voor ons uitgetekend: Maria, die de tempel van Jerusalem binnenkomt met haar kind: Jezus, dragend op haar armen. De tweede persoon die onze aandacht vraagt, is de oude Simeon, die Jezus uit de handen van Maria neemt.

Terwijl hij dit kind mag dragen, prijst hij dit kind dat gekomen is als een licht voor alle mensen. En zo is Maria geworden een Moeder die niet alleen het Licht liet geboren worden – 40 dagen geleden – maar hetzelfde Licht ook doorgeeft aan elke mens die zich daarvoor open stelt. De brandende kaars is in ons geloofsleven steeds het symbool van Hem, die door de oude Simeon het Licht van deze wereld werd genoemd. Het licht van de kaars speelt daarom een grote rol in ons geloofsleven. We worden als het ware met het licht van de kaars begeleid: licht op de dag van de doop, licht op de adventskrans, licht bij huwelijksviering [huwelijkskaars]. licht bij de paaswake [paaskaars], licht ook op het einde van onze levensweg als er nogmaals een kaars ontstoken wordt als een lamp voor onze voeten, als een belofte dat wij zullen ontwaken in het eeuwig Licht van Christus zelf.

Kaarsen, het symbool van Christus. Maar, zij mogen ook het symbool zijn van ons leven. Wanneer zo’n kaars brandt wordt zij, terwijl zij licht en warmte geeft, steeds kleiner. Zij geeft zichzelf helemaal. Zo zou iedere mens, in navolging van het Licht Jezus Christus, zichzelf klein moeten maken en wegschenken aan die mensen, die hunkeren naar wat licht en warmte in onze soms zo donkere en koude wereld. Moge er vele, vele lichtdragers komen om onze donkere en koude wereld te verlichten en te verwarmen op voorspraak van Maria, de schenkster en geefster van het licht, vooral in deze dage van Corona.

Pastoor Godfried B.M. Looijaard

Het coronavirus en God

maandag, 25 januari 2021|

Laatst viel mij op dat er een zekere overeenkomst bestaat tussen het coronavirus en God: je ziet ze namelijk niet, maar ze zijn er wél. En omdat je ze niet ziet, zijn er mensen die beiden ontkennen. Virusontkenners vinden we bij leden van de groep Viruswaanzin (Viruswaarheid).  Er zijn er zelfs die de hele coronapandemie zien als een poging van machthebbers om het volk zijn vrijheid te ontnemen. In het geval van God zien we iets soortgelijks: atheïsten ontkennen het bestaan van God en fanatieke atheïsten gaan een stap verder: zij beschuldigen de Kerk ervan om door middel van het geloof het volk te onderdrukken; Marx is daar een bekend voorbeeld van.

Maar er zijn méér overeenkomsten. Omdat het coronavirus zo besmettelijk is, bestaan er allerlei regels om besmetting te voorkomen. We kennen die regels: afstand houden, handen wassen, drukte vermijden enz. Ook in ons gelovig leven kennen we regels. Jezus heeft de belangrijkste samengevat in het dubbelgebod: God beminnen met heel je hart en je naaste als jezelf (Mt. 22,37-39). Een uitwerking daarvan vinden we in de Tien Geboden.

We vinden het echter moeilijk om ons aan de regels te houden. Het vergt wat van ons, het vraagt offers en het is verleidelijk om onze eigen zin te doen. We willen bijvoorbeeld graag met velen samenkomen om gezellig een feestje te bouwen. We zijn toch wat egoïstisch aangelegd en denken vooral aan onszelf en minder aan onze naasten. En we verwaarlozen onze relatie met God. We hebben het niet zo op regels, maar hebben niet in de gaten dat het dan goed fout kan gaan.

Daarom is het goed dat we bij de les worden gehouden door mensen als Diederik Gommers of Ernst Kuipers, die ons wijzen op het gevaar van het coronavirus en ons aansporen elkaar te helpen ons aan de regels te houden. Daarom is het goed dat er pastores zijn die ons de weg wijzen naar God en ons aansporen ons in te zetten voor onze naasten, vooral de meest kwetsbare.

Er is natuurlijk één groot verschil tussen het coronavirus en God. Het virus is dodelijk, maar God is geen God van doden, maar van levenden (Mc. 12,27). Daarom bid ik met de psalmist: ‘Gelukkig de mens die zijn toevlucht neemt tot God; het zal hem aan niets ontbreken’ (Ps. 34,9-10).

Theo Schepens,

emeritus pastoraal werker

Aangeraakt

maandag, 18 januari 2021|

Hoewel de kern dezelfde blijft, is de dooppraktijk in enkele tientallen jaren nogal veranderd. Waar mijn ouders bijvoorbeeld nog gedoopt werden op hun geboortedag of uiterlijk de dag erna, daar werd ikzelf gedoopt op de zondag na mijn geboortedag. De foto’s tonen dat mijn peettante mij ten doop hield, want mijn moeder rustte nog uit in het kraambed – ook alweer vreemd tegen de achtergrond van de praktijk van nu.

Nu worden kindjes meestal gedoopt op een leeftijd van een maand of drie. Moeder kan er dan gelukkig wel bij zijn. Tja, en omdat tijdens de eerste coronagolf niet gedoopt kon worden, waren de dopelingen het afgelopen half jaar enkele maanden ouder. Een enkeling kon al lopen, en dat hebben we in enkele vieringen – tot hilariteit – ook kunnen zien.

Toch komt het ook voor dat mensen op latere leeftijd gedoopt worden. Vaak omdat men ontdekt dat men op een of andere manier aangetrokken wordt tot die Kerk, door de stilte van een kerkruimte, de geur van wierook, de kunst, de muziek, de verhalen, de begeestering van mensen of de spiritualiteit. Vaak is het niet zo eenvoudig aan te geven en voor eenieder is dat ook anders.

Enkele malen heb ik mensen die op latere leeftijd om het doopsel vroegen, mogen begeleiden. Steeds weer een geweldig traject om samen na te denken over geloof, over bidden, over de Bijbel, over heiligen en mensen die minder heilig waren, kortom over persoonlijk geloof en leven vervlechten.

Het is bemoedigend te zien dat God steeds met mensen bezig is en op weg gaat. Velen zijn in onze tijd zoekende, maar – zo vul ikzelf aan – liefdevol aangeraakt door God die mensen raakt, ook als zij niet, of nog niet, de weg naar de Kerk vonden. Gelukkig blijft Hij zorg hebben voor ons, zijn creaties, in welke levensfase ook, zelfs voorbij kerkelijke kaders. Dat stemt dankbaar en geeft vertrouwen voor de toekomst.

Pastoor Marcel Dorssers

Gaf de boom hoop?

zondag, 10 januari 2021|

In de kersttijd stond voor al onze kerken een Boom van Hoop. Volgehangen met kerstballen, transparante van plastic, papieren en houten. Op zondag 20 december hebben we de bomen ‘ingewijd’. Eerste Communicanten en zondagse kerkgangers hingen er hun wensen en kreten van hoop in. Mooi geschreven en vaak met creatieve versiering.

De volgende dag regende het heel hard. Veel van de teksten op de ballen liepen uit; een van de bomen kreeg kortsluiting in de verlichting. Hoe hoopvol was dat? Ik werd er zelf een beetje moedeloos van. Maar toen de zon weer scheen en de verlichting weer was hersteld, bleken de meeste spreuken nog altijd te lezen. Bovendien had ik intussen bedacht: een kaarsje dat iemand opsteekt verdwijnt ook. Daarmee is het gebed van die persoon nog niet weg, maar het is opgenomen, in onze gemeenschap met God. Zou dat niet ook zo zijn met deze kerstballen? Al is de viltstift uitgewist, de hoop is niet onopgemerkt gebleven, maar gehoord.

En gezien, want veel mensen zijn een kijkje gaan nemen bij de Boom. Alleen dat al toverde vaak een lach op gezichten. En discussies. Zo had iemand de hoop opgeschreven dat er weer dinosauriërs zouden komen. Volgens een jongeman was dat echter onzinnig. Dat zou nooit meer gebeuren. Maar wat hoopte híj dan? Het bracht gesprekken op gang waarvan ik niet wist dat ik ze ooit zou voeren.

Individuele mensen werden gemeenschap rondom de Boom van Hoop. Het is belangrijk om samen te blijven komen vanuit positiviteit en enthousiasme, niet alleen om te klagen. De Kerk wil daar graag aan bijdragen. Onze rol is anders dan vijftig jaar geleden. Sommige mensen vinden dat jammer. Maar laten we niet in het verleden leven. Laten we vooruit kijken. Dat is wat hoop betekent. Erop vertrouwen dat de toekomst ook goede dingen brengt. Anders dan wat we hadden, maar ook goed. Die hoop hebben veel mensen in onze gemeenschap uitgesproken. Soms onder tranen vanwege corona-lijden, soms neerslachtig omdat het maar niet ophoudt. Maar in het geloof: Het wordt weer goed.

Frits Hendriks, pastoraal werker.

Opnieuw beginnen

zondag, 3 januari 2021|

Het nieuwe jaar 2021 is begonnen. In het bedrijfsleven staan alle tellers weer op nul. De targets voor dit jaar zijn gesteld en de eerste bijeenkomsten hebben alweer plaats gevonden. De ‘beste wensen’ zijn uitgesproken naar elkaar toe. Bij de een in een rechtstreekse persoonlijke ontmoeting en bij de ander in een virtuele ontmoeting via teams – zoom of een ander digitaal platform. Hoe gaat het coronavirus dit jaar de resultaten nog beïnvloeden, dat is de vraag die velen stellen. Aan het begin van het nieuwe jaar zijn er normaliter gesproken vele, vaak druk bezochte Nieuwjaarsbijeenkomsten. Dit nieuwe jaar 2021 zal het anders gaan, vanwege de lockdown. Hoe doen we het nu, elkaar allerlei goede wensen toebedelen? Wensen die goed kunnen doen, wensen die een opsteker kunnen zijn, wensen die deugd kunnen doen. Velen zijn gewend om tegen elkaar te zeggen: ‘De beste wensen’. En weer anderen zeggen tegen elkaar ‘De allerbeste wensen’. Zelf probeer ik om consequent te zeggen: ‘Zalig Nieuwjaar’. Maar dat wordt lang niet meer door iedereen verstaan. In gedachten verzonken, stel ik mijzelf de vraag: ‘Waarom niet? Waar is de tijd gebleven dat het heel normaal was om elkaar een Zalig Nieuwjaar toe te wensen?’ En waarom wordt de term ‘zalig’ door velen niet meer verstaan in deze postmoderne tijd? Wanneer je ‘zalig’ opzoekt in een woordenboek, dan staat er onder andere: Het eeuwige heil deelachtig, Van het verderf gered; In de hemelse zaligheid opgenomen; Heilzaam, Gelukkig; Heerlijk, Aangenaam. Je wenst met een ‘Zalig Nieuwjaar’ voor iemand dus veel goeds en vanuit een katholiek gelovig standpunt zelfs over dit aardse leven heen. Daarom wil ik iedereen toewensen: ‘Zalig Nieuwjaar’.

Diaken Ton.

Kerstmis 2020

zondag, 20 december 2020|

Ondanks alle coronasores wil ik toch met U allen nadenken over het komende kerstfeest. In de kerstnacht luisteren wij steeds opnieuw graag naar het kerstverhaal. Als dit er niet was, dan zou het voor ons geen Kerstmis geweest zijn. Wij willen horen over de geboorte van Jezus, die in armoedige omstandigheden in een stal ter wereld komt, en die desondanks gehuldigd wordt door herders op het veld en een koor van engelen.

Toch is dit plaatje dat een beetje zoet en sentimenteel aandoet, niet de eigenlijke reden voor onze vreugde met kerstmis. Het kan echter voorkomen dat mensen bij deze wat oppervlakkige kijk blijven steken. Dat neemt niet weg dat zij toch wel iets van blijdschap voelen, van vredelievendheid op deze dag. Maar als men tot een diepe vreugde en vrede wil doordringen, moet men ook tot het eigenlijke geheim van Kerstmis doordringen. Dit geheim kunnen wij in een paar woorden uitdrukken, de betekenis echter kan alleen met het hart, met je hele persoon benaderd worden: het geheim dat luidt: God wordt mens. Niemand zal er ooit een bevredigend wetenschappelijke verklaring voor kunnen geven, en niemand zal er ooit achteloos aan voorbij kunnen gaan, ook al zijn er mensen die denken dat God of wie dan ook niet nodig hebben. Maar God heeft hen wel nodig, en Hij heeft hun menselijke natuur aangenomen, om allen te redden en te heiligen, of mensen nu stoer doen of nederig ontvankelijk zijn. Door als een klein kind geboren te worden heeft God bovendien elke drempel weggenomen. Niemand hoeft zich tegenover een klein kind te bewijzen, niemand hoeft minderwaardigheidskomplexen  te hebben, niemand hoeft een grote mond op te zetten.Bij God, zoals Hij in de Kerstnacht in deze wereld komt, hoef je alleen maar Zijn schepsel te zijn; je hoeft ook niets te zeggen, je mag alleen luisteren en verbaasd staan, dat is al genoeg. Deze heilige nacht is er om ons mensen redding, vreugde en vrede te schenken. Wij doen er niets voor, God is het die in deze nacht alles voor ons doet. Zijn Zoon Jezus wordt als een kind geboren uit de maagd Maria in de stad van Bethlehem. Alleen het geloof ziet meer dan een kind in de kribbe. Het geloof ziet Gods goedheid en barmhartigheid met ons mensen. Ons past in deze nacht het eerbiedige zwijgen en kijken naar het geheim dat God voor ons bereid heeft en bidden wij:”God, Gij hebt deze heilige nacht doen stralen door de luister van het ware licht. Wij bidden U, laat ons die op aarde het mysterie hebben leren kennen van dit licht, ook de vreugde ervan genieten in de hemel. Door onze Heer Jezus Christus, Uw Zoon die met U leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.”Moge het in deze moeilijke tijd toch voor U allen gezegende dagen zijn, ik wens U dan ook een Zalig kerstmis toe en Gods zegen in het nieuwe jaar.

Pastoor Godfried B.M.Looijaard

Kunnen we dit jaar wel Kerstmis vieren?

maandag, 14 december 2020|

Die bange vraag was de laatste tijd in de media vaak te horen. Nóg wanhopiger was de volgende vraag: ‘Kan het dit jaar wel Kerstmis worden?’ Ik kan u gerust stellen: het wordt ook dit jaar weer Kerstmis en wel op 25 december. Kerstmis is namelijk niet van ons afhankelijk en wordt onder allerlei omstandigheden gevierd. Zo zwegen tijdens de Eerste Wereldoorlog de wapens op 25 december en vierden Franse en Duitse soldaten, vijanden van elkaar, samen Kerstmis. Zo zal er ook dit jaar, waarin we strijd moeten leveren tegen het coronavirus, Kerstmis gevierd worden. Toegegeven, de wijze waarop we Kerst kunnen vieren, varieert, maar waar het bij Kerstmis om gaat, blijft alle eeuwen door hetzelfde. Dat is namelijk de geboorte van Jezus: God werd mens. Het initiatief daartoe lag bij God zelf, niet bij ons. Waarom en waartoe? De evangelist Johannes geeft dat kort en krachtig weer: ‘Zozeer heeft God de wereld lief gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben’ (Joh. 3,16). En in de kerstnacht verkondigt de engel aan de herders: ‘Heden is u een Redder geboren’ (Lucas 2,11). Liefde, redding, niet verloren gaan: dat is waar wij mensen zo naar verlangen. En daarom is Kerstmis zo’n vreugdevol feest. Een feest dat we graag met velen zouden vieren, maar dit jaar even niet. Ondanks alle beperkingen die er zijn, kunnen we toch op allerlei manieren onze kerstvreugde met anderen delen. Kerstmis is immers ook het feest van de solidariteit, het feest van de vrede. Ook al zal het kerstdiner dit jaar bescheiden van omvang zijn, er zijn in deze dagen allerlei acties – en met wat creativiteit kan iedereen eigen mogelijkheden vinden – om anderen te laten delen in de kerstvreugde, om Gods liefde aan elkaar door te geven. Moge het in die zin een Zalig Kerstmis worden.

Theo Schepens,

emeritus pastoraal werker

Herberg

zaterdag, 5 december 2020|

Nu het jaar op zijn einde loopt vieren we in de Kerk de Advent, de voorbereidingstijd van verwachtingsvol uitzien naar de komende Christus, die geboren wordt als een klein en kwetsbaar kind en zó ons menszijn deelt.

Voor het misboekje zocht ik naar geschikte afbeeldingen. Ik vond het verrassend dat er in onze parochie een getalenteerde vrijwilliger woont, die jarenlang de afbeeldingen heeft verzorgd van de liturgische weekuitgaven van een bekende uitgever. Zij was graag bereid mee te werken.

Voor deze Advent kozen we een afbeelding waar Jozef en Maria te kennen wordt gegeven dat er geen plaats is in de herberg. ‘Misschien wel toepasselijk voor déze Advent,’ zei ze. Tja, wij moeten er inderdaad mee rekening houden dat we tijdens de komende Kerstmis onze kerken maar zeer ten dele kunnen benutten. Uiteraard zouden wij u graag allemaal herbergen, maar de burgerlijke en kerkelijke overheid staan het ons dit jaar niet toe. Het is gewoon vreselijk – zeker niet wat wij zouden willen, maar ik kan het niet veranderen.

Toch zijn er natuurlijk wel manieren om de komende Kerstmis toch in huiselijke kring te vieren. Samen met het gezin het Kerstverhaal lezen, gebedsintenties noemen, een Onze Vader bidden en kerstliederen zingen (thuis mag het…). De bisschoppen hebben ook een initiatief genomen, namelijk met de website vierkerstmis.nl, met onder andere wat meer uitgewerkte vieringen voor thuis. Een aardig initiatief voor dit jaar.

Laten we bidden om een snel einde aan de pandemie, want eenieder is natuurlijk van harte welkom in onze herberg die Kerk heet, ook al doet de pandemie het nu misschien anders voorkomen.

U allemaal wens ik een goede voorbereiding toe op Kerstmis.

Pastoor Marcel Dorssers

Ziet u de beren ook?

maandag, 30 november 2020|

Van het voorjaar stonden er voor veel ramen knuffelberen lief te zijn. Ze verwelkomden kinderen die op berenjacht waren. Een bijbehorend liedje zegt: We kunnen er niet onderdoor, niet overheen, niet omheen. We moeten er doorheen.

Die berenmoed had ik nodig. Want na de beren was er nu een plan om gluurpietjes voor het raam te hangen. Ik had de tekening al uitgeprint en daarna de pietenmuts vrolijk ingekleurd. Maar toen: wat doe ik met de huid van de piet? Wit laten? Maar is dat geen statement? Zwart of bruin maken? Maar zo ziet een zwarte piet er niet meer uit. Met roetvegen? Wel erg politiek correct. En ik weet niet precies hoe de mensen in ons dorp over het fenomeen ‘piet’ denken.

Zo werd een leuke actie een groot probleem. Ik zag overal beren op de weg. Maar ik wilde toch graag meedoen, dus kon ik er niet omheen om een keuze te maken. Achteraf blijkt dat je van een afstand de kleurtjes helemaal niet meer zo goed ziet. Maar het voelde als een statement toen ik de plaat ophing. Wat zullen de mensen er wel niet van denken? Roep ik geen onnodige weerstand op?

Sinds kort hebben allebei mijn buren kerstverlichting buiten hangen. Dat is blijkbaar niet zo’n punt; of misschien zijn ze gewoon moediger dan ik. Maar de volgende kwestie dient zich bij mij alweer aan. Wat doe ik met de advent? Zal ik kaarsen voor het raam zetten? Elke zondag steek ik er dan een extra aan, tot we de vier weken adventstijd door zijn en het met Kerstmis één groot lichtfeest is. Onze verlosser is geboren! Dat vind ik best belangrijk om te laten zien, maar… Ik denk er nog even over na. Misschien worden het wel vier kerstbeertjes. Daar kan zelfs ik geen bezwaar tegen hebben. Of toch?

Frits Hendriks, pastoraal werker

Advent: Tijd van verwachting

maandag, 23 november 2020|

Elk feest vraagt een voorbereiding. De Advent is zo’n voorbereidingstijd. Vier weken zijn er om te groeien naar de komst van de Heer. Bij die komst van de Heer mogen wij denken aan het Kerstfeest dat we over enkele weken gaan vieren. We staan dan stil bij de geboorte van Gods Zoon 2020 jaar geleden. Maar we mogen ook vooruit kijken. Want Jezus de Heer zal eens terugkomen. Ook daar mogen we ons op voorbereiden. Jezus zegt ons: “Weest waakzaam!”. Jezus vertelt ons dat Hij ééns terug zal komen. Dat het licht van de eeuwigheid eens door zal breken. Maar wij zien dat nog niet. Wij leven nog in een wereld waarin het eeuwige verduisterd wordt. Verduisterd door het kwaad dat wij ontmoeten. Maar het licht van de eeuwigheid is niet alleen ver weg en toekomstig. Het is ook in ons. Het is in ons gelegd als een kiem op de dag van ons Doopsel. Maar het is een licht dat daar in stand gehouden moet worden. Het moet gevoed worden door gebed en door zorg voor onze naasten. Het vraagt dat wij trouw de taak vervullen die God ons gegeven heeft in dit leven. Dat alles klinkt mee in die woorden van Jezus: “Weest waakzaam”. Ik wens U allen een mooie voorbereidingstijd op het Kerstfeest.

Pastoor Godfried B.M. Looijaard

Eindelijk

maandag, 16 november 2020|

Soms wil je heel veel dingen doen, maar door allerlei omstandigheden kom je er niet toe. Dat wil niet zeggen dat ik het druk, druk, druk heb. Ik bedoel, dat ik er eindelijk toe ben gekomen in een boekje te lezen dat is geschreven door Thomas Quartier. Het heet ‘Heilige woede’ en het door mij gekochte exemplaar is door broeder Quartier gesigneerd met de boodschap: ‘Voor Ton, verbonden in stilte en lofzang. Pax!’

De stilte zoek ik regelmatig. Soms vind ik ze, soms ook niet. En soms, wanneer de stilte wordt doorbroken op een ongelukkig moment, dan kan ik wel woedend worden. Is dat een ‘heilige woede’ of moet ik mijn woede heiligen? En de lofzang, waar is die gebleven? Het hardop zingen is verdwenen sinds alle maatregels rondom corona van kracht zijn. Het enige zingen dat ik hoor, klinkt in mijn hoofd. En soms uit de audio-installatie van mijn auto wanneer ik ergens naar toe onderweg ben. Ik begin bijna te twijfelen of het coronavirus wellicht ook op mij vat begint te krijgen. Niet zozeer door besmetting en een fysiek ziek worden, maar eerder door de geestelijke belasting van minder er op uit trekken en weinig sociaal contact met andere mensen. We moeten immers zoveel mogelijk niet de deur uitgaan en als het dan toch nodig is, dan moet er afstand zijn. Heel vervelend allemaal.

Recent, na een noodzakelijke wandeling naar de winkel om wat boodschappen te halen, kwam ik een jong stel tegen die juist enkele weken geleden hun eerste kindje hadden gekregen. Een kort gesprekje op de voorgeschreven afstand, was het enige wat mogelijk was. Voor corona zouden er handen zijn geschud en een knuffel gegeven. Het kindje mocht ik wel even zien, maar ook weer op afstand! Het maakt me een beetje woedend. Is dat een heilige woede? Het is niet fout om vurig woedend te zijn. Als we dat vuur dan maar richten op het doen van het goede. Ik wens u allemaal toe dat er een vuur van heilige woede in u brand om het coronavirus met al zijn negatieve invloeden die het op ons heeft weg te branden.

Diaken Ton

Wat voor wereld willen wij?

maandag, 9 november 2020|

In Frankrijk is een leraar vermoord, Samuel Paty, onthoofd, omdat hij aan leerlingen spotprenten van de profeet Mohammed had laten zien. Hij wilde hen iets leren over de vrijheid van meningsuiting. Daarna ging het van kwaad tot erger: er volgden terroristische aanslagen in Nice, Lyon en Wenen. We leven in een harde wereld.

Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar is deze onbeperkt? Ik weet nog dat het in de jaren zestig van de vorige eeuw bij anti-Vietnamdemonstraties verboden was om “Johnson moordenaar” te roepen, want daarmee werd een bevriend staatshoofd (de toenmalige president van de VS) beledigd. Zo kende onze wet ook bepalingen tegen majesteitsschennis en godslastering. Die laatste zijn inmiddels afgeschaft. We vinden het tegenwoordig stoer als iemand zegt: “Ik zeg wat ik denk.” Moet alles gezegd kunnen worden? Als je naar debatten in de Tweede Kamer kijkt, krijg je de indruk dat alle remmen los zijn. Dezelfde indruk kreeg ik bij de debatten tussen de presidentskandidaten van Amerika. De vrijheid van meningsuiting verschuift naar ‘de vrijheid om te mogen beledigen’. In het Brabants Dagblad van zaterdag 31 oktober jl. omschreef columnist Özcan Akyol (Eus) onze westerse beschaving als volgt: “in het Westen beledigen en schofferen we alles en iedereen, mits het binnen het toelaatbare van onze wetboeken past.”

Is dat een samenleving om trots op te zijn? Moeten we zó met elkaar willen omgaan? Geef mij maar een samenleving waarin mensen respectvol met elkaar omgaan, overeenkomstig het Bijbelvers ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’ (Tobit 4,15). Geef mij maar een samenleving waarin naastenliefde (een ander woord: solidariteit) en de menselijke waardigheid hoog in het vaandel staan geschreven. Zo’n wereld gun ik iedereen.

Theo Schepens,

emeritus pastoraal werker.

Diakenwijding

maandag, 2 november 2020|

Binnenkort, op zaterdag 7 november zal onze bisschop, mgr. De Korte, onze oud-parochiaan Erik Buster diaken wijden. Jammer genoeg kunnen we niet in groten getale naar de Sint-Janskathedraal in ’s-Hertogenbosch afreizen, want de toegang is vanwege corona zeer beperkt. Gelukkig kunnen we wel de viering via het internet volgen (de link vindt u op onze website).

Binnen de kerk kennen we drie wijdingen, namelijk die van diaken, priester en bisschop. Ieder heeft z’n eigen taak. De diaken richt zich vooral op het dienstwerk en het voorzien in noden. Dat kunnen persoonlijke noden zijn, maar ook materiële. De priester richt zich vooral ook op pastoraat en sacramentenbediening zoals de Mis, de ziekenzalving, dopen, huwelijk. En de bisschop is belast met de dienst van de leiding in zijn bisdom.

Ik denk met plezier terug aan mijn diakentijd in de parochie in Zeeland (bij Uden). Veel was ik ingeschakeld in de voorbereiding voor Eerste Communie en Vormsel. Het was in die tijd dat ik ontdekte dat er maar weinig bezigheden in de parochie waren die ik alléén maar kon doen omdat ik diaken was (misschien minder dan een paar procent van mijn tijd); verreweg de meeste zaken had ik ook kunnen doen op basis van mijn doopsel en vormsel, dus gewoon op basis van mijn katholiek zijn.

Eigenlijk is dat een mooie gedachte: we zijn natuurlijk blij met onze wijdelingen, maar het hoeft binnen de kerk gelukkig niet alléén af te hangen van de gewijde bedienaren. De kerk is het breedst aan de basis. Ook daar kan mooi werk gedaan worden. We kunnen door ons staan in het leven laten zien wat het voor ons betekent om katholiek te zijn. Vooral in een levenshouding en in kleine daden die ons gelovig zijn illustreren. In het klein kunnen we veel goed doen, als is het maar een hand op iemands schouder, een luisterend oor, een pannetje pasta naar een zieke buurman. Al het goede dat we kunnen en mogen doen, mag een glimlach van God zijn. Ik wens u van harte toe dat anderen een glimp van God in u mogen herkennen.

Pastoor Marcel Dorssers

Wat zit je hier te vissen?

woensdag, 28 oktober 2020|

Als je een vraag stelt aan een ander, moet je ‘m ook zelf willen beantwoorden. Dus toen ik laatst aan de zondagse kerkgangers vroeg om te mijmeren over “Waarom ga ik eigenlijk naar de kerk?” had ik kunnen verwachten dat ze mij na de dienst vroegen: “En wat is daarop jouw antwoord?”

En ik moest dat eigenlijk schuldig blijven. Tijdens de vieringen was er wel mijmertijd geweest, maar ik had toen alleen maar kunnen denken: “O, wat is dit fijn, om rustig te kunnen zitten, zonder dat er iets moet, zonder dat iemand iets van mij vindt, denken over wat zin geeft.” Maar is dat een antwoord? Had ik niet iets moeten zeggen over contact met God en zo?

Een tijd geleden kwam ik regelmatig langs een viswater. Daar zaten wat oudere mannen op een krukje, maar ook jonge jongens. En dat had ik niet verwacht. Keurige jongens met een Volkswagen Golf. Ze leken op profvoetballers, maar dan zonder tatoeages. Waarom zaten die daar? Ik kreeg de wildste ideeën. Waren ze misschien pakketjes drugs aan het opvissen?

Op een dag heb ik het maar aan zo’n jongen gevraagd. Hij moest lachen om mijn criminele vermoedens en legde het me graag uit. “Het is zo druk in mijn hoofd de hele dag, met werk, een cursus, mijn ouders, de vriendin. Ik kan daar niet tegen. Op school was ik ook altijd helemaal gaga. Hier aan de waterkant vallen alle stukjes van mijn leven weer op hun plek. Het gaat er niet om dat ik iets vang. Ik vind het zelfs een beetje zielig. Af en toe iets aan de haak is leuk genoeg. Dat geeft drive om terug te komen. Maar eigenlijk draait het om de rust, dat ik gewoon mezelf kan zijn.”

Daarom pakte hij steeds weer zijn hengel. Daarom ga ik naar de kerk. En u?

Frits Hendriks, pastoraal werker

Vastzitten

maandag, 19 oktober 2020|

Beste lezer, het zit allemaal vast tussen mijn schouders en nek. Hoe dat komt? Door een werkhouding van uren, maanden, jarenlang achter twee beeldschermen. Dat vastzitten sluipt er langzaamaan in. Je hebt het niet zo in de gaten. Totdat je merkt: hé, het zit niet allemaal goed, het zit vast. Zo lijkt het in de parochie ook wel eens. Alles hebben we altijd al zo gedaan en daarom blijven we het maar zo doen. Mensen zijn vast komen te zitten in gewoontes en gebruiken. Toch is het vasthouden aan gewoontes en gebruiken niet altijd verkeerd. Er zitten ook goede kanten aan. Bijvoorbeeld op zondag naar de mis gaan in je eigen parochiekerk. In die kerk kom je al jaren, soms al je leven lang. Je hebt een vaste plek waar je altijd gaat zitten, je weet vooraf waar je aan toe bent, je weet wat er komen gaat. Dat geeft een bepaalde rust en het voelt vertrouwd. Maar het laatste half jaar is daar behoorlijk wat in veranderd. Vanaf begin maart tot begin juni mochten we niet gaan door de maatregels rondom de lockdown. Daarna mochten we met een beperkt aantal mensen in één kerkgebouw en op afstand van elkaar. Je vaste plek van vroeger was geen vanzelfsprekendheid meer. Afgelopen zomervakantie waren de regels versoepeld. We kwamen wat minder vast te zitten door coronamaatregels. Nu echter, gaat het toch weer de verkeerde kant op. Het lijk of alles weer meer vast komt te zitten. Helaas kunnen we daar niets aan doen. Gelukkig is er die Ene God die je nooit vastzet. Hij probeert wel om ons in zijn liefde vast te houden. Soms lukt dat en soms gaat dat wat minder. Maar ik ben wel blij dat Hij er is, die liefdevolle God die is Vader – Zoon – H. Geest. Bij Hem vind ik het niet erg om ‘vast te zitten’. Laten we proberen om in deze moeilijke tijden de liefde voor God en elkaar vast te houden, dan zal God ons zeker blijven vasthouden.

Diaken Ton.

Geloof in eeuwig leven

woensdag, 14 oktober 2020|

Enige tijd geleden sprak ik een jong iemand die plotsklaps haar vader verloor. Op zijn werk kreeg hij een zware hartaanval. De ambulance bracht hem met zwaailicht en loeiende sirene naar het ziekenhuis, maar het mocht niet meer baten. Voordat ze het ziekenhuis bereikten, was hij overleden. Enkele maanden later, tijdens de zomervakantie kwam deze persoon in gesprek met een ander jong meisje dat enkele maanden daarvoor ook haar vader was verloren. Zij begreep het verdriet van dit meisje, ze konden elkaar troosten en steunen. Dan zie je hoe midden in de pijn van het verlies het nieuwe leven geboren wordt in de vorm van medemenselijkheid, van liefde en begrip. Misschien heeft U een soortgelijke ervaring. Misschien kunt ook U zeggen: het was een moeilijk en intens verdrietige tijd, maar het heeft mij ook iets gegeven. Het heeft mij niet teruggegeven wat ik verloor, maar midden in de dood groeide, zonder dat ik het zag of zelfs maar vermoedde, het nieuwe leven. Zo’n ervaring neemt het verdriet niet weg om degene die we hebben verloren, maar het geeft wel hoop en uitzicht dat er, ondanks alles, toekomst is. Het is juist deze toekomst, dat er door de dood heen, leven is en dat er doorheen alle verdriet om het gemis liefde is. Wij vieren het geloof in God in het leven en de liefde. Wij mogen ons ervan bewust zijn dat de dood nooit het laatste woord heeft, maar dat het eerste en het laatste woord er een van leven en liefde is. De volheid van het leven, van eeuwig leven, is Gods geschenk aan ieder van ons.

Pastoor Godfried B.M. Looijaard

Carlo Acutis (1991-2006)

maandag, 5 oktober 2020|

Alle kans dat u nog nooit van deze jongen hebt gehoord. En toch wordt hij a.s. zaterdag (10 oktober) in Assisi zalig verklaard. Waarom?

Oppervlakkig gezien verloopt zijn leven zoals van velen en is het een gewone, gezellige jongen. Hij wordt in Londen geboren als zoon van Italiaanse ouders die daar vanwege hun werk verblijven. Als hij drie jaar is, verhuist het gezin naar Milaan. Zijn ouders zijn geen regelmatige kerkgangers. Carlo kan goed leren, is helemaal vol van computers en op 10-jarige leeftijd ontwerpt hij websites voor zijn school en voor de parochie. Hij is een vrolijke jongen, creatief, heeft gevoel voor humor en heeft alles in zich om een succesvol leven tegemoet te gaan. Maar het loopt anders en na een kort ziekbed sterft hij op 15-jarige leeftijd aan leukemie. ‘Veel te vroeg om dood te gaan’, zouden wij zeggen.

Wat is er zo bijzonder aan hem dat hij wordt zalig verklaard? Hij is zeer sociaal, zet zich in voor de zwakkeren in de samenleving en doet vrijwilligerswerk bij daklozen, kansarmen en bejaarden. Maar dat is niet het enige. Wat opvalt is zijn gelovige instelling. Hij is een trouwe bezoeker van de H. Mis, die hij ‘de autostrade naar de hemel noemt’. Aan zijn moeder stelt hij voortdurend indringende vragen over het geloof, wat er uiteindelijk toe leidt dat ook zij weer naar de kerk gaat. Zijn computerkennis zet hij in voor parochie en catechese. En als hij te horen krijgt dat hij ongeneeslijk ziek is, draagt hij zijn lijden op aan Christus en voor de Kerk. Een gewone jongen van deze tijd, maar met een diep geloofsleven.

Sinds de Wereldjongerendagen van 2013 in Rio de Janeiro staat hij bij gelovige jongeren bekend als ‘cyberapostel’. Voor velen onder hen is hij een voorbeeld, een rolmodel. Voor mij is dit hele verhaal een ‘opstekertje’: het geloof is niet dood, maar levend, ook bij jongeren. Geloof zet aan tot inzet voor de samenleving en helpt je om het meest moeilijke – de dood – met vertrouwen tegemoet te zien. Als ik weer eens in Assisi kom, zal ik toch eens naar het graf van Carlo Acutis gaan.

Theo Schepens,
emeritus pastoraal werker

Tweede Communie

maandag, 28 september 2020|

In de afgelopen zondagen mochten we in onze parochie de Eerste H. Communie vieren in Udenhout en Berkel-Enschot. Stuk voor stuk opstekertjes, mooie vieringen, waarin de kinderen gaandeweg verder ingevoerd worden in de geloofsgeheimen, en in geloof kunnen groeien.

Normaal gesproken hadden we de Eerste Communie al in mei of juni gevierd, maar corona had ook hier roet in het eten gestrooid. September, zo vlak na de vakantie, lag voor de hand om het alsnog te vieren, temeer omdat een bescheiden familiefeest dan nog buiten gevierd zou kunnen worden. Gelukkig heeft het warme nazomerweer een handje geholpen. Knipoog van boven, denk ik dan.

Ik kan mezelf mijn Eerste Communie nog goed voor de geest halen: Hemelvaartsdag 19 mei 1977. Door de fanfare afgehaald aan de rand van het dorp, dan met twee schoolklassen communicanten naar de kerk voor een feestelijke viering. In een volle kerk voor het eerst ter communie, en ’s middags een mooi familiefeest. Het blijven fijne herinneringen, en ik hoop dat onze communi­canten net zo’n goede herinneringen koesteren aan hun Eerste-Communiedag.

Naast mijn Eerste Communie, kan ik mij ook mijn Tweede Communie nog goed herinneren. Het zal de opvolgende zondag zijn geweest, dat ik met mijn ouders naar de Mis ging. Een beetje zenuwachtig nog, want hoe moest je je handen ook weer houden? Maar misschien nog meer bewust dan in de Eerste-Communiemis, mocht ik nu OLH ontvangen in het teken van het geheiligde Brood. Een bijzonder moment, waarin ik ervoer dat ik nu mocht naderen tot iets heel speciaals, iets dat ik misschien nog niet zo helemaal snapte, maar waarvan ik wel aanvoelde dat het me op een bijzondere manier in contact bracht met ‘het goddelijke’ en met de volwassen geloofsgemeenschap. Het is een ervaring die ik iedereen graag gun, telkens weer.

Aan alle communicanten en hun families, van harte proficiat!

Pastoor Marcel Dorssers

Wat weet, vrees, hoop en doe ik?

maandag, 21 september 2020|

“De wereld staat op z’n kop. De coronacrisis raakt iedereen en we moeten ons allemaal aanpassen aan een samenleving die we nog niet kenden. Dat maakt ons angstig en onzeker.” Daarom schreef de Vlaamse psycholoog Paul Verhaeghe het boekje ‘Houd afstand, raak me aan’. In oktober en november gaan we dat lezen en bespreken in onze parochie. Ook u bent van harte welkom.

Maar we gaan niet zomaar aannemen wat deze Belgische professor ons zegt. Hij geeft zíjn antwoorden op vragen als: Wat kunnen we weten? Wat moeten we vrezen? en Wat mogen we hopen? We beluisteren zijn verhaal en denken er het onze van.
Zoals mijn collega Theo Schepens een paar weken geleden een andere Vlaamse hoogleraar, Damiaan Denys, citeerde. Deze zei dat ‘naastenliefde’ en ‘matigheid’ zeer belangrijk zijn in deze crisistijd. Dan is het goed, schreef Theo ongeveer, eens te luisteren naar de kerk, want die spreekt al tweeduizend jaar elke zondag over deze waarden.

Al moeten we ook toegeven dat we -als kerk, als mens- heel veel niet weten. Want wat is dat coronavirus precies? Hoe verspreidt het zich? En denken we iets te weten, lijkt het virus weer veranderd.
In ons achterhoofd sluimert onzekerheid. Zal ik het krijgen? Is er voor onze kinderen nog wel een goede opleiding? Word ik niet aan mijn lot overgelaten? Het is goed om dit soort angsten onder ogen te zien. Ze drijven ons voort, maar we zijn ons er niet altijd van bewust.
Dat geldt overigens ook voor de andere kant. Welke lichtpuntjes zien we in de ellende?

Wat weet, vrees, hoop en doe ik? Het zijn indringende vragen, waar je niet zo een-twee-drie mee klaar bent. Daarbij komt dat deze crisis maar niet ophoudt. Dan is het goed om regelmatig pas op de plaats te maken. Of dat nu op zondag in de kerk is, bij onze boekgesprekken, aan uw eigen keukentafel of op een bankje in het dorp. Denk erover, spreek het uit. En als u er iets over wil delen, dan bent u altijd welkom.

Frits Hendriks, pastoraal werker
frits.hendriks@johannesxxiiiparochie.nl

Een tijd voor rust

maandag, 14 september 2020|

Beste lezer, voor de meeste werkenden onder ons is de vakantie weer voorbij. En voor de gepensioneerden onder ons is vakantie meestal geen onderwerp van gesprek. Die hoor ik dan zeggen: “Ik heb het hele jaar door vakantie”. Maar juist in deze tweede groep zijn velen betrokken bij allerlei soorten vrijwilligerswerk en ook dan is even afstand en rust nemen belangrijk. En er is nog een groep die ik wil noemen: mensen zonder werk of die wegens ziekte of anderszins niet zo met vakantie bezig zijn. Dat kan zijn door allerlei verschillende oorzaken zoals financiële middelen die ontbreken, lichamelijke beperkingen en vult u maar in. Zelf heb ik nu vakantie terwijl ik dit opstekertje schrijf, dat ook nog in mijn vakantie moet worden ingeleverd voor publicatie. Maar je hebt toch vakantie denkt u nu. Inderdaad, vakantie van mijn dagelijkse werkzaamheden in de techniek. En vakantie als diaken in de parochie. En toch zijn er altijd wel dingen die er te doen zijn, die afgewerkt moeten worden voordat je echt vakantie hebt. Ik ben in mijn leven nooit anders gewend geweest. In mijn jeugd ging ik in de vakantie werken bij mijn oom op de boerderij, omdat ik dat leuk vond om te doen. Later, toen ik een baan had, was ik aan het begin van de vakantie altijd nog wel enkele dagen bezig met het loslaten – loskomen van mijn dagelijkse werkzaamheden. Weer later, toen ik een eigen bedrijf had, was ik de eerste week waarin het personeel al vakantie vierde, bezig met het afwerken van allerlei administratieve zaken. En toen onze kinderen volwassen waren, ging ik in de vakantie samen met mijn vrouw Annie, een weekje vrijwilligerswerk doen voor de jongerenkampen van ons bisdom. Wat betekent vakantie? Het woord vakantie is afgeleid van vacatio. In het Latijn is het werkwoord vacare, dat staat voor vrij zijn van verplichtingen. Het is een periode waarin een persoon zijn gewoonlijke dagelijkse activiteiten staakt, zoals naar school of het werk gaan. Als ik het zo lees, dan is vakantie heel eenvoudig: ‘Gewoonweg met de dagelijkse activiteiten stoppen’. Toch is vakantie voor mij veel meer. Vakantie is een tijd van tot rust komen. Dat wil niet zeggen dat je niets moet doen, geen lichamelijke of geestelijke activiteiten. Juist in het doen van dingen waar je normaal niet snel toe komt, kun je in de vakantie prima doen om te ontspannen. Weer voor mijzelf gesproken: Ik probeer elk jaar in de vakantieperiode een week op retraite te gaan in de stilte van de Foyer de Charité in Thorn. Daar kan ik biddend, mediterend, in het vieren van de dagelijkse eucharistie, in het volgen van de dagelijkse inleidingen rondom een Bijbeltekst, helemaal tot rust komen. Zo heeft ieder voor zich een manier om tot vakantie te komen. Ik hoop dat ieder van u tot rust is gekomen in de vakantieperiode.

Diaken Ton.

Hoe maak ik een thuis?

donderdag, 10 september 2020|

Sinds juli woon ik in de parochie, op winkelcentrum Koningsoord, midden in de bedrijvigheid van werk, gezondheidszorg en boodschappen doen. Het is er elke dag, van de ochtend tot de vroege avond, een drukke bedoening. Op de parkeerplaats heerst een prettige chaos.

Toch is het in mijn appartement best rustig. Als ik vanaf de straat de trap oploop naar onze gezamenlijke binnentuin op het dak van de supermarkt, merk je niets meer van al die drukte. Buren zitten vredig op hun terrasje, maken een praatje met elkaar. Het doet me denken aan het oude klooster, waar je ook een pandhof hebt met een stille gang eromheen.

Vanaf de binnentuin betreed ik dan mijn huisje. Het heeft even geduurd voordat het was ingericht. Ik had niet meer zoveel spullen, vanwege eerdere verhuizingen. Ik heb veel gekregen of gekocht bij de kringloop of mensen in de buurt. Een enkel schilderij wacht ook nu nog op een betonboor, en er is altijd wel iets te wensen voor je woning, maar pas geleden heb ik mijn appartement ‘af’ verklaard. Dit is het. Dit is mijn thuis voor de komende jaren.

Daarom heb ik mijn huis laten inzegenen, een mooi katholiek gebruik, om de goede Geest in je woning uit te nodigen. En pastoor Marcel Dorssers maakt er ook wat van. In vol ornaat besprenkelde hij mijn hele appartement met wijwater, nadat we gebeden hadden rondom een evangelieverhaal. In die tekst kibbelen de twee zussen Marta en Maria om de vraag wat belangijker is: het huishouden of genieten van aangenaam gezelschap? Actie of contemplatie?

Elk leven heeft eigenlijk beide nodig. En elk huis ook. Ik was blij dat ik voor de komst van de pastoor had opgeruimd en gepoetst. Een huis is er om thuis te kunnen komen, een veilige omgeving waar je jezelf kunt zijn, en anderen kunt binnenlaten. Dat gaat me nu eenmaal makkelijker af als het geen totale chaos is. Dan pas houd ik ruimte over.

Frits Hendriks, pastoraal werker

Wat de coronacrisis van ons vraagt

donderdag, 3 september 2020|

Onlangs was de Belgische psychiater Damiaan Denys te gast in het tv-programma Op1 en ik werd getroffen door wat hij zei over de coronacrisis. Er worden volgens hem van ons dingen gevraagd die we niet gewend zijn, zoals denken op lange termijn en denken aan het belang van het collectief (de gemeenschap). Onze manier van leven en denken is in toenemende mate te duiden als ‘hedonistisch’: we willen genieten en wel nu/onmiddellijk. Het overmatig drankgebruik, drugs, de kick van hooligans en van relschoppers, ook tegen hulpverleners, is daar een uiting van. Men denkt alleen aan zichzelf, niet aan anderen, en ook niet aan de gevolgen op lange termijn, noch voor zichzelf, noch voor anderen. Met genieten op zich is niets mis, maar als het een egoïstisch trekje krijgt of ten koste van anderen gaat, dan wordt het een probleem.

Damiaan Denys wees erop dat de coronacrisis van ons vraagt om oog te hebben voor de ander, om beperkingen te aanvaarden juist ter wille van met name kwetsbare ouderen. Om beperkingen nu te aanvaarden, zoals afzien van uitbundige feesten, ter wille van een verder liggend doel: dat we zo goed mogelijk door deze crisis heenkomen. Een goed voorbeeld daarvan hebben we kunnen zien bij verpleegkundigen tijdens het hoogtepunt van de crisis. Zij maakten lange dagen, offerden hun vakantie op, dachten niet op de eerste plaats aan zichzelf, maar aan de patiënten op de ic, in de hoop dat mensen zouden genezen en op termijn weer naar huis zouden kunnen.

Tegelijkertijd realiseer ik me dat een dergelijke houding eigenlijk oer-christelijk is. Iets over hebben voor een ander heet dan ‘naastenliefde’ en afzien van onmiddellijk genot ter wille van een hoger en verder liggend doel zien we terug in de christelijke deugd van ‘matigheid’. Christelijke waarden en deugden zijn, ook bij de bestrijding van de coronacrisis, nog steeds van grote waarde. Lang niet altijd eenvoudig, maar wel heilzaam.

Theo Schepens, emeritus pastoraal werker

Kevelaer

donderdag, 27 augustus 2020|

Ik kan me mijn eerste bedevaart naar Kevelaer nog goed voor de geest halen. Ik zal een jaar of acht geweest zijn, en vanuit mijn tante en oom in Tegelen bij Venlo was het maar een ‘Katzensprung’ (’ne gooi) naar Kevelaer. De rozenkrans die ik toen kreeg, heb ik nog steeds – een souvenir met mooie herinneringen aan lieve mensen.

Kevelaer is een plek waar ik graag kom. Het is verbonden met Maria, die er vereerd wordt onder de titel Consolatrix Afflictorum, ofwel Troosteres der Bedroefden. Een mens kan heel wat leed met zich meetorsen, en het is een troost dat we ons als kinderen mogen koesteren onder moeders schutsmantel. Als je zo in Kevelaer rondkijkt, komen als vanzelf de gedachten naar boven wat ieder wel niet met zich meedraagt in de rugzak van zijn of haar leven.

Kevelaer is in die zin genadeoord, dat je er je sores kunt achterlaten, wetend dat je gedragen wordt door het gebed van vele pelgrims, die er ook voor elkaar en voor elkaars intenties bidden. Ook dat is de kracht van kerk zijn: als het zelf een keer tegen zit, als je de woorden niet vindt, of als je zelf er de energie niet voor hebt om te bidden, dan mag je je gedragen weten door het gebed van de geloofsgemeenschap, een gebed dat altijd doorgaat. Hoe zouden we in die zin de kerk, onze familie van gelovigen kunnen missen?

Onlangs was ik op een privépelgrimage in Kevelaer, dat nu ook getekend wordt door corona. Ik mocht communie uitreiken, maar dan wel met mondkapje, en ook buiten was een mondkapje verplicht. Een selfie met mondkapje en met de Gnadenkapelle op de achtergrond postte ik op Facebook. De dag erna kreeg ik van mijn voor-voorganger, pastoor Pieter Scheepers, een zelfde selfie toegestuurd. Grappig en frappant! Zo is Maria moeder van velen, ook van hem, van u en van mij.

Heilige Maria, Moeder van God, onze Moeder, Troosteres der Bedroefden, bid voor ons.

Pastoor Marcel Dorssers

Wat vind ik echt belangrijk?

donderdag, 20 augustus 2020|

Als leraar levensbeschouwing op een middelbare school draaiden mijn lessen om de vraag “Wat vind ik echt belangrijk?” Het leek mij zinvol om mijn leerlingen daarover te laten nadenken, op school, maar ook in hun verdere leven. Wie zich bewust is van wat hij/zij belangrijk vindt, kan zijn leven daarnaar inrichten. Je wordt wat minder meegesleept door de waan van de dag. Van een beetje stabiliteit wordt een mens gelukkiger.

Maar we keken niet alleen naar onszelf. Andere mensen hebben natuurlijk ook over deze vraag nagedacht. Leerlingen interviewden daarom ouders en grootouders. Ook lazen we verhalen van de grote godsdiensten, en dan met name het christendom, en bekeken we welke waarden in de teksten naar voren kwamen. Zo kregen we een divers overzicht van antwoorden.

Divers zijn de antwoorden ook bij één persoon. In de loop van je leven verandert er veel, dus ook je prioriteiten. Op school zijn de contacten met vrienden bijvoorbeeld het allerbelangrijkst, later een carrière, en kinderen als je die gekregen hebt. Ieder leeft zijn leven op zijn eigen manier. En het is goed dat we in een land en een tijd leven waarin we dat zelf mogen bepalen. Maar zijn we er ons wel bewust van welke keuzes we maken?

Een van de opdrachten aan mijn leerlingen was om hun tijdsbesteding gedurende een week bij te houden. Waar je veel tijd aan besteedt, is blijkbaar van belang in je leven. Naast slapen bleek school voor alle leerlingen erg belangrijk. Maar bij vele bleken gamen, chatten, filmpjes kijken en andere online-activiteiten ook aardig wat tijd in beslag te nemen. Het kan dat je dat het allerbelangrijkste in je leven vindt, maar het is goed je de vraag eens te stellen. Is het dat? Heb ik mijn prioriteiten op orde?

Wat vind ik echt belangrijk?

Frits Hendriks, pastoraal werker